Grenzeloos werken met haken en ogen

Laatst bijgewerkt:
Midden in een 10 hectare omvattende perceel tussen Hillensberg en Doenrade (L.) steekt een betonnen grenspaal fier boven de tarwe uit.

Midden in een 10 hectare omvattende perceel tussen Hillensberg en Doenrade (L.) steekt een betonnen grenspaal fier boven de tarwe uit.


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Boeren die akkers bewerken aan 2 kanten van de grens ervaren in hun dagelijkse werkzaamheden soms grote verschillen op het vlak van gewasbescherming, spuitlicentie, bemesting, brandstof en fiscaliteiten.4 vrijheden vormen de basis van de EU: vrij verkeer van personen, goederen, diensten en kapitaal. Daarnaast vormt het gemeenschappelijk landbouwbeleid een van de paradepaardjes. Je zou dan mogen verwachten dat boeren die grensoverschrijdend werken daarvan optimaal profiteren. Het tegendeel is waar. Agrariërs met percelen aan 2 kanten van de landsgrens lopen tegen tal van regeltjes aan die hun het werken bemoeilijken en/of zorgen voor oneerlijke concurrentie.GewasbeschermingsmiddelenHet gebruik van gewasbeschermingsmiddelen is voor grensboeren in de dagelijkse praktijk het grootste euvel. Op Nederlandse percelen mogen uitsluitend in Nederland toegelaten gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. Op de Duitse of Belgische percelen mag de akkerbouwer uitsluitend middelen die in het betreffende land zijn toegelaten.Aparte spuitregistratieBij percelen waar de landsgrens dwars door een perceel heen loopt, moet de teler, aldus de NVWA, het perceel dusdanig inrichten dat op het Nederlandse deel alleen in Nederland toegelaten middelen worden gebruikt en op het andere gedeelte de Duitse of Belgische middelen. De teler dient hiervan een aparte spuitregistratie bij te houden. Daarbij is dus feitelijk sprake van 2 aparte percelen. Voor hun buitenlandse percelen mogen Nederlandse telers wel Duitse of Belgische middelen op voorraad hebben. Deze moet de agrariër wel gescheiden van de Nederlandse middelen opslaan en een aparte registratie van bijhouden.Verbod op zelfde middelen, maar een ander etiketEen praktisch probleem voor grensoverschrijdende akkerbouwers vormen gewasbeschermingsmiddelen. In Nederland mogen geen middelen uit een Duitse verpakking worden gebruikt en in Duitsland geen middelen uit een Nederlandse verpakking. Ook al zijn merk en de toelating van de werkzame middelen gelijk. “In de praktijk is dat soms moeilijk werken”, zegt akkerbouwer Manfred Weinberg (58) uit het Duitse grensplaatsje Hillensberg-Selfkant.
Manfred Weinberg (58) uit Hillensberg-Selfkant (D.). - Foto: Guus QueisenNa de bemesting met runderdrijfmest maakt een medewerker van Manfred Weinberg het perceel zaaiklaar voor het inzaaien van een groenbemester. Daarbij ontwijkt hij behendig de grenspaal die in het perceel staat. - Foto: Guus QueisenEen kwart van zijn areaal ligt op Nederlands grondgebied. Bij het poten van aardappelen is in Nederland Moncereen in poedervorm toegelaten. In Duitsland is daarvoor Risolex toegelaten. Dit middel mag Weinberg in Nederland niet gebruiken. “Uiteraard houd ik me daaraan. Maar deze aardappelen sla ik in dezelfde loods op. Daar zitten de fritesfabrikanten niet mee, zolang de partijen maar voldoen aan de wetgeving uit het land van herkomst.” Zijn uitgebreide Duitse spuitlicentie erkent Nederland niet. Voor de Nederlandse licentie heeft hij heeft een aparte opleiding moeten volgen.Werkbare oplossing“Het is allemaal erg omslachtig”, ervaart André Groot Nibbelink, category manager gewasverzorging bij Agrifirm. “Van echte harmonisatie op gebied van gewasbeschermingsmiddelen binnen Europa is absoluut geen sprake. Ieder land legt de EU-regelgeving anders uit en/of geeft er een andere invulling aan”, aldus Groot Nibbelink. “Om hen daarbij ter wille te zijn hebben we met de Stichting