‘Duitse mester verlangt voorspelbare biggen’

Foto: Bert Jansen
Handelaar Rob Thijssen bepleit meer openheid in de biggenhandel. “Ga niet gokken door biggen die niet 100% zijn zonder overleg toch te leveren.”Bij varkenshandel Thijssen Drost zit vrijdagmiddag 16.00 uur het werk er nog niet op. Twee vrachtwagens staan op het terrein achter het kantoor. Een derde wagen, met vleesvarkens, staat klaar voor vertrek. De broers Rob en Geert Thijssen zijn samen met compagnon Gerard Drost op kantoor. Rob Thijssen is verantwoordelijk voor de biggenhandel. Hij vertelt dat het bedrijf twintig jaar geleden startte met biggenexport naar Duitsland. Een keuze waar hij geen spijt van heeft. De Duitse vraag naar biggen blijft groeien en het bedrijf heeft een flink aantal vleesvarkenshouders in Duitsland die trouw de biggen afnemen. Dat vindt Rob Thijssen belangrijk: “Wij investeren in onze klanten door ze niet alleen te bezoeken als biggen nodig zijn, maar ook tijdens de mesterijfase. Het gebeurt soms dat een mester geen biggen meer wil van een bepaalde fokker. Ik vind het belangrijk dat hij dan wél biggen bij ons blijft kopen. Dat lukt gelukkig ook vaak.”Nederland exporteerde afgelopen jaar 4,33 miljoen biggen naar Duitsland. Daarvan komt 10% voor rekening van Thijssen Drost. Van alle Nederlandse exportbiggen gaat ongeveer driekwart naar Duitsland.Rob Thijssen (41) is mede-eigenaar van varkenshandel Thijssen-Drost bv in Leunen (L.). Het bedrijf verhandelt vleesvarkens, zeugen en biggen en bemiddelt tussen de vleesvarkenshouder, de slachterij en de biggenproducent. Rob Thijssen is bij het bedrijf verantwoordelijk voor de biggenhandel.Werpt het gezamenlijke plan van de toenmalige bond van handelaren en het opgeheven productschap om meer exportbiggen in Duitsland af te zetten zijn vruchten af?“Ja, dat is tenminste wel mijn ervaring. Ondanks de hoge prijzen begin dit jaar blijft de vraag naar biggen in Duitsland goed. Uit Zuid-Duitsland ontstaat ook vraag, merken wij. Daar blijft het aantal zeugenbedrijven afnemen. Een ontwikkeling die komende jaren doorzet. In dit deel van Duitsland liggen kansen voor de Nederlandse biggenexport.”Zuid-Duitsland wil toch vooral biggen van Duitse herkomst?“Zeker niet alleen. Het is inderdaad waar dat de kleinere, regionale vleesverwerkers in dit deel van Duitsland varkens willen die in Duitsland zijn geboren. Daarnaast gaat een groot deel van de vleesvarkens naar de grote, exporterende varkensslachterijen. Daar hebben ze geen probleem met het feit dat het varken niet in Duitsland is geboren. Ik verwacht daarom dat de vraag uit Zuid-Duitsland blijft, ook als later dit jaar het biggenaanbod weer groeit.”Kunnen jullie wel iedere vleesvarkenshouder op tijd leveren?“Nee, momenteel niet. Een vleesvarkenshouder die biggen wil van zijn vaste vermeerderaar moet soms een week wachten. De zogeheten najaarsdip bij de zeugen speelde in 2016 een prominente rol op de bedrijven met als gevolg dat de eerste maanden van dit jaar het biggenaanbod merkbaar kleiner is. Dat zie je terug in de prijs. Wat je in dit geval niet moet doen, is de biggen lichter afleveren. De biggen die wij half maart naar Duitsland exporteerden, wogen gemiddeld nog 28 kilo of meer. Als je op aflevergewicht de teugels laat vieren, gooi je je eigen ruiten in. Het startvoer dat de Duitse vleesvarkenshouders aan de biggen geven is ongeschikt voor dieren van gemiddeld 23 kilo. De lichtere biggen in zo’n koppel zijn nog niet toe aan dit startvoer. Het gevolg is een tegenvallende voeropname, achterblijvende groei en uiteindelijk een ontevreden mester.”De biggenopfok is op veel zeugenbedrijven een knelpunt. Kunnen jullie vermeerderaars allemaal biggen leveren van 28 kilo?“Ja, dat lukt heel goed zelfs. Onze klanten die biggen naar Duitsland exporteren hebben allemaal genoeg stalruimte om zware biggen te produceren. Iedere fokker heeft daar op zijn manier een oplossing voor gevonden. De ene vermeerderaar huurt extra biggenplaatsen. Een andere vermeerderaar kiest ervoor om de stal voor vleesvarkens te gebruiken als verlengstuk van de biggenstal. ‘Met de vitaliteit van biggen en het aflevergewicht is de afgelopen jaren vooruitgang geboekt’.Gaat de biggenexport naar Duitsland dan feilloos?Nee, zover is het niet. Met de vitaliteit van biggen en het aflevergewicht is de afgelopen jaren vooruitgang geboekt. Vooral op het punt van transparantie is nog verbetering nodig. Een voorbeeld: een zeugenhouder kan niet zonder vooroverleg tijdelijk een andere eindbeer gebruiken om te proberen of deze vitalere biggen geeft in het kraamhok. Wij als handelsbedrijf en ook de mester willen niet achteraf tot de ontdekking komen dat er veranderingen zijn met de genetica en/of vaccinaties. Het mag voor de mester geen verrassing zijn wat voor big hij in de stal krijgt. De Duitse mester verlangt voorspelbare biggen. Als een mester biggen krijgt van 23 kilo, terwijl hij dieren verwacht van 30 kilo dan begint het gedoe.”Wat voor gedoe komt er dan?