Brexit raakt Nederlandse boer en tuinder in portemonnee

Foto: ANP

Foto: ANP


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

De Brexit raakt de Nederlandse boer en tuinder in het hart. Het Verenigd Koninkrijk is voor veel sectoren een lucratieve en groeiende markt. Britse afnemers kiezen nu al voor kortere contracten en houden rekening met een daling van het pond.Op 23 juni 2016 kozen de Britten in een referendum in meerderheid voor een vertrek uit de Europese Unie. Geen peiling had deze uitkomst voorspeld en wat volgde was verwarring. Inmiddels is de stof van de sensatie neergedaald en werkt de Britse regering onder premier Theresa May aan een ordelijke Brexit die recht doet aan de uitslag, maar de economie zo min mogelijk schaadt.Het Britse vertrek levert de EU als politiek project gezichtsverlies op en tast de kracht van de interne markt, groter dan de VS of China, aan. Het Verenigd Koninkrijk (VK) telt 65 miljoen koopkrachtige consumenten. Het VK is na Duitsland de grootste economie in de EU en de vijfde economie wereldwijd. Voor de Nederlandse land- en tuinbouw is de Britse markt na de Duitse de grootste afzetmarkt. Volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) exporteerde Nederland in 2016 voor € 8 miljard aan landbouwproducten naar het VK. De Britse markt is de laatste tien jaar steeds belangrijker geworden. In 2005 lag de exportwaarde nog € 2,3 miljard lager. Het is een bedrag hoger dan de totale jaaromzet van suiker- en aardappelproducent Royal Cosun.De Britse markt ontpopte zich de afgelopen jaren voor de Nederlandse agri- en foodsector als een groeimarkt.Het ‘Britse’ aandeel in de totale agrarische export liep op naar 10%. De marge op producten die naar het VK gaan, is relatief hoog. Anders dan in discounterland Duitsland wordt door de Britse retail meer op kwaliteit geselecteerd. Het Nederlandse ministerie van Economische Zaken is zo bezorgd over de gevolgen van de Brexit voor de landbouw dat ze besloot voor de komende twee jaar weer een landbouwraad aan te stellen op de ambassade in Londen.Bedrijven voelen de Brexit nu alUit een rondgang blijkt dat bedrijven die veel zaken doen met het VK nu al de pijn ervaren. Nee, er zijn geen invoertarieven en importquota ingesteld. Maar feit is dat de waarde van het pond sinds het referendum 15% is gedaald. Afnemers in het VK verwachten een verdere daling en verwerken dat in de contracten. Omdat de toekomstige handelsrelatie van het VK met de EU onzeker is, kiezen ze vaker voor korte contracten.Het grootste handelshuis in de sierteelt, de Dutch Flower Group (DFG) schort vanwege de impact hiervan op de winstgevendheid investeringen in het VK voorlopig op. Het bedrijf wilde een huurpand van 10.000 m2 sluiten en vervangen door eigen nieuwbouw met een omvang van 20.000 m2, maar ziet daar nu vanaf. Om het belang van de Britse markt aan te geven: in totaal heeft DFG 50.000 m2 opslag- en verwerkingscapaciteit in het VK. In Nederland is dat 170.000 m2. De Britse groothandel en retail koopt het overgrote deel van haar bloemen en planten in via de veiling FloraHolland. Op de foto de vestiging in Bleiswijk. - Foto: Gerard-Jan Vlekke Directeur Jaap Wiskerke van uienexporteur Wiskerke Onions in het Zeeuwse Kruiningen denkt dat de directe pijn wel te overzien is. De Britse markt is voor de uienexport veel belangrijker dan de Duitse en Franse markt; vaak is alleen West-Afrika een grotere afnemer. “In de handel zijn we wel gewend aan schommelingen. In 1999 was een euro 67 pence waard en in 2008 stonden euro en pond 1 op 1. Dan schrik je niet direct van een koers van 90 pence zoals nu wordt voorspeld voor eind 2017.”Wiskerke is vooral bezorgd dat de Brexit navolging vindt. “De Europese gemeenschap doet in woord alsof het Amerika is. Maar in de praktijk zien we in de EU sterke nationale sentimenten. Als je me 1,5 jaar geleden had gevraagd of een Brexit mogelijk was, had ik nee gezegd. Maar een week voor het referendum was ik in Engeland en schrok ik me dood. Vorige week was ik in Frankrijk en schrok ik me weer dood; mensen die zeggen dat ze alleen Le Pen kúnnen stemmen.”Een vrachtwagen van familie Minnaard laadt uien van Wiskerke Onions voor een afnemer in Birmingham. De Britse markt is voor de Nederlandse uienexport de grootste Europese afzetmarkt. - Foto: Peter RoekHet is ook de grootste zorg voor LTO Nederland, dat anders dan bijvoorbeeld haar Ierse collega’s in de Brusselse lobby niet inzet op een VK dat koste wat kost onderdeel blijft van een interne markt. De Nederlandse landbouw heeft volgens LTO-voorzitter Marc Calon belang bij een zo open mogelijke handel. Maar tegelijk kan een voor de Britten goedkoop en pijnloos vertrek, de lusten maar niet de lasten, leiden tot navolging. Een voor de Britten goedkoop en pijnloos vertrek, dus wel de lusten maar niet de lasten, kan leiden tot navolgingCalon denkt dan ook dat de EU op haar strepen zal moeten staan om verdere verspreiding van nationalistische tendensen tegen te gaan. Of het nu gaat om Trump, Le Pen of Wilders: de hoofdmoot van hun programma betreft immigratie of, om precies te zijn, angst dat mensen uit het buitenland hun cultuur verdringen of banen afpakken. Maar als men eenmaal ophoudt wat verder dan het eigen erf te kijken, ligt protectionisme op de loer.Een boer in Twente haalt fritesaardappelen binnen. Relatief is de Nederlandse afzet van fritesaardappelen het meest afhankelijk van de Britse markt. - Foto: Michel VeldermanAlles hangt af van afspraken tussen Britse regering en EUHoe hard de handel geraakt zal worden straks als de Brexit een feit is, hangt af van de overeenkomst die de Britse regering met de EU sluit. Er zijn verschillende opties. In het meest eenvoudige ‘Noorse’ scenario behoudt het VK toegang tot de interne markt, zonder hiervan lid te zijn. Geen tarieven dus en de afspraak dat sanitaire en veterinaire afspraken die binnen de EU worden gemaakt door de Britten worden overgenomen.Het is voor ‘Brexiteers’ geen aantrekkelijk scenario, want vrij verkeer van personen blijft dan in stand. Ze moeten dan meebetalen aan een budget en regels waarover ze niet gaan. Ten slotte mogen de Britten geen vrijhandelsