Buiten de statistieken om ontstaan grote bedrijven

Foto: Peter Roek
Je ziet het amper in de statistiek, maar akkerbouwbedrijven in Zeeuws-Vlaanderen groeien hard. Het beeld is exemplarisch. ” Elders in het land is het niet anders”, zegt Jaap van Wenum van LTO-Akkerbouw.Afgelopen voorjaar in Zeeuws-Vlaanderen bij een akkerbouwer: “Hoe groot mijn hele bedrijf bij elkaar is? Dat is toch niet zo belangrijk, lijkt me. Maakt voor het verhaal verder ook niet uit. Zet het er maar niet bij.” Het is wat we vaker horen. Juist bij snelle groeiers, die richting 300 hectare en meer gaan. Veel akkerbouwbedrijven maken een groeispurt door, maar lopen daar niet mee te koop. “De buurt hoeft het niet precies te weten”, zegt de akkerbouwer, “het geeft wat afgunst jegens collega’s die flink aan de weg timmeren.” Wat daarbij zeker ook telt, erkent hij, is dat ze – zeker als ze voor jaarlijkse huur van met name aardappelland bijna voortdurend aan de markt zijn – niet al te gretig willen overkomen.”Schaalvergroting onder de radarWe kijken hier naar Zeeuws-Vlaanderen, maar de ontwikkeling is exemplarisch voor wat zich in akkerbouwgebieden elders afspeelt. De schaalvergroting vindt enigszins onder de radar plaats. Ook het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) krijgt geen vat op hoeveel grond bedrijven in exploitatie hebben. Kijken we naar Zeeuws-Vlaanderen dan noteert het CBS voor 2019 een aantal van 1.085 bedrijven met een gemiddelde oppervlakte van 37 hectare. Maar ook de noemer ‘echte’ akkerbouwbedrijven (minstens twee derde van hun landbouwactiviteit in akkerbouwgewassen) biedt geen soelaas; daarvan zijn er volgens CBS ook nog 871 met een gemiddelde oppervlakte van 40 hectare. Zeker niet het beeld van hoe anno 2020 de akkerbouw eruitziet. Lees verder onder het kader ‘Cijfers CBS geflatteerd’“De cijfers zijn nogal geflatteerd”, erkent landbouweconoom Cor Pierik van het CBS. “Landbouwbedrijven worden geteld vanaf een omzet van € 3.000 per jaar. In het totaal zitten dus veel kleintjes. Landelijk kun je stellen dat een kwart van de bedrijven minder dan 1% van de productie voor hun rekening nemen. Je hebt, oneerbiedig gezegd, in de cijfers ook de oude vrouwtjes zitten die van de laatste grond geen afstand willen doen, maar die feitelijk alles door de loonwerker of een naburige akkerbouwer laten doen. Die € 3.000 per jaar, dat is eigenlijk niks.” Geflatteerd of niet, de cijfers laten wel schaalvergroting zien. De afgelopen 20 jaar daalde in Zeeuws-Vlaanderen het aantal akkerbouwbedrijven met een derde, terwijl het akkerbouwareaal in het gebied met zo’n 10% kromp.300 bedrijvenVoorzitter Leo Dekker van de afdeling West-Zeeuws-Vlaanderen van LTO-Nederland kan zich beter vinden in het getal van 300 serieuze, levensvatbare akkerbouwbedrijven op de bijna 40.000 hectare Zeeuws-Vlaamse akkerbouwgrond, 130 hectare per bedrijf. Het gaat dan om wat bedrijven in exploitatie hebben, eigendom, pacht, maar ook land van min of meer gestopte boeren, regelmatig tot ver boven de pensioengerechtigde leeftijd, die de bedrijven verhuren of verpachten of die voor gezamenlijke rekening doorboeren. Soms gaat het ook om alleen het aardappel- of uienland en blijft de oudere boer bieten en graan zelf doen. “Zo ontstaan buiten de statistieken om grote eenheden”, zegt Dekker.Verdergaande groei van het areaal dat individuele bedrijven ‘onder de ploeg hebben’? Dekker verwacht het wel. Het idee dat er van de genoemde 300 nu straks nog maar 100 over zijn in heel Zeeuws-Vlaanderen, komt hem niet onlogisch over. “Dat duurt dan misschien wel tien jaar, maar het kan. De grond blijft benut worden, al dan niet in samenwerking.” 2 à 3% van de boeren stopt jaarlijks. Dat gaat op den duur hardAdjunct-directeur Ko Francke van coöperatie CZAV ziet de groei ook. Akkerbouwbedrijven kleiner dan 30 hectare zijn bij uitzondering nog levensvatbaar. Die worden gedaan in samenwerking met een buur in één bouwplan, waarbij in feite die buur ook het management en vaak ook al het werk doet. Francke: “We zien grote gespecialiseerde bedrijven ontstaan. Er zijn voorbeelden van bedrijven met 100 tot 150 hectare pootgoed. Dat zet maar door, 2 à 3% van de boeren stopt jaarlijks. Dat gaat op den duur hard.”Lees verder onder de foto.Graanoogst in het oosten van Zeeuws-Vlaanderen. 