Directeur NCR: ‘Leden coöperatie gedragen zich vaker als klant’

Foto: Herbert Wiggerman
Coöperaties zijn succesvol als ondernemingsvorm en doen het over het algemeen goed. De wederzijdse dialoog tussen leden en coöperatie kan vaak wel beter stelt Arjen van Nuland, directeur van de Nationale Coöperatieve Raad (NCR).Van de omzet in de Nederlandse agrarische sector loopt 70% via coöperaties. Veevoer, de verwerking van melk, suiker en aardappelen loopt voor een groot deel via coöperaties. Gemiddeld is dat 40% in de EU, alleen in Finland is het coöperatieve marktaandeel groter. Dat er tegelijkertijd ook (veel) kritiek is van leden heeft te maken met de verbinding zoals die tussen leden en coöperatie ervaren wordt, volgens Arjen van Nuland, directeur van de Nationale Coöperatieve Raad (NCR). Leden stemmen met voeten en gedragen zich niet meer als mede-eigenaarNuland: “De coöperatieve bedrijven zijn groter en groter geworden. Dat heeft schaalvoordelen aan de bedrijfskant, maar ook risico’s aan de verenigingskant doordat de afstand tussen leden en bestuurders en tussen leden en bedrijven groter kan worden. Vaak zie je dan ook dat leden zich dan meer als klant gaan gedragen. Ze stemmen met de voeten en gedragen zich niet meer als mede-eigenaar van een bedrijf.” Lees verder onder de foto. Arjen van Nuland (48) is directeur van de Nationale Coöperatieve Raad (NCR). De NCR is de overkoepelende vereniging van coöperaties in Nederland. - Foto: Herbert WiggermanZijn leden van coöperaties kritischer geworden of is dat iets van alle tijden?“Het is vooral een uiting van de andere opstelling van leden. Ten opzichte van hun coöperatie inclusief het bedrijf waar ze de zaken mee doen. En het heeft te maken met de stemming in de sector. Externe factoren zoals lage prijzen worden gezien als bedreiging voor je eigen bedrijf. Dat uit zich dan in kritiek op bestuurders van het coöperatiebedrijf waar je zelf in feite eigenaar van bent. Je gaat je gedragen als ontevreden klant, maar wel van je eigen bedrijf. Dat zie je toenemen ja. In de land- en tuinbouw, maar ook bij andere coöperaties.”Als er kritiek is van leden dan komt ook de (vermeende) afstand tussen leden en bestuurders aan de orde. Bestuurders luisteren niet genoeg naar hun leden en zouden niet meer weten wat er speelt op boerenbedrijven. Is die kloof iets wat vooral speelt bij grote bedrijven?“Dat speelt bij alle soorten coöperaties en staat in principe los van de omvang. Het belang van een coöperatie is niet altijd een op een gelijk aan het belang van een individueel lid. Het raakt in de eerste plaats aan de verschillende relaties die leden hebben. Een coöperatie is in beginsel een vereniging met een gezamenlijk doel. Leden hebben daarbij drie relaties. Dat zijn zeggenschap, zakelijke transacties en financiering. In de beginjaren waarin coöperaties zijn opgericht waren die drie onderdelen heel sterk aan elkaar gekoppeld. In het bestuur zaten mensen die je kende uit hetzelfde dorp, alle melk of andere producten gingen naar de coöperatie om verwerkt te worden. En samen met de andere leden in het dorp werd de boel gefinancierd. Dat is nu totaal anders geworden met allerlei bestuurslagen tussen de leden en het bestuur zoals ledenraden waarbij de zeggenschap steeds getrapter is geworden. De balans tussen de verschillende relaties die leden hebben, is daarbij anders geworden. Kijk naar leveringsplicht of verplichte afname van producten. Dat is heel verschillend geregeld.”Een sterke coöperatieve structuur leidt tot betere prijzen en minder volatiliteitHeeft een coöperatie dan nog wel toegevoegde waarde voor de leden?“Ja, en dat blijkt uit de cijfers. Coöperaties hebben het in de agrarische sector in het algemeen goed gedaan. Ongeveer 70% van de agrarische omzet in Nederland loopt via coöperaties. Alleen in Finland is dat aandeel hoger, in de EU is dat veel lager. Uit Europees onderzoek van onder meer Krijn Poppe blijkt dat een sterke coöperatieve structuur over het algemeen leidt tot betere prijzen en minder volatiliteit (prijsschommelingen) en dat heeft de land- en tuinbouw in Nederland veel gebracht. Een ander pluspunt is dat er op die manier wordt geïnvesteerd in innovaties en daarmee continuïteit voor de lange termijn. Daarmee staat er ook een bedrijf voor volgende generaties. Als keerzijde van de steeds grotere bedrijven kun je vaststellen dat de afstand van leden tot het bedrijf ook groter wordt. Daarin speelt met name de communicatie in de vereniging een grote rol en de verbinding tussen de vereniging en het bedrijf.”De communicatie moet beter dus?“De communicatie moet passen bij de boodschap die je hebt en het ledenbestand. En dat is ontzettend lastig geworden. Het ledenbestand is zeker bij de landelijke coöperaties heel heterogeen. Er zijn verschillen tussen regio’s, intensiteit van bedrijven, omvang van bedrijven, leeftijd van de leden.”Kunt u dat concreet maken?