Certificatie Distributie in Gewasbeschermingsmiddelen (CDG) en de NVWA voor een werkbare oplossing gezorgd. Voor de Duitse percelen van Nederlandse telers leveren wij gewasbeschermingsmiddelen voorzien van een Duits etiket. Deze betrekken wij van een Duitse tussenhandelaar. Wij transporteren deze rechtstreeks van de Duitse leverancier naar de Nederlandse locatie van de klant. Dit hele logistieke proces is volledig transparant en gedocumenteerd. We houden ons daarbij volledig aan de Nederlandse en de Duitse wetgeving”, legt Groot Nibbelink beknopt uit.Nederlandse mest op Belgische akkers zorgt voor tal van formaliteitenDe vele bureaucratische regeltjes vormen voor Marie José Neven (49) het grootste probleem waar ze tegen aanloopt in het grensoverschrijdend werken. In Mesch-Eijsden heeft ze een akkerbouwbedrijf van 140 hectare met in het bouwplan aardappelen, wintertarwe, brouwgerst, suikerbieten en uien. Van deze 140 hectare is 25 hectare gelegen in de Belgisch grensgemeente Voeren.Marie José Neven (49) uit Mesch-Eijsden (L.). - Foto: Twan WiermansAls voorbeeld van de bureaucratische rompslomp verwijst ze naar de vele formaliteiten die ze moet vervullen indien ze Nederlandse mest op haar Belgische akkers zou willen aanvoeren. Voor haar reden om mest afkomstig van Belgische veehouders op haar akkers te verspreiden. “Maar ook die mestaanvoer is aan tal van regels gebonden. Zo moet ik vastleggen van wie de mest afkomstig is, de hoeveelheid en het perceel waar deze mest op is aangebracht.” Daarbij bestaan ook nog verschillen tussen Wallonië en Vlaanderen. Om haar percelen te bereiken dient ze een stukje van de Waalse provincie Luik te doorkruisen. Dat zadelt haar ook op met formaliteiten.SpuitlicentieEen ander praktisch probleem vormt de spuitlicentie. De Duitse en Belgische instanties erkennen de Nederlandse spuitlicentie niet en omgekeerd idem. Op basis van deze licentie mag een boer of loonwerker geen gewasbeschermingsmiddelen toepassen en of kopen in het buurland, ook niet op zijn eigen percelen aan de andere kant van de landsgrens. Dit betekent dubbel examen doen en in 2 landen ook de voor de verlenging verplichte bijscholing en/of bijeenkomsten volgen.Akkerbouwer en loonwerker Manfred Weinberg uit het Duitse grensdorp Hillensberg ergert zich hierover mateloos. Hij beschikt over een zeer uitgebreide Duitse spuitlicentie, die hem ook toestaat te spuiten voor derden en te handelen in gewasbeschermingsmiddelen. Desondanks moest hij voor zijn in Nederland gelegen akkers terug de Nederlandse schoolbanken in.LandbouwdieselSinds 1 januari 2013 is het voordeel van landbouwdiesel in Nederland verleden tijd. Boeren moeten voor hun machines de aanzienlijk duurdere normale (witte) diesel tanken. De Belgische en Duitse boeren daarentegen genieten duidelijke financiële voordelen wat betreft de brandstofkosten. Zo kunnen Belgische boeren (rode) landbouwdiesel tanken die circa 60 cent goedkoper is dan de gangbare witte diesel. Duitse boeren ontvangen een keer per jaar een vergoeding uitbetaald van 21,48 cent per liter diesel die door hun tractoren en machines is verbruikt.Met name het dieselprijsverschil zet Nederlandse loonwerkers op achterstand ten opzichte van de Belgische collega’s. Nederlandse boeren die voor hun werk met hun trekker of machine in België vertoeven, mogen deze goedkope rode diesel wel tanken. Het meenemen van landbouwdiesel in jerrycans is echter verboden. Bij controle door de douane moet de eigenaar aantonen dat de rode diesel in België is getankt.Door interessante fiscale regels beschikken Belgen over buffersBelgische boeren steken vaker de grens over om in Zeeuws-Vlaanderen akkers te kopen. Als oorzaak wijst Ivo Haartsen (36) op 2 factoren: “Hier is sprake van een betere verkaveling dan bij hun en anderzijds genieten de Belgische boeren