Gereduceerde grondbewerking erg complex

Laatst bijgewerkt:
Klepelen van een groenbemester na de winter. Het is in niet kerende grondbewerking niet eenvoudig om met name voor fijnzadige gewassen een goed zaaibed te maken. Het kan wel. - Foto: Peter Roek

Klepelen van een groenbemester na de winter. Het is in niet kerende grondbewerking niet eenvoudig om met name voor fijnzadige gewassen een goed zaaibed te maken. Het kan wel. - Foto: Peter Roek


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Gereduceerde grondbewerking zorgt voor een robuustere bodem en meer biodiversiteit. Maar wie stopt met ploegen begeeft zich ook op een glibberig pad. De teler moet met vallen en opstaan veel ontdekken. De do’s en don‘ts op een rij.Gereduceerde grondbewerkingWaar in veel gevallen nog gesproken wordt van niet-kerende grondbewerking (nkg) gaat het tegenwoordig eigenlijk over gereduceerde grondbewerking. Bij WUR in Lelystad onderscheiden ze nu voor klei drie systemen:
1: elk jaar ploegen op wintervoor tot 25 centimeter diepte;
2: niet ploegen (nkg) ofwel gereduceerde grondbewerking;
3: gereduceerde grondbewerking met zo nodig ondiep ploegen voor gangbare uien. Bij bio voorafgaand aan peen om grasklaver onder te werken en voorafgaand aan kool. Dat is dan één keer per drie jaar.
Ploegen met de ecoploeg valt ook onder de definitie van gereduceerde grondbewerking. Ondiep, 15 centimeter, zoals vroeger met het paard werd geploegd om onkruid en gewasresten weg te werken.Ploegen voor aardappelen is niet altijd nodig, het kan ook zonder, was de mededeling van Wageningen University & Research (WUR) op de Aardappeldemodag. Bij de aardappelteelt op klei kan niet ploegen op termijn zelfs misschien een kleine plus opleveren, klonk het op de virtuele aardappelbijeenkomst.Maar belangrijker dan een misschien iets hogere opbrengst op de korte termijn moet gezocht worden in meer duurzaamheid van de bodem en daarmee in teelten. Onderzoek laat zien, dat een gereduceerde grondbewerking een betere waterhuishouding oplevert en aantoonbaar positief is voor de biodiversiteit. In ieder geval op de klei is komen vast te staan dat bij een gereduceerde grondbewerking meer wormen, insecten en spinnen worden gemeten. Deze zorgen ook voor een betere structuur.Grotere soortenrijkdom“Als we praten over biodiversiteit, gaat het niet per se om méér organismen, meer biomassa, maar om een grotere soortenrijkdom”, vertelt Derk van Balen van Wageningen University & Research. Hij is al jarenlang bezig met andere vormen van bodembewerking dan het klassieke ploegen. “In Lelystad hebben we daar naar gekeken. Er is een grotere soortenrijkdom aan regenwormen. Kortschildkevers idem dito, ook meer soorten. Daarbij valt meteen op dat als je ondieper werkt, dat je dan meer loopkevers tegenkomt, dan wanneer je ploegt. Net als bij de wormen geldt hier dat het niet per se meer massa oplevert, maar meer soorten loopkevers.”Waarbij dan ook nog het tijdstip van grondbewerking een rol speelt. Er blijken loopkevers die als ze in rust zijn, beter tegen ploegen kunnen dan wanneer ze actief zijn. “Zeker als je ploegt als ze actief zijn, ben je ze kwijt”, zegt Van Balen.Het geeft maar weer aan hoe ingewikkeld het is om zo’n voordeel als dat van ‘meer biodiversiteit, meer natuurlijke bestrijding’ ook daadwerkelijk te benutten. Loopkevers kunnen een rol spelen in de bestrijding van trips in uien. Maar wat is dan uit oogpunt van een goede keverpopulatie het beste tijdstip van grondbewerking? Die keveractiviteit is sowieso al lastig te bepalen en dan is het ook nog de vraag of de grond op dat juiste moment bekwaam is (regen) en hoe een grondbewerking op het optimale kevermoment past in de arbeidsfilm van een bedrijf.Eenvoudig is het niet. Van Balen: “In het streven naar een verminderd middelengebruik is het zaak de effecten van gereduceerde grondbewerking te vertalen naar het management op je bedrijf.”De bonenvliegOm het nog ingewikkelder te maken brengt Derk van Balen de bonenvlieg in. “Die houdt van verterend organisch materiaal, gewasresten. Die hou je met niet ploegen juist bovenin.”Deze bonenvlieg heeft het vooral gemunt op ontkiemende zaden, waarvan wortels en groeipunten worden aangetast. De poppen van de vlieg overleven de winter in de grond. Tegen april komen de poppen uit. De geur van de ontkiemende zaden trekt de vlieg aan en ze legt haar eitjes in clusters af op de plekken waar zaden kiemen. “Dat is een groot nadeel. Maar ook hier geldt dat het ene jaar het andere niet is. Er is een groot jaareffect.”Ook pootgoedteler Marien Verhage in Emmeloord (zie kader onderaan dit artikel), die de niet-kerende grondbewerking enthousiast heeft omarmd, zit met de vraag of de toegenomen biodiversiteit niet ook nadelen heeft. “Bekend is dat luizen kunnen overwinteren in houtwallen. Kunnen ze dat ook in een weelderige groenbemester?” Lees verder onder het kader. Do’s en don‘ts gereduceerde grondbewerkingDo’s
► Laat het land zolang als mogelijk bedekt in de winter, maar houd rekening met het zaaitijdstip, zeker van fijnzadige gewassen. Bedekte grond zorgt ook voor onkruidonderdrukking.
► Wees alert op onkruid. Zorg voor minimaal twee onkruidbestrijdingsstrategieën (chemisch/mechanisch).
► Meer geduld in het voorjaar omdat de toplaag langer vochtig blijft.
► Investeer in aangepaste zaaimachines (schijfkouters).
► Zorg voor een erg lage bodemdruk, omdat je storende lagen niet helemaal weg kunt werken met de hoofdgrondbewerking.

