Fosfaatrechtdiscussie uitgeschaard vee duurt voort

Foto: Penn Communicatie/Marten Sandburg
Van wie zijn de fosfaatrechten van vee dat op 2 juli 2015 uitgeschaard was? Dat is een vraag die veel veehouders bezighoudt sinds de invoering van de fosfaatrechten. De kortgedingrechter heeft hierover 3 nogal verschillende uitspraken gedaan.Een heet hangijzer bij de toekenning van de fosfaatrechten, is de situatie van uitgeschaard vee. Bij wie stond het vee op de min of meer willekeurige referentiedatum van 2 juli 2015? De datum die bepalend is voor de omvang van de veestapel op een bedrijf en de daarbij behorende hoeveelheid fosfaatrechten die dat bedrijf toegekend krijgt volgens de Meststoffenwet.3 uitspraken kort gedingDoor 3 uitspraken in kort geding van de rechtbank Noord-Nederland in Leeuwarden ontstaat er nu een klein beetje duidelijkheid over wie zich de eigenaar van de fosfaatrechten mag noemen bij uitgeschaard vee. Complete duidelijkheid is er niet; de uitspraken wijzen namelijk niet één kant op.Dat de gestelde referentiedatum van 2 juli 2015 wellicht problemen zou kunnen opleveren bij uitgeschaard vee, heeft de wetgever wel voorzien. Alleen levert de regelgeving die daar vervolgens voor is opgesteld, de nodige problemen op.Rechtzetten van situatie ontstaan door uitscharenOm te voorkomen dat veehouders bij het uitscharen van hun vee fosfaatrechten kwijtraken, geeft de wetgever de mogelijkheid dat de uitscharende en inscharende partij de ontstane situatie van 2 juli 2015 kunnen rechtzetten. Voorwaarde is echter wel dat beide partijen voor het overdragen van fosfaatrechten daarmee instemmen.3 verschillende zakenDeze constructie is een uitnodiging tot meningsverschillen. In alle 3 de zaken in Leeuwarden zijn in- en uitschaarders het oneens over wie de fosfaatrechten toekomen. In alle gevallen wil de inschaarder de rechten zelf houden en niet overdragen aan de uitschaarder.Het zijn 3 verschillende zaken die elk een ander oordeel van de kortgedingrechter opleveren. In een geval blijven de rechten bij de inschaarder, in een andere zaak moeten de rechten over naar de uitschaarder en in de derde zaak worden de fosfaatrechten naar rato verdeeld.Toch geven de uitspraken wel enige handvatten wanneer wie de fosfaatrechten behoort te krijgen:Bij een langdurende overeenkomst volgt er een verdeling naar rato. Hierbij is de referentiedatum dus eigenlijk opgerekt naar een jaar.Bij een goed geformuleerde schriftelijke overeenkomst
partijen gaan alle fosfaatrechten naar de uitschaarder.Bij een eenmalige kortdurende afspraak – waarbij de uitschaarder bovendien ook nog zijn bedrijf beëindigd heeft – blijven de rechten bij de inschaarder.Verdeling fosfaatrechten naar ratoAls beide partijen een langer durende, vaste afspraak hebben, lijkt de rechter te kiezen voor een verdeling naar rato van de rechten, blijkt uit een uitspraak van 28 maart. In deze zaak gaat het om een melkveehouder, die een afspraak had met een veehouder, dat hij tussen mei 2015 en oktober 2015 38 pinken zou onderbrengen bij die veehouder.Volgens de kortgedingrechter gebeurde dat in- en uitscharen van vee tussen partijen volgens vaste afspraak; ook in 2016 en 2017 was er een dergelijke afspraak. 5 maanden per jaar stond er jongvee bij de inscharende veehouder. De kortgedingrechter is daarom van mening dat de fosfaatrechten voor de 38 pinken naar rato verdeeld moeten worden tussen de partijen. De inscharende moet zorgen dat 22 stuks rundvee alsnog in het I&R-systeem van de uitscharende melkveehouder worden opgenomen, zodat de bijbehorende fosfaatrechten aan de uitscharende melkveehouder overgaan.Fosfaatrechten naar uitschaarderOp 29 maart deed de kortgedingrechter uitspraak in een zaak tussen 2 melkveehouders en opfokker van jongvee. In mei 2015 waren partijen overeengekomen onder te brengen bij de opfokker. Daarvoor hadden ze een schriftelijke overeenkomst gesloten. In die overeenkomst hadden de melkveehouders de volgende zinssnede opgenomen: ‘mochten er tussentijds veranderingen komen vanaf het ministerie oid bijv dierrechten of vergoedingen in geval ruiming (MKZ of andere ziekten) dan zijn deze voor … (naam melkveehouders).’ Volgens de melkveehouders hebben ze met deze zinsnede ook de fosfaatrechten beoogd. Volgens de rechter bestond er op het moment van het sluiten van de overeenkomst een reële mogelijkheid dat de overheid ter bescherming van het milieu met maatregelen zou komen die zouden kunnen leiden tot productiebeperking. Daarom had volgens de kortgedingrechter de opfokker uit die zinsnede redelijkerwijs kunnen en moeten opmaken dat de tekst ruim moest worden opgevat.Daarom concludeert de rechter dat de overeenkomst tussen partijen moet worden nagekomen. De opfokker wordt verplicht mee te werken aan de overgang van de fosfaatrechten via het I&R-systeem naar beide melkveehouders, voor zover het gaat om de fosfaatrechten die hij heeft gekregen voor het stallen van het jongvee van beide melkveehouders, respectievelijk 1.212,9 kilo en 354,6 kilo . Mocht de opfokker niet aan deze eis voldoen, zal hij respectievelijk een dwangsom van € 225.000 en € 75.000 aan de melkveehouders moeten betalen.Fosfaatrechten blijven bij inschaarderEen paar weken eerder, op 14 maart, kwam de kortgeding rechter tot een geheel andere uitspraak. De inschaarder mag de fosfaatrechten behouden. In deze zaak gaat het om een melkveehouder die met een rundveehouder heeft afgesproken dat er in de periode mei/juni 2015 tot en met medio oktober 2015, 25 pinken van de melkveehouder bij de rundveehouder worden ondergebracht. De melkveehouder heeft ondertussen zijn bedrijf beëindigd omdat hij plannen heeft om te emigreren naar Canada. Hij eist de fosfaatrechten op om ze te gelde te maken en van dat geld melkquotum in Canada te kopen.De rechter oordeelt dat de Meststoffenwet een regeling heeft over in- en uitgeschaard vee die gebruikt kan worden om de veestapel binnen het bedrijf van de eigenaar op peil te houden. Dat speelt dus niet voor deze melkveehouder. Dit feit vindt de rechter een factor van belang in zijn afweging. De melkveehouder wordt namelijk niet door de gang van zaken belemmerd in zijn bedrijfsvoering in Nederland. Bovendien is de regeling niet bedoeld om een veehouder een geldelijk voordeel te verschaffen, stelt de rechter. Dat de veehouder nu meer fosfaatrechten heeft en daarmee een voordeel heeft, is volgens de kortgedingrechter het gevolg van een bewuste keuze van de wetgever bij het opstellen van deze wetgeving.Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









