CBS: gasvorming stikstofverlies soms groter dan volgens model

Foto: Anne van der Woude
Stikstofverliezen uit dierlijke mest blijken op basis van het verschil in de stikstof-fosfaatverhouding bij productie door het dier en de afvoer van het bedrijf voor sommige mestsoorten groter te zijn dan op basis van berekeningen via het NEMA-model. Dit model wordt gebruikt voor het bepalen van de excretieforfaits.Het verschil is het grootst bij vaste mestsoorten en bij emissiearme huisvestingssystemen. Dat blijkt uit onderzoek van het CBS in opdracht van de Commissie Deskundigen Meststoffenwet (CDM). De meest waarschijnlijke verklaring voor dit verschil in stikstofverlies is onderschatting van de emissiefactoren voor gasvormige verliezen. Bij reguliere huisvesting van rundvee, varkens en pluimvee komt het stikstofverlies op basis van de stikstof/fosfaat -verhouding wel in de buurt van het met emissiefactoren berekende stikstofverlies.National Emission Model for Agriculture (NEMA)Bij de vaststelling van de excretieforfaits voor stikstof worden de gasvormige verliezen uit de stal en mestopslag afgetrokken van de uitgescheiden stikstof. De gasvormige verliezen vinden plaats in de vorm van ammoniak, stikstofoxide, lachgas en stikstofgas. De emissies van deze stikstofverbindingen uit stallen en mestopslagen, bij beweiding en bij toediening aan de bodem, worden berekend met het rekenmodel NEMA (National Emission Model for Agriculture). Hierin wordt de ammoniakemissie berekend met emissiefactoren die zijn afgeleid uit metingen in stallen. De onzekerheid in de berekening van stikstofverliezen in de vorm van NOx , N2 O en N2 is groot, omdat deze niet zijn gebaseerd op metingen in NederlandVerliezen met name hoog bij vaste mestVoor lachgasemissie worden de emissiefactoren van de IPCC gebruikt en voor emissies van stikstofoxide en stikstofgas wordt aangenomen dat deze optreden in een bepaalde verhouding tot de emissie van lachgas. “De onzekerheid in de berekening van stikstofverliezen in de vorm van NOx , N2 O en N2 is groot, omdat deze niet zijn gebaseerd op metingen in Nederland. Deze verliezen zijn met name hoog bij vaste mest. Daarnaast spelen onzekerheden in de ammoniakemissies een rol”, schrijft het CBS in zijn rapport. BerekeningDe CDM heeft het CBS gevraagd om stikstofverliezen te berekenen op basis van de verandering in de stikstof/fosfaatverhouding in de mest tussen het moment van uitscheiden door het dier en na opslag, en deze te vergelijken met stikstofverliezen die berekend zijn met emissiefactoren.Het CBS berekende dat bij melkveebedrijven het stikstofverlies gemiddeld 14% is voor drijfmest en 39% voor vaste mestStikstofverlies melkvee- en varkensbedrijvenHet CBS berekende dat bij melkveebedrijven het stikstofverlies gemiddeld 14% is voor drijfmest en 39% voor vaste mest. Dit is in beide gevallen iets hoger dan volgens de berekeningen van de NEMA-methode. Voor drijfmest van vleesvarkens berekende Het CBS een mediaan stikstofverlies van 39% bij reguliere stallen en 35% bij emissiearme stallen, ook deze waarden zijn in de buurt van de NEMA-berekeningen. Bij stallen met luchtwassers is het stikstofverlies op basis van de N/P-verhouding vrijwel gelijk aan die van stallen zonder luchtwassers, een deel van de stikstof komt terecht in het spuiwater.Stikstofverlies pluimveesectorHet mediane stikstofverlies in de pluimveesector is op basis van de N/P2 O5 -verhouding voor huisvesting van leghennen met mestbanden, voor volièrehuisvesting en overige scharrelhuisvesting is respectievelijk 27, 36 en 40%. Het stikstofverlies in volièresystemen is via de berekening relatief groot ten opzichte van de NEMA-berekeningen. VleeskuikensBij vleeskuikens is er vrijwel geen verschil in stikstofverlies tussen reguliere huisvesting en emissiearme stallen. In beide gevallen is het stikstofverlies op basis van de N/P2 O5 -verhouding is 30%. Vooral bij emissiearme huisvesting blijkt het stikstofverlies hiermee groter dan volgens de NEMA-methode. Bij reguliere huisvesting van vleeskalkoenen is het met NEMA berekende stikstofverlies in de vorm van ammoniak groter dan het verlies op basis van het verschil in N/P2 O5 -verhouding. Fosfaat vervluchtigt nietUit eerder onderzoek naar rundvee- en varkensdrijfmest bleek dat de gasvorminge verliezen die via de NEMA-methode zijn berekend lager zijn dan de verliezen die af te leiden zijn uit de veranderde N-P-verhouding. Fosfaat vervluchtigt niet. Daarom is de verandering van de verhouding tussen stikstof en fosfaat in de mest net na het uitscheiden door het dier en de verhoudingen in de mest die van het bedrijf wordt afgevoerd een indicator voor stikstofverliezen die plaatsvinden.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









