Collectief test vergroening in praktijk

Laatst bijgewerkt:
Foto: Ruud Ploeg

Foto: Ruud Ploeg


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Brussel wil het landbouwbeleid ‘groener ’maken. Binnen het Flevolands Agrarisch Collectief (FAC) deden 15 akkerbouwers ervaring op met invulling van vergroeningsmaatregelen met een puntensysteem.In de GLB-pilot Akkerbelt testen negen collectieven vergroeningsmaatregelen uit in de akkerbouw. Brussel wil een groener landbouwbeleid door toepassen van maatregelen die meer bijdragen aan biodiversiteit, bodem, klimaat, waterkwaliteit en landschap. De collectieven vertalen resultaten van pilots in voorstellen van het Nationaal Strategisch Plan (NSP), dat Nederland indient voor uitvoering van GLB 2023 – 2027. De pilots lopen van maart 2019 tot april 2021 en hiervoor is € 9 miljoen beschikbaar. Flevolands Agrarisch CollectiefBinnen het Flevolands Agrarisch Collectief (FAC) nemen 15 akkerbouwers maatregelen die bijdragen aan vergroening van de landbouw. De opgestelde maatregelen komen voort uit een gebiedsproces, waarna FAC samen met Centrum Landbouw en Milieu (CLM) 17 maatregelen heeft beschreven die bijdragen aan het behalen van doelen (zie kader Keuze uit 17 maatregelen in Flevoland). “Wij, onze leden en onze gebiedspartners, vinden dat met verbetering van de bodem in Flevoland de meeste winst te behalen is”, zegt Theo Hogendoorn, projectmedewerker FAC. “Een goede bodem draagt namelijk indirect ook bij aan verbetering van de overige thema’s.” Hogendoorn ziet enthousiasme onder de deelnemers door een ruim keuzemenu aan maatregelen die ook bijdragen aan een goede bedrijfsvoering. “Het aanbieden van veel laagdrempelige, maar effectieve maatregelen, waaraan iedereen kan meedoen, vergroot het draagvlak.” Tekst gaat verder onder de foto en kader Thijs de Jong (30) heeft samen met zijn ouders een gemengd melkvee- en akkerbouwbedrijf in Swifterbant (Fl.) op 90 hectare grond. -Foto's: Ruud Ploeg‘Hoogwaardige akkerbouwgrond is goed te combineren met vergroening’Een efficiënt en bedrijfseconomisch goed draaiend akkerbouwbedrijf kan prima samengaan met vergroening, vindt akkerbouwer Thijs de Jong.

“Zeker als in maatregelen voor vergroening veel aandacht is voor duurzaam bodembeheer”, zegt De Jong, die daarom meedoet aan de GLB-pilot Akkerbelt. “Als je bij de bodem begint, komt de rest vanzelf. Zoals een goede waterhuishouding en optimale mineralenbenutting door je gewassen.”

Hij merkt dat het met de extremere weersomstandigheden van de afgelopen jaren steeds meer een uitdaging is om goede opbrengsten te realiseren. De Jong krijgt punten voor rustgewassen, vroeg oogsten, bufferzones langs sloten en telen van meerjarige gewassen (zoals gras) en vanggewassen. “Dat geldt ook voor aanwenden van ruige mest, waarmee de bodemvruchtbaarheid verbetert. En het zaaien en onderwerken van groenbemesters”, vertelt De Jong, die in de teeltopvolging ook zo min mogelijk grondbewerkingen wil uitvoeren.

Soms knelt regelgeving
Hij ziet nog wel wat knelpunten. “Eigenlijk zijn wij met ons gecombineerde melkvee-akkerbouwbedrijf het ideale kringloopbedrijf. Maar regelgeving over bijvoorbeeld grondgebondenheid en blijvend grasland werkt soms belemmerend. Hetzelfde geldt voor vastgestelde data voor inzaai van groenbemesters of het uitrijden van mest. Bij extreme nattigheid lukt dat niet altijd op tijd en je wilt de bodemstructuur ook niet verpesten”, zegt De Jong, die vindt dat hoge grondprijzen in Flevoland en lage opbrengstprijzen het jonge agrariërs niet gemakkelijk maakt. “Het GLB moet zich meer richten op goed rentmeesterschap en ondernemerschap, in plaats van premies per hectare. Deze GLB-pilot is een juiste stap richting toekomstbestendige landbouw.”