“Een Duitse mester vertellen dat de biggen een paar dagen later komen omdat een griep door het koppel ging en de kuur nog niet is afgerond, is geen punt. Het is levend materiaal. Daar heeft een boer echt wel begrip voor. Een vleesvarkenshouder begrijpt dat de biggen niet 52 weken per jaar tiptop kunnen zijn. Het zijn dieren. Door vooraf te reageren als dingen anders lopen dan normaliter, is er altijd een oplossing te vinden. Dat is mijn ervaring. Desnoods doen we een koppel biggen – ter overbrugging – in een eigen stal. Maar ga als zeugenhouder niet gokken door biggen die niet 100% zijn toch zonder overleg te leveren. De kans dat hierdoor handelsrelaties stuklopen is groot.”Antibiotica is zo’n punt. Merken jullie dat het gebruik daarvan aan banden ligt in Duitsland?“Dat is absoluut het geval. De invloed van de controlerende overheidsdierenartsen is groot in Duitsland. Zij zitten er bovenop om het gebruik van antibiotica terug te dringen. Het gevolg is dat veehouders minder snel naar antibiotica grijpen als ze het niet vertrouwen met de diergezondheid. Als ze dan alsnog gaan kuren, is het nogal eens te laat. In 2016 hebben we daardoor meer claimkosten betaald dan de jaren ervoor. Het is dus belangrijker om van tevoren de mester op de hoogte te brengen van de gezondheidsstatus van de biggen en dat een kuur bij opleg is aan te bevelen. De vermeerderaar is degene die dat kan aangeven. Hij heeft de biggen vanaf de geboorte meegemaakt.”‘Slachterij beloont juist de boeren die varkens leveren met gering risico voor de voedselveiligheid’.Zijn er nog meer aandachtspunten op gezondheidsgebied?“Jazeker. De salmonellabesmetting is een punt dat een steeds grotere rol speelt bij de levering van biggen in Duitsland. De slachterijen willen geen varkens in categorie 3 door de salmonellabelasting. Een aantal slachterijen kiest voor prijsaftrek als varkens in categorie 3 zitten. Westfleisch betaalt juist een premie voor varkens als deze in categorie 1 of 2 (laag of gemiddeld risico, red.) zitten. Deze slachterij beloont juist de boeren die varkens leveren met gering risico voor de voedselveiligheid. Een vleesvarkenshouder merkt het dus direct in zijn portemonnee als de salmonelladruk groot is en logistiek is het ook een probleem voor hem. Hij kan de varkens alleen aan het eind van de dag leveren en soms op bepaalde dagen helemaal niet. Het komt steeds meer voor dat mesters na opleg van de biggen bloed laten tappen als zij problemen hebben met salmonella. Dan staat vast of de dieren in aanraking zijn gekomen met salmonella. Om de salmonellastatus van de te leveren biggen in beeld te hebben, laten we regelmatig controles uitvoeren op de vermeerderingsbedrijven. In Nederland leeft het salmonellavraagstuk nauwelijks onder varkenshouders. In de export wordt dit steeds belangrijker. Dat is iets wat exporterende zeugenhouders serieus moeten nemen.”In Duitsland is veel te doen over castratie. Onverdoofd castreren houdt op vanaf 1 januari 2019. Wat betekent dit voor exportbiggen?“Dat vind ik nog lastig te zeggen. Volgens de voorstellen moet in Duitsland een dierenarts de biggen verdoven per 2019. Dat zal dan zomaar € 4 per big kosten. De Duitse varkenshouderij wil dat deze regels ook voor importbiggen gaan gelden. Ik kan mij niet voorstellen dat deze plannen doorgaan. Zoveel geld is er niet in de varkenssector. Een vermeerderaar kan geen € 4 per big kosten maken voor castratie en in de mesterij is de marge onvoldoende om zoveel geld extra te betalen voor een big.” Vormt de Duitse regelgeving een kans of bedreiging voor de Nederlandse biggenexport?“Ik denk een kans. De toenemende regeldruk in Duitsland doet steeds meer, vooral kleinere zeugenhouders besluiten te stoppen. Ook is nieuwbouw vrijwel onmogelijk in Duitsland. Mijn inschatting is dat de vraag naar biggen blijft toenemen.”Lees ook: Duitse varkenshouderij niet tevreden met opties castratie biggen
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