“Neem FrieslandCampina. Je moet een gemeenschappelijk doel en missie hebben en dat omvat veel meer dan alleen de melkprijs. Het gaat ook om een gezond bedrijf en continuïteit, betrouwbaarheid, leveringszekerheid en afnamezekerheid. Als alleen de hoogste melkprijs het hoogste doel is, komen de andere doelen in het gedrang. In het algemeen kun je stellen dat er steeds meer leden zijn die vooral kijken naar voordeel op de korte termijn, terwijl de lange termijn minstens zo belangrijk is. Daar doen coöperaties zelf overigens aan mee als ze de hoogste prijzen benadrukken in hun communicatie. De missie wordt dan wat eendimensionaal onder druk van de markt.Bij de oprichting van coöperaties was het doel overigens sowieso veel breder. Dat heette dan het behartigen of bevorderen van de stoffelijke belangen van de leden. Stoffelijk is breder dan de korte termijn. Neem Agrifirm, dat heeft recent juist een maatschappelijke component toegevoegd aan de statuten. Coöperaties kunnen juist, doordat leden niet alleen klant of leverancier maar ook eigenaar zijn, een breder doel dienen dan alleen het kortetermijnvoordeel. Leden moeten dat bredere belang natuurlijk wel inzien en dat lukt alleen met een goede communicatie over en weer.” Lees verder onder het kader. De NCR is een vereniging van coöperatiesArjen van Nuland (48) is directeur van de Nationale Coöperatieve Raad NCR. De NCR is de overkoepelende vereniging van coöperaties in Nederland en opgericht in 1934 door coöperaties uit de agrarische sector en verbruikerscoöperaties. Er zijn 125 leden, die samen goed zijn voor 90% van de Nederlandse omzet via coöperaties. Naast agrarische en verbruikerscoöperaties zijn er leden uit de verzekeringsbranche, transport & logistiek, zorg en energie. De NCR is actief als coöperatief kenniscentrum, platform en belangenbehartiger. De dienstverlening richt zich op de collectieve coöperatieve sector en op individuele coöperaties. Dat lijkt niet altijd goed te lukken.“Nee, en daar zijn redenen voor. Belangen zijn sterk veranderd net als de mogelijkheden om informatie te verstrekken en te ontvangen. Nog te vaak ligt het accent van communicatie op het zenden van informatie en te weinig op de dialoog met de leden. En dan niet alleen met de ledenraad maar over de volle breedte moeten leden hun invloed kunnen uitoefenen. Dan is het prima dat de zeggenschap bij een kleinere groep ligt, maar die moeten dan wel breed hun leden consulteren. De coöperatie moet mee en veranderen met de andere behoeften van de leden. Als je gaat investeren in een fabriek in China moet dat gerelateerd worden aan de belangen van de leden. Te vaak is die vertaling lastig of wordt niet goed overgebracht.” Worden leden wel genoeg naar hun mening gevraagd?“Het zal altijd beter kunnen, maar het gebeurt wel degelijk. Wij stellen bij coöperaties vaak aan de leden de volgende drie vragen: Wat is de zorg op uw eigen bedrijf?Welke rol kan de coöperatie hierin spelen?Welke activiteiten horen daarbij?Dat moet richting geven aan de strategie van de coöperatie. Alle bedrijfsinfo is niet altijd volledig te delen, bijvoorbeeld bij grote overnames. Dat heeft te maken met kennis en vertrouwelijkheid.”Onderzoek imago coöperatiesBinnenkort verschijnen de resultaten van een onderzoek bij consumenten over het imago van coöperaties. Het gaat om consumentencoöperaties zoals supermarktketen Coop of verzekeraars. Van Nuland ligt een tipje van de sluier op over de uitkomsten:De coöperatie roept positieve associaties op (samenwerken, lange termijn);Dat positieve gevoel is vaak niet gebaseerd op kennis, ook niet bij leden; Hierdoor zijn consumenten onvoldoende bereid om actief te kiezen voor een coöperatie. Volgens Van Nuland is dat precies wat je ook bij agrarische coöperaties ziet. De grote coöperaties maken vaak te weinig duidelijk wat ze in de breedte betekenen voor de leden. “En als je vooral het bedrijf uitdraagt, dan word je ook zo bekeken door je leden en anderen. Dat is niet altijd te voorkomen. Als je een bepaalde schaal hebt, dan ontkom je er niet aan om ook als een soort belangenbehartiger op te treden.”Past een coöperatie nog wel in deze tijd?“Steeds beter zou ik bijna zeggen, het aantal coöperaties is de afgelopen vier jaar met ruim 30% gegroeid. Dat zijn vooral samenwerkingen van consumenten, bijvoorbeeld voor duurzame energie, en ondernemers. Tegelijkertijd zijn coöperaties inmiddels goed voor 18% van het BNP. Sommige grote verzekeraars zijn nog steeds coöperaties, maar ook Superunie en een winkelketen als Primera. Bij jongeren is het imago goed. Bovendien gaan we steeds meer naar het Rijnlandse denken met meer nadruk op langetermijnvoordeel en zeggenschap van onderuit. Het altijd denken in termen van de hoogste prijs op korte termijn, zeg maar het Angelsaksische neoliberale denken, neemt in belang af. Dus ja, een coöperatie past juist heel goed in deze tijd! Daarbij is wel doorslaggevend dat het belang duidelijk is voor de leden en gedragen wordt. En dat lukt alleen met goede dialoog.”
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