interessante fiscale voordelen. Zo kunnen ze in goede jaren meer sparen, om te beschikken voor slechte jaren. Dergelijke interessante fiscale regels missen we hier in Nederland. Ze beschikken zo over meer financiële middelen om hier gronden te kopen”, verzucht Haartsen.Ivo Haartsen (36) uit Biervliet (Zld.). - Foto: Huib de JongeHij bestiert samen met zijn schoonvader Daniël Dekker in Biervliet het loon- en akkerbouwbedrijf Dekker Haartsen vof. Het bedrijf is gespecialiseerd in uien, pootaardappelen en wortelen. Een voordeeltje is dat als Haartsen met zijn trekkers in België vertoeft, hij de circa 60 cent goedkopere rode landbouwdiesel mag tanken. “Anderzijds werkt die landbouwdiesel in ons nadeel wat betreft onze loonwerktak. De Belgische conculega’s kunnen daardoor tegen een lagere kostprijs werken.”FiscaalOp hoofdlijnen komen de fiscale regels in Nederland en Duitsland met elkaar overeen. De Belgische boeren daarentegen hebben de mogelijkheid om voor de fiscale winst gebruik te maken van een zogenoemde ‘barema’. Dit is een gemiddelde winstbepaling voor bepaalde teelten. De landbouwer die dat doet, hoeft geen financiële administratie bij te houden en geen jaarrekening op te stellen. Dit zorgt sowieso voor een aanzienlijke besparing op de accountantskosten. “In jaren met hoge opbrengsten kan deze winstbepaling gunstig uitvallen, maar in slechte jaren betaal je mogelijk te veel belasting”, legt Bjorn Bormans van Accon-AVM uit.UitzonderingenVolgens Bormans kiezen de grotere agrarische kapitaalsintensieve bedrijven in België voor een normale boekhouding met jaarrekening. Bormans waarschuwt boeren die aan weerszijde van de grens werken op te passen voor mogelijke (toekomstige) valkuilen. „Ons Nederlandse fiscale systeem kent tal van uitzonderingen. Deze kunnen negatieve gevolgen hebben op de uitwerking van belastingverdragen met andere landen.”Fiscale voordelenIn de praktijk verdeelt een akkerbouwer zijn totale bedrijfswinst na rato van de bewerkte oppervlakte over beide landen. In het land waar hij is gevestigd, stelt hij de jaarrekening op. Voor het deel van de winst dat hij heeft behaald op zijn buitenlandse grond rekent hij af met de fiscus van het betreffende land. Wat akkerbouwer Ivo Haartsen uit Biervliet stoort is dat Belgische boeren interessante fiscale voordelen genieten. “Zo kunnen ze in goede jaren een buffer aanleggen voor slechte jaren. Zo beschikken ze over meer financiële middelen waarmee ze hier grond kopen.”Strengere mestregels in DuitslandAdriaan Sandee uit Onstwedde teelt al ruim 5 jaar tussen de 70 en 100 hectare zetmeelaardappelen in Duitsland. Met zijn grensoverschrijdende akker- en loonwerkzaamheden loopt hij bijna dagelijks tegen tal van praktische/bureaucratische/kostprijsverhogende verschillen op. Allereerst moet hij alle voertuigen die in Duitsland actief zijn van een GV-kenteken voorzien. De kosten hiervan bedragen € 39 voor het kentekenbewijs en € 25 voor de kentekenplaten.De mestaanvoer op de Duitse akkers is strenger. “Vooraf moet ik per perceel een bodemonderzoek laten uitvoeren. De uitslag hiervan en het te telen gewas zijn bepalend hoeveel mest we op het betreffende perceel mogen verspreiden.”
Adriaan Sandee (54) uit Onstwedde (Gr.). - Foto: Hans BanusOm in Nederland en Duitsland te mogen spuiten bezit Adriaan Sandee 2 spuitlicenties. - Foto: Marc PasveerOm zich niet druk te hoeven maken over alle Duitse bemestingsregeltjes heeft Sandee de bemesting uitbesteed aan een Duitse collega. Een heikel punt is ook de gewasbescherming. Nederlandse middelen mogen niet in Duitsland worden gebruikt en andersom ook niet. Sandee bezit een Nederlandse en Duitse spuitlicentie.

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Lees meer over


Snel delen


Sectornieuwsbrief Akkerbouw


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.