‘Eigenlijk zijn we nog te jong om te stoppen’

Theo Lemm: "Eigenlijk zijn we nog te jong om te stoppen". Foto: Michel Zoeter
Melkveehouders Theo (57) en Yvonne (55) Lemm uit Zevenaar hebben zich aangemeld voor de stoppersregeling. Het was een weloverwogen stap. Toch is het geen gemakkelijk proces dat ze doormaken. Gebeurtenissen buitelen over elkaar heen en het afscheid van het stamboekvee doet pijn.Theo en Yvonne Lemm uit Zevenaar bestieren een van de bijna 500 melkveebedrijven die zich hebben aangemeld voor de stoppersregeling. Ze zagen de regeling aankomen, maar het besluit om te stoppen valt zwaar. Vooral het afscheid van de met veel liefde en zorg gefokte stamboekkoeien doet zeer.“Samen met LTO zijn we twee maanden bezig geweest om onze koeien (gemiddelde productie 11.000 kilo) in Nederland te houden. Dat zou mooi zijn voor de Nederlandse veehouderij en dan kon ik ze nog een keer gaan opzoeken. Het is helaas niet gelukt. Nu gaan ze naar een bedrijf op vier-en-een-half uur rijden van hier. Die afstand is lastig. Toch gaan we ze daar wel een keer opzoeken”, vertelt Theo.Waarom hebt u besloten om mee te doen?“Er zijn diverse redenen te noemen: we hebben geen opvolger, we hebben beide last van gezondheidsklachten en dan hebben we nog te maken met een reeks processen die spelen in ons gebied waar we tegenaan lopen: de dreiging van nieuwe natuur, invulling van de Kaderrichtlijn water, Natura 2000, peilverhoging, scheurverbod en een vrijwillige kavelruil. Daarbij konden we onze grond verkopen aan de provincie, ook om ruimte te scheppen voor kavelruil.”Theo Lemm: "Eigenlijk zijn we nog te jong om te stoppen". Foto: Michel ZoeterHet hing dus wel al een beetje in de lucht dat jullie binnenkort zouden stoppen?“Het was geen uitgemaakte zaak. Eigenlijk zijn we nog te jong om te stoppen. Daarbij speelt ook dat we mede dankzij mijn ouders dit bedrijf hebben kunnen opbouwen tot wat het nu is. Vorig jaar februari is mijn moeder wel overleden, maar mijn vader leeft nog en woont dichtbij. Het voelt niet fijn om, nu wij alles in handen hebben, er zomaar de stekker uit te trekken. De gezondheidsklachten en de fosfaatdiscussie hebben echter wel wat in gang gezet. Toen wij begrepen dat de regeling er zou komen en hoe die er uit zou gaan zien, hebben wij besloten mee te doen.” Wat gaf de doorslag?“Dat we – mede dankzij goed advies van en overleg met diverse mensen – op een gunstige manier zouden kunnen stoppen, al is er nu enige onzekerheid over de vraag of we mee kunnen doen, plus het feit dat anderen in de sector hierdoor weer verder kunnen. Ondernemen in de Nederlandse melkveehouderij wordt toch al steeds moeilijker.”Lees ook: Stormloop stoppersregeling, eerste inschrijving volBij u geen gemopper op of geklaag over grote groeiers die het met hun gedrag voor de anderen veel moeilijker hebben gemaakt. Dat wordt wel eens gehoord.“Het is dat wij geen opvolger hebben, anders hadden wij er twee of drie jaar geleden ook twintig tot dertig koeien bij gezet. We hadden grond genoeg en kwamen ook met ons fosfaat prima uit. Ik zit op 47,4 kilo fosfaat per koe, die 11.000 kilo melk produceert. We produceren 232 kilo melk per kilo fosfaat. Misschien hadden we iets minder jongvee moeten aanhouden, maar dat was het dan. Als er een opvolger was geweest die er tachtig koeien bij had gezet, dan had ik gezegd: dat lijkt me niet verstandig, maar het was zijn beslissing geweest. Toch neem ik mensen op individueel niveau niets kwalijk. Wel was het misschien beter geweest als twee jaar geleden iedereen een koe had ingeleverd en zich wat meer had ingehouden.”
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









