‘Domeinkaarten digitaal maken was een goede zet’

Foto: Lex Salverda

Foto: Lex Salverda


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Precisielandbouw is in de ogen van Pim Sturm de toekomst, maar de fase van data verzamelen en gewasbehoeften kwantificeren is nog lang niet voorbij.Pim Sturm in de Wieringermeer heeft zijn eerste jaar als NPPL-deelnemer erop zitten. Corona heeft volgens de akkerbouwer behoorlijk roet in het eten gegooid, daardoor is hij minder ver gekomen dan gehoopt. Wat hij van dit jaar wel leerde, is dat domeinkaarten van de Wieringermeer dezelfde informatie opleveren als de bodemscans. Daarom stelt hij dat het digitaliseren van bestaande bodemkaarten een uitkomst is bij het maken van taakkaarten.Sturm heeft nog steeds hoge verwachtingen van precisielandbouw en merkt op dat regionale erfbetreders hun kennis hebben vergroot. CAV Agrotheek sloeg zijn slag met bodemvochtsensoren en het wachten is nu nog op duidelijkheid omtrent pulserende spuitdoppen.BodemscansEind maart 2020 liet Sturm op een proefperceel van 12 hectare, waar hij later uien zou zaaien, de bodem scannen door Eddie Loonstra van bodemadviesbureau Loonstra & Van der Weide. Op initiatief van expert Koen van Boheemen van Wageningen UR zijn tevens beschikbare domeinkaarten gedigitaliseerd. “Daarmee hebben Koen en mijn medewerker Martijn een grote stap gezet. De data komen overeen. Voor mij is duidelijk dat de bodemscan van Loonstra betrouwbaar is, maar ook dat we de domeinkaarten zelf kunnen gebruiken.”Volgens Sturm hebben akkerbouwers in de Wieringermeer de beste informatie dus al in huis. “Ook als je satellietwaarnemingen en opbrengstmetingen ernaast legt, komen die grondsoorten die op de kaarten zijn aangetekend, er duidelijk uit.”Tekst gaat door onder de fotoPim Sturm bekijkt bestaande kaarten van de Wieringermeer. Kaarten van Domeinen leveren volgens hem goede bodeminformatie. - Foto: Lex SalverdaVariabel bemestenBegin april 2020 heeft Sturm uien gezaaid, overigens niet variabel, op een proefperceel waarvan hij toen al wist dat het percentage lutum varieert van 10 tot 20%. Door variabel te bemesten wilde hij de groei van de uien gelijktrekken. Hij startte met de toediening van vloeibare meststof bij het zaaien. Bij een standaardgift van 400 liter N-XT per hectare, is er 20% naar boven en 20% naar beneden afgeweken, van 360 liter (bij 15-20% lutum) tot 440 liter (bij 10-15% lutum). Het plan was om op basis van dronebeelden die biomassa meten tijdens de teelt variabel over te bemesten.Tekst gaat door onder de fotoKijkje in de machineberging. Sturm wil op verschillende fronten plaatspecifiek werken. - Foto: Jan Willem SchoutenExtreme droogteHelaas brak een periode van extreme droogte aan. Sturm: “We hebben niet beregend, omdat dit leidt tot korstvorming. Uiteindelijk was de opkomst wisselend, van 90% op de lichtere stukken tot 30% op de zwaardere delen. Daarna hebben we het plan losgelaten.”We kunnen dit niet in één jaar aantonen, maar voor mij staat vast dat bemesten op maat tot besparing en meer uniformiteit leidtDit jaar gaat Sturm opnieuw van start, omdat hij ervan overtuigd is dat precisielandbouw de toekomst is. Hij bespeurt in de hele regio meer interesse en ook zijn teeltvoorlichter bij CAV Agrotheek neemt een actieve houding aan. “We kunnen dit niet in één jaar aantonen, maar voor mij staat vast dat bemesten op maat tot besparing en meer uniformiteit leidt. Dit willen we duidelijk maken door ook opbrengsten te meten. Hierop kan het bemestingsadvies weer worden aangepast.”Tekst gaat door onder de fotoPim Sturm (44) heeft met zijn broers een akkerbouwbedrijf met 120 ha pootaardappelen, zaaiuien, tarwe, bieten en peen. Daarnaast is hij mede-eigenaar van loonwerkbedrijf Sturm-Jabobs. - Foto: Jan Willem SchoutenAngst voor coronabesmettingUit angst voor coronabesmetting onder het personeel, gooide Sturm al vroeg in het jaar de deur nagenoeg op slot. De focus lag meer op het uitvoeren van geplande werkzaamheden dan bij experimenten. Ook de gebruikelijke bezoeken en gesprekken met deskundigen bleven achterwege, waardoor volgens Sturm ontwikkelingen zijn komen stil te staan. Niet alleen op zijn bedrijf, maar ook bij bedrijven die de tools moeten leveren. “Alles zit bij iedereen in de ijskast”, vat hij zijn bevindingen samen. “Van beeldherkenning en het doorrekenen van logaritmes bij camera’s tot de plaatsing op de DRD-lijst van driftarme doppen.”Camera’sSturm kijk vooral uit naar een camera die na mechanische loofdoding in aardappelen de planten herkent die onvoldoende zijn geraakt. “De camera moet dus het ene groen van het andere kunnen onderscheiden. Dit wordt de input voor een spuitkaart. Als we de juiste planten weten te raken, levert dit een besparing op van 90%.”Overigens houdt de akkerbouwer vast aan het idee dat realtime camera’s de toekomst hebben. Het vliegen met drones is volgens hem slechts een tijdelijke oplossing.Camera’s op de machine zijn ook nodig voor een betrouwbare oogstmeting. “Nu werken we met sensoren op de rooimachine die het gewicht van de tulpen registreren. Wegen werkt ook bij graan, dat is een schoon product. Bij aardappelen en peen moet het anders. WUR is hiermee bezig, maar ook Grimme. We houden het in de gaten.”Tekst gaat door onder de fotoSturm-Jacobs (120 hectare, 3 locaties) verricht werkzaamheden in akkerbouw, vollegrondsgroente en bollenteelt. In de werkplaats worden machines gebouwd en omgebouwd. 20 hectare rond het loonbedrijf wordt verhuurd aan Vertify voor proeven in akkerbouw en vollegrondsgroenteteelt. - Foto: Jan Willem SchoutenNieuwe generatie driftarme spuitdoppenSturm staat te springen om een nieuwe spuittrekker op te bouwen. Maar eerst moet duidelijk worden of een nieuwe generatie driftarme spuitdoppen gelegaliseerd wordt. “Ik wil graag met luchtondersteuning spuiten, maar afgelopen jaar kon dat niet, omdat ik de spuitboom, van een trekker die ik overigens pas 3 jaar heb, niet dicht genoeg boven het gewas kan laten zakken. Verder wil ik per dop kunnen aansturen. Nu kan dit alleen per sectie, over 1,50 meter dus.”Tekst gaat door onder de fotoPim Sturm wil dit jaar verder gaan met variabel bemesten op basis van gedigitaliseerde bodemkaarten van Domeinen. - Foto: Lex SalverdaProef met druppelirrigatieSturm houdt het voor mogelijk dat er dit jaar nog een proef met druppelirrigatie wordt aangelegd. “Zowel de CAV als Vertify (voorheen proeftuin Zwaagdijk, red.) hebben hier interesse in. Dit is hier bij een kostbare teelt als aardappelpootgoed eigenlijk helemaal niet zo nieuw. De slangen kunnen relatief eenvoudig worden ingefreesd. Wat nieuw is, is de toevoeging van meststoffen.”In een teelt van uien moeten de slangen volgens Sturm op 10 centimeter diep komen te liggen in verband met schoffelen. “Daar zal 10% opbrengstverhoging ook lukken, maar dat weegt niet op tegen de kosten”, besluit hij.SchoffelrobotAls het vanwege corona weer mag, gaat hij weer graag de boer op. “Dit jaar wil ik me ook oriënteren op schoffelrobots. Ik ben benieuwd wie wat heeft gekocht en waar ze rijden.” De akkerbouwer/loonwerker is er zeker van dat het die kant opgaat. Daarmee doelt hij niet alleen op robots die schoffelen, maar ook op de automatisering van cultivators, spitmachines en woelwerktuigen.Vochtsensoren combineren met AgroExactSander Dekker is specialist precisielandbouw in dienst van CAV Agrotheek in Wieringerwerf. Aanvankelijk ontwikkelde hij zich vooral als dataspecialist bij het maken van taakkaarten en/of de verwerking van opbrengstmetingen gemaakt tijdens het combinen. “Vooralsnog willen klanten grip krijgen op dit soort cijfers door ze te vergelijken. Als we opbrengstgegevens over de bodemkaart leggen, krijgen we informatie over mogelijke oorzaken en dan kunnen we daarop op inspelen.” Toch loopt het met het scannen van percelen nog niet zo hard.
Belangstelling daarentegen is er wel voor de Farm21-bodemvochtsensoren die Agrotheek vorig jaar met een lage instapprijs introduceerde. “Er zijn er zeker 750 verkocht. Maar het zijn geen weerstations, ze meten geen neerslag. Daarom zie ik kansen met de combinatie met een AgroExact-weerstation. Dit bedrijf plaatst weerstations en abonnementhouders betalen alleen voor de data. Er is een start-up gaande. Als bedrijven zich nu aanmelden, bestaat de kans dat het weerstation bij hen op het bedrijf wordt geplaatst.”Tekst gaat door onder de fotoSander Dekker (27), specialist akkerbouw & precisielandbouw bij CAV Agrotheek, ziet de belangstelling voor druppelirrigatie stijgen. - Foto: Peter Roek
Dekker voorspelt meer ontwikkelingen. “Als deelnemer van CropSolutions zien we de belangstelling voor druppelirrigatie stijgen. CAV Agrotheek investeert in kennisontwikkeling en deze is ook in huis binnen CropSolutions. In Noord-Holland komt dit te liggen in het project weerbestendige broccoli, daar faciliteren wij de sensoren. Ik zie lokaal potentie voor irrigatie of fertigatie, maar beregeningsregimes moeten nog worden ontwikkeld.”
Ook komt er beweging in plaatsspecifiek spuiten. In de polder gaat Heyboer, partner van CAV Agrotheek, de boer op met drie nieuwe zelfrijdende veldspuiten waarvan één met pulserende doppen. “Hiermee gaan we komend seizoen plaatsspecifiek toepassen op soms wel teeltbedbreedte.”

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Sectornieuwsbrief Akkerbouw


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.