Don’ts
► Kies geen grasgroenbemester, omdat deze alleen met een glyfosaatbespuiting weg te werken zijn.
► Pas op met graangroenbemesters te laat te verwerken. Dit ter voorkoming van uitstoeling en daarmee stugge stoppelresten.
► Denk niet dat ploeg of spitmachine kunnen worden vervangen door maar één werktuig voor hoofdgrondbewerking voor alle gewassen.
► Verwacht niet dat de opbrengsten van alle gewassen na twee jaar op hetzelfde niveau zitten als voorheen met ploegen of spitten.Trits aan voordelenMaar hoe lastig het ook is het goed in de praktijk te brengen, gereduceerde grondbewerking heeft wel wat te bieden. Een landbouwsysteem met een gereduceerde grondbewerking is in potentie beter bestand tegen een veranderend klimaat dan een conventioneel systeem waarbij de grond jaarlijks geploegd wordt, zegt Van Balen. Tegenover de nadelen van meer onkruid, een slechter zaaibed, hogere plaagdruk, en soms een dip in de opbrengst, noemt hij een hele trits voordelen die zich laten samenvatten als robuustere bodem. Om bij de klei te blijven: bescherming van de toplaag, meer biodiversiteit onder- en bovengronds, meer doorlopende bioporiën, hogere aggregaatstabiliteit, hoger gehalte organische stof, meer/langer groenbemesters (klei), lagere kosten/minder brandstof, hogere draagkracht. Lees verder onder de foto. Wintervoor ploegen is een eenvoudige en zekere stap naar een goed zaaibed. De potentie van een gereduceerde grondbewerking in een veranderend klimaat lijkt echter groter dan met ploegen, klinkt het in Lelystad. - Foto: Mark PasveerLastig te kwantificerenWat wel lastig is, is dat de voordelen in veel gevallen niet zijn te kwantificeren, jaareffecten zijn vaak groter dan systeemverschillen. Minder brandstofverbruik bij gereduceerde grondbewerking? “We hebben dat beperkt gemeten”, zegt Van Balen. “Het is natuurlijk wel logisch. Het komt ook uit de internationale literatuur. Maar wat dan weer een grappige conclusie is, is dat je bij zomergerst zaaien na minimale grondbewerking verwacht dat meer brandstof wordt gebruikt, doordat het zaaikouter wat meer weerstand zal ondervinden. Echter bij niet ploegen is minder sprake van insporing, minder bulldozeren van grond voor de banden, waardoor het brandstofverbruik juist weer wat lager is. Die mindere insporing door meer draagkracht kan wel 10% brandstof schelen.”Pootgoedteler Verhage kan ook niet in cijfers aangeven hoeveel draagkrachtiger of biodiverser zijn grond is geworden of wat het effect is op zijn dieselverbruik. En zeker ziet hij de complexiteit van hoe alles op elkaar inwerkt. “Maar als je ziet hoe het aardappelen poten in een geklepelde groenbemester gaat... fantastisch.” Lees verder onder de foto. Marien Verhage: "Juiste timing van bewerkingen is belangrijk." Gegevens over het bedrijf van Verhage: 20 à 30% afslibbaar, 1/3 pootaardappelen, 1/3 wintertarwe, 1/6 tulpen en 1/6 zaaiuien. - Foto: Ruud Ploeg‘Met veel meer gepuzzel veel betere grond’Marien Verhage in Emmeloord (Fl.) heeft zeven jaar geleden de ploeg aan de kant gedaan.
Dat was om een eind te maken aan opploegen van zand op plekken dat de kleilaag het dunst was, en om meer organische stof boven in de bouwvoor te houden. Eerst is hij toen gaan krukasspitten. “Tegenwoordig zou je de ecoploeg pakken. Hoe dan ook, met spitten konden we tegelijk redelijk ondiep werken en het land luchtig vlak wegleggen. We hadden in die eerste jaren nog het gevoel dat het land los moest worden gemaakt. Dat stoppen met ploegen kon ook omdat we al in 2009 witlof en wortelen uit het bouwplan hadden gedaan. Bieten al eerder. Ploegen om sporen weg te werken hoefde dus ook niet.” Inmiddels worden aardappelen direct gepoot in een geklepelde en gefreesde groenbemester.