300 serieuze, levensvatbare akkerbouwbedrijven op de bijna 40.000 hectare. - Foto: Peter RoekMechanisatie en automatiseringAan de orde komt of schaalvergroting ook niet het gevolg is van simpelweg vergroting van de productiviteit per man door mechanisatie en automatisering, waardoor ook de kostprijs relatief laag blijft. Om vervolgens de gunst van de afnemer te winnen zouden dan telers als het ware elkaar onderbieden op de afzetmarkt. Gevolg: een aanhoudende ratrace naar beneden. Francke: “Dat is wel interessant gesteld zo, maar het is niet hoe ik het waarneem. Ik heb de indruk dat door afnemend rendement, door kostenstijging die niet door de prijsvorming wordt opgevangen, de boeren gestuurd worden naar schaalvergroting. Terwijl, wrang genoeg, het absolute prijsniveau er voor de afnemer niet eens zoveel toe doet. Marc Jansen van het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel zei eens: Het maakt een supermarkt strikt genomen niet eens zoveel uit of die nou 50 cent of een euro per kilo aardappelen betaalt. Zolang hij maar niet een cent meer dan de concurrent betaalt. Boeren zullen het misschien niet precies zo zien, maar het gebeurt nou eenmaal. Men voelt zich gevangen zitten in het systeem.” Verenging bouwplan“Nu komt de precisielandbouw erbij, automatisering van het (teelt)management. Kijk ook eens naar 2030 en de eis om het dan met 50% minder milieubelasting te doen. Dat gaat tot verdere verenging van het bouwplan leiden, andere mechanisatie, misschien gerobotiseerde onkruidbestrijding, strokenteelt, evenwichten tussen plaaginsecten en natuurlijke vijanden. Daarin moet je weer flink investeren. Daarvoor moet je weer groter zijn”, zegt Francke. Of het aantal overblijvende levensvatbare bedrijven in Zeeuws-Vlaanderen nou binnen afzienbare tijd van 300 naar 100 gaat? Francke kan het zo niet zeggen. “Maar het gaat wel hard. Eerst van 50 naar 75 hectare. Dan een bedrijf erbij en dan is het ineens van 75 naar 150 hectare. Vervolgens van 150 naar 300 hectare. Dat is efficiënter. Of een trekker nou 400 of 800 uur per jaar draait, dat maakt voor die machine niet zoveel uit.” Als het fout gaat, kan het ineens heel hard gaanSpecialisatie in de akkerbouwWaarmee niet automatisch gezegd is, ook door Ko Francke niet, dat alleen maar ‘groot en groeiend’ zaligmakend is. Voorzitter Jaap van Wenum van de LTO-vakgroep Akkerbouw benadrukt dat kleinere bedrijven een grotere marge per eenheid product of oppervlakte kunnen halen door te intensiveren en te specialiseren. “Je kunt zelf verpakken en lokaal of regionaal je eigen afzet opzetten met een grotere marge dan bij de industrie. Het gaat niet alleen om veel hectares.”Maar zeker herkent Van Wenum de ontwikkeling die hier voor Zeeuws-Vlaanderen wordt geschetst. “Elders in het land is het niet anders. Veel akkerbouwers zijn 55-plus en hebben geen opvolger.” Verdere groei is volgens hem niet vanzelfsprekend. Het kan ook veranderen. Grote gespecialiseerde bedrijven kunnen in crises à la corona ook ineens heel kwetsbaar zijn. “Als het fout gaat, kan het ineens heel hard gaan.”Lees verder onder de foto.Graszaad maaien in de vroege ochtend bij Hoofdplaat. De capaciteit per man groeit door voortgaande mechanisatie. - Foto: Peter RoekGewasbeschermingEn waar Francke begrenzing van de chemische gewasbescherming als impuls voor schaalvergroting noemt, kan dat volgens Van Wenum ook een rem zijn. “Huidige teeltsystemen zijn gebaseerd op chemie. Maar als de veldspuit wordt beperkt en het wordt meer mechanisch en meer handwerk, kun je dan nog op de grote schaal verder? Kijk naar onkruid in uien. Aan de andere kant, als de innovatie van robotwieders doorzet, dan is dat weer een oplossing. Dan zijn de grote bedrijven weer de eerste die erin investeren en zie je misschien ineens weer een sprong.”Van Wenum heeft als belangenbehartiger niet per se een mening over de wenselijkheid van groei. “30 of 300 hectare maakt ons niet zoveel uit. De beste heeft de toekomst. Als maar duidelijk is dat je met 500 uur werken per jaar niet een heel inkomen kunt verdienen.”Keuzes: schaalvergroting, neventak of baan ernaastRuurd Cammaert, accountmanager bij Accon AVM-adviseurs en accountants in Oostburg en Terneuzen, ziet de ontwikkeling van de akkerbouw en akkerbouwbedrijven in zijn gebied, maar zal er geen algemeen toepasbaar recept voor de komende jaren uit destilleren.
“Er zijn verschillende keuzes mogelijk; schaalvergroting of een neventak binnen je bedrijf of een baan ernaast. Camping of iets met recreatie ligt hier bij de kust voor de hand, ook zie je dat men kortere ketens zoekt met als klassiek voorbeeld de huisverkoop. Wat je ook wel ziet, is specialisatie in kleine teelten als bloemzaden, en spinaziezaad. Al dan niet met samenwerking. Neem drie collega’s die de bedrijven bij elkaar voegen. Ze houden hun bedrijven, maar doen wel aan schaalvergroting met een min of meer strikte verdeling. Nummer 1 doet het werk, die neemt de landbouwkundige activiteit voor zijn rekening. Nummer 2 wordt dan de manager van het bedrijf. Nummer 3 heeft een baan buiten de deur. Zulke bedrijven kunnen heel flexibel zijn. In ieder geval met een reservoir aan arbeid om ’s avonds, in vakanties en in het weekend te kunnen bijspringen.”
Cammaerts inschatting over de ontwikkeling van 300 grote akkerbouwbedrijven in Zeeuws-Vlaanderen nu naar 100 heel grote bedrijven in 2030: “De schaalvergroting gaat onverminderd door.”
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