Bedrijfsinfo
130 melkkoeien
35 hectare gras
10 hectare mais
15 hectare pompoenen
10 hectare suikerbieten
10 hectare uien
10 hectare verhuurd voor bloembollenThijs de Jong in Swifterbant heeft bufferzones met kruidenrijk gras aangelegd langs sloten. Dat levert punten op voor biodiversiteit, landschap en water.PuntensysteemAangenomen maatregelen op vijf thema’s: water, biodiversiteit, klimaat, landschap en bodem worden punten toegekend. Dit is gebaseerd op kostprijsberekeningen van maatregelen door Countus. Hierbij is gelet op opbrengstderving, extra arbeid/middelen en risico’s, bijvoorbeeld voor een volgteelt. CLM heeft de beschreven maatregelen gescoord op de bijdragen aan een bepaald doel. Bijvoorbeeld ‘vroeg oogsten’ scoort positief op bodem en water, maar niet op biodiversiteit. “In Flevoland is in de score op doelen aan bodem de wegingsfactor 40% toegekend. Voor biodiversiteit, water, klimaat en landschap zijn dat respectievelijk 25%, 20%, 10% en 5%”, zegt Hogendoorn. In het puntensysteem vult een deelnemer zijn bouwplan in en met hoeveel hectare hij per maatregel gaat deelnemen. Daaruit wordt een puntentotaal berekend per maatregel en per thema, waarvoor een minimaal aantal benodigde punten is vastgesteld. Bij voldoende punten op alle vijf thema’s, krijgt een deelnemer de ecopremie (voorheen vergroeningspremie genoemd) voor alle hectares in gebruik van de deelnemer. Binnen de pilot is gerekend met een ecopremie van € 127 per hectare, vastgesteld in overleg met RVO. “Hoe hoog de ecopremie gaat worden, moet binnen het nieuwe GLB nog worden vastgesteld. De beloning is nu gebaseerd op het dekken van de extra kosten. Het is de vraag of hier voldoende stimulans van uitgaat. Daarom ontwikkelen we graag een systeem dat extra inspanningen beloont.” Tekst gaat verder onder de foto en kader Peter Laan (40) heeft samen met zijn vrouw Anna van der Bijl (37) een akkerbouwbedrijf in Tollebeek (Fl.) op 24 hectare grond.‘We kunnen eerder op het land, dan doe je toch iets goed’Vroeg oogsten, voldoende rustgewassen en in het voorjaar weer vroeg op het land. Dat is in een notendop de strategie van akkerbouwer Peter Laan. Hij vindt het de basis voor groener en duurzamer werken.

Laan boert in Tollebeek op lichte zavel. “In dit gedeelte van de Noordoostpolder loopt het water niet altijd goed weg. In combinatie met klimaatverandering, met soms veel water in korte tijd, geeft dat meer problemen met oogsten”, vertelt Laan. “De trend naar zwaardere oogstmachines voor bieten en witlofpennen versterkt het probleem.”

Voor Laan reden genoeg om zijn bouwplan zo in te richten dat hij zijn gewassen vroeg kan oogsten. “Ik kies voor vroege rassen, zowel in pootgoed als in uien en witlof. Witlof is het laatst geoogste gewas voor 1 november.” Laan krijgt dan ook punten voor vroeg oogsten, rustgewassen, perceelsgrootte (grootste perceel is 7,5 hectare) en het bedekt houden van de percelen.

Groene percelen
Alle percelen in de winter groen houden, kost zaaizaad. Hij zaait in het najaar wintertarwe (NKG) of een groenbemester na de teelt van uien, witlof of pootgoed. “Zelfs na de bietenoogst is dat nog gelukt.” Op langere termijn levert dat een betere bodemstructuur en -vruchtbaarheid op. Net als stro hakselen en onderwerken. “Ik zie meer insecten, zoals bijen en vlinders”, merkt Laan, die in het voorjaar al vroeg het land op kan om te ploegen.

Hij wil ook graag experimenteren met eiwithoudende gewassen. “Maar daarvoor geldt een minimaal % van je areaal en dan kan ik het gewenste bouwplan niet rond krijgen. Misschien kunnen ze dit nog aanpassen, want alle kleine beetjes helpen.” Ook pioniert hij met keuze van groenbemesters, die positief zijn voor de bodem en insecten, maar die geen schadelijke aaltjes vermeerderen.