‘Grond luchtig’
Nu, na zeven jaar ervaring met niet-kerende grondbewerking en jaarrond bedekte grond, kan Verhage twee dingen duidelijk zeggen. Ten eerste dat zijn grond veel beter is geworden. “Het was hier met 20 tot 30% afslibbare klei al goed, maar als ik nu toch zie hoe gemakkelijk die grond nu is, hoe luchtig. Niet meer de vieze grond die je vroeger met ploegen van onderen kon halen. Afgelopen voorjaar was het heel duidelijk. Waar ik op geploegde grond met een hamer amper een kluit kon stukslaan, kwam de onbewerkte grond mooi rul onder de groenbemester uit. Als ik ik het voorjaar later ben, is dat hooguit twee à drie dagen.“

‘Wekelijks met de schop langs percelen’
Het tweede wat Verhage duidelijk is geworden is dat het een heel gepuzzel blijft om het qua grondbewerking precies goed te doen. Vroeger was het ploegen en één keer bewerken met de kopeg. “Dat was een gemakkelijk recept. Nu gaat het om de precies de goede groenbemester na en voorafgaand aan andere gewassen. Groenbemester zoals Terralife na tulpen of graan kunnen zich sterk ontwikkelen. Ben je te laat met klepelen, dan kan je bij een vervolgteelt last hebben van verhoute stengel- of worteldelen. Juiste timing is belangrijk. Om dat goed te doen ga ik wekelijks met de schop mijn percelen langs.”‘Verdwijnen van glyfosaat verlies voor het systeem’Niet-kerende grondbewerking (nkg) of gereduceerde wordt lastiger als dat zonder glyfosaat zou moeten. Hoeveel lastiger is moeilijk te zeggen. Sommigen zeggen dat dat zonder glyfosaat amper denkbaar is. Daartegenover zijn er bioboeren die het zonder het middel redden.
Onderzoeker Janjo de Haan van WUR ziet een verdwijnen van glyfosaat niet meteen als de doodsteek voor gereduceerde grondbewerking. “In negen van de tien jaar dat wij er mee bezig zijn, is het niet nodig geweest. We kunnen in principe zonder. Het is niet per se elk jaar nodig voor goede resultaten, zou je kunnen zeggen.“
Evenzogoed ziet De Haan het verdwijnen van glyfosaat wel als een verlies voor het systeem van gereduceerde grondbewerking . “In mijn beleving moeten we glyfosaat houden als achtervang. Mocht het wegvallen dat gaat het ongetwijfeld meer werk kosten om onkruidprobleempjes op te lossen.

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Sectornieuwsbrief Akkerbouw


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.