Dezelfde normen in kortere derogatie

Foto: Hans Banus
De voorwaarden voor bedrijven in het derogatievoorstel zijn vrijwel gelijk aan de vorige derogatie. Belangrijkste verschil is dat de nieuwe derogatie slechts 2 jaar loopt, van 2018 tot en met 2019.Met het voorliggende voorstel voor een nieuwe derogatie kan er toch nog onverwacht een einde komen aan onzekerheid over hoeveel graasdiermest dit jaar op het land mag. Het Nitraatcomité stemt er op 4 april over. Daarna volgt dan doorgaans snel de definitieve beschikking en kan de aanvraagprocedure voor boeren die willen meedoen beginnen. Volgens het voorstel moet het bemestingsplan voor dit jaar uiterlijk eind juni 2018 beschikbaar zijn. Wanneer de aanvraag binnen moet zijn is nog niet te zeggen. Het ministerie van LNV wil voor de stemming geen inhoudelijk toelichting geven op het voorstel. Lees ook: Voorstel EU: Nieuwe derogatie voor 2 jaarVoorwaarden vrijwel gelijkDe voorwaarden voor de nieuwe derogatie zijn voor een groot deel gelijk aan de voorwaarden die golden in de vorige derogatie die eind 2017 afliep. Op bedrijfsniveau onder meer:Minimaal 80% grasland;Derogatie geldt alleen voor mest van graasdieren zoals rundvee (exclusief vleeskalveren), schapen, geiten en paarden; Maximaal 230 kilo stikstof per hectare uit graasdiermest op zuidelijk en centraal gelegen zandgrond en op lössgrond;Maximaal 250 kilo stikstof per hectare uit graasdiermest in de rest van Nederland;Geen fosfaatkunstmest gebruiken op derogatiebedrijf;Bemestingsplan opstellen, voor eind juni 2018 en voor eind februari in 2019;Het bijhouden van een meststoffenregister is ook in deze derogatie opgenomen. Daarin staan de gegevens over areaal, veestapel, hoeveel mest geproduceerd is en gegevens over aan- en afvoer van mest en meststoffen. In de definities wordt bij dit onderdeel gemeld dat het gaat om het werkelijk gebruik en opname van voedingsstoffen;Periodieke mestmonsters, minimaal elke 4 jaar, op perceel niveau. Minimaal 1 monster per 5 hectare;Lagere stikstofgebruiksnormen indien grasland wordt gescheurd voor graslandvernieuwing of de teelt van mais. Voor graslandvernieuwing is dat in 2019, voor de teelt van mais met ingang van 2021 conform het zesde actieprogramma nitraatrichtlijn. Voor derogatiebedrijven gaat dit volgens het Ministerie van LNV al in 2018 in; Geen drijfmest gebruiken in het ‘najaar’ kort voor scheuren grasland.Landelijk gelden in ieder geval de volgende voorwaarden:Handhaving nationale productieplafonds voor dierlijke mest van 504,4 miljoen kilo stikstof en 172,9 miljoen kilo fosfaat;Strenger aanpak voor handhaving mestregels;Onafhankelijk onderzoek naar mestfraude;In kaart brengen van risicogebieden;Meer capaciteit voor inspectie en controles;Invoering van effectieve, proportionele en afschrikwekkende boetes en sancties voor overtredingen en bedrijven die in de fout gaan.Een aanscherping in de handhaving is dat een bedrijf dat in een jaar niet voldoet aan de voorwaarden in het volgende jaar niet mee mag doen met derogatie. Voor de precieze uitwerking is het wachten op de definitieve beschikking van de Commissie.Vragen over handhavingZodra een voorstel voor derogatie eenmaal in het Nitraatcomité ter stemming op de agenda staan worden ze doorgaans, zonder al te veel gedoe en ongewijzigd, aangenomen. Voor goedkeuring is een zogenoemde gekwalificeerde meerderheid nodig. In de praktijk betekent dat er dan wel heel veel tegenstand moet zijn om een voorstel van tafel te vegen. Aan de zorgen van de commissie over de handhaving van de mestregels en al dan niet vermeende fraude met mest is in het voorstel al rekening gehouden. De commissie noemt geen specifieke gevallen of onderwerpen en heeft het over vermoedens van fraude. Tegelijkertijd liggen er nog vragen van een aantal Europarlementariërs naar aanleiding van de I&R-affaire waarop de Commissie nog geen antwoord heeft gegeven.Nitraatcomité stemt op 4 aprilHet voorstel voor de Nederlandse derogatie staat op de agenda van het Nitraatcomité voor 4 april. De Commissie presenteert het voorstel dan aan het Comité en vervolgens stemmen de lidstaten er over. Als een gekwalificeerde meerderheid voor is zal het voorstel vrijwel zeker vastgesteld worden zonder aanpassingen. Voor een gekwalificeerde meerderheid moeten 55% van de lidstaten voorstemmen. De voorstemmers moeten bovendien ten minste 65% van de totale EU-bevolking vertegenwoordigen. Zodra er een definitief derogatiebesluit is, zal dat worden verwerkt in de Nederlandse regelgeving. Dan wordt ook duidelijk wanneer aanvragen van derogatie mogelijk is.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