Bedrijfsinfo
8 hectare pootgoed
4 hectare zaaiuien
4 hectare suikerbieten
4 hectare witlof
4 hectare wintertarwePeter Laan in Tollebeek zaait wintertarwe na de teelt van uien, witlof of pootgoed. Het is een rustgewas en het houdt de bodem bedekt en dat levert punten op voor het verzilveren van de eco-premie.Nieuwe stappen in 2021In Flevoland zijn alle maatregelen getest in de pilot, behalve strokenteelt en mengteelt. “Binnenkort evalueren we de resultaten. We hopen het puntensysteem in een vervolgpilot verder te ontwikkelen. Bijvoorbeeld met een systeem waarbij telers bepaalde maatregelen in samenwerking met hun buurman kunnen uitvoeren voor meer samenhang in het gebied”, zegt Hogendoorn. “We willen in een vervolg de gecombineerde opgave gebruiken voor invullen van het puntensysteem. De boer geeft hierin aan wat zijn bouwplan en volgteelten zijn, waarbij automatisch de punten in beeld komen. Als de score te laag is om de ecopremie te verzilveren, kan hij het bouwplan zodanig aanpassen dat het wel lukt. Bijvoorbeeld door meer bufferzones aan te leggen, een ruimer bouwplan te hanteren of een groenbemester te kiezen die hij mechanisch kan onderwerken.” Hogendoorn pleit ook voor meer beloning van boeren die extra maatregelen nemen. “Door een goud-zilver-bronsregeling te introduceren, kunnen we boeren stimuleren om extra maatregelen uit te voeren. Daarnaast ontwikkelen we een app voor eenvoudige registratie van maatregelen en punten.” Tekst gaat verder onder kader Keuze uit 17 maatregelen in FlevolandFAC heeft samen met gebiedspartners en CLM verschillende vergroeningsmaatregelen vastgesteld die bijdragen aan doelen in Flevoland. In totaal gaat het om 17 maatregelen.

De maatregelen:
Rustgewassen, vroeg oogsten, eiwithoudende gewassen telen, telen meerjarige gewassen, braak (% niet-productief land), bufferzone, kleinere percelen, strokenteelt, vanggewas, combinatiegewassen (minimaal 5% bedrijfsoppervlakte), mechanisch onderwerken vanggewas, bedekt houden percelen, ruige mest of compost aanwenden, niet-kerende grondbewerking of ondiep (eco)ploegen, infiltratiegreppel, stro verhakselen en mengteelt.

15 akkerbouwers
In de pilot zijn 15 akkerbouwers hiermee aan de slag gegaan. Boeren kunnen alle maatregelen invoeren in de gecombineerde opgave en de mestboekhouding. Dit zijn voornamelijk teeltmaatregelen die ook via een satelliet te controleren zijn. “Ondiep ploegen is één van de maatregelen die je op het veld moet controleren. Dit is uitvoeringstechnisch een stuk lastiger, maar we willen dit toch graag stimuleren en hebben de maatregel in de pilotfase gehouden”, zegt Hogendoorn.Invoering nieuwe GLBDe bedoeling is om het ontwikkelde puntensysteem te gebruiken in het nieuwe GLB. “RVO gaat het puntensysteem volgend jaar beoordelen op effectiviteit en bruikbaarheid in de praktijk.” Op dit moment heeft elke agrariër recht op inkomstensteun, mits hij voldoet aan de goede landbouwpraktijk. “In het nieuwe GLB vallen de huidige vergroeningsmaatregelen daar ook onder. Dat is de ecoregeling, die we invullen met de geteste maatregelen. Na de ecoregelingen komt het Agrarisch Natuur- en Landbouwbeheer (ANLb). Wij proberen een systeem te ontwikkelen die een ‘zachte overgang’ bewerkstelligt tussen de drie onderdelen: conditionaliteit, ecoregeling en agrarisch natuurbeheer.”Peter Laan in Tollebeek zaait groenbemesters na de teelt van uien, witlof of pootgoed. Dat is goed voor de bodem en insecten en het levert punten op voor het verzilveren van de eco-premie. - Foto's: Ruud Ploeg

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Sectornieuwsbrief Akkerbouw


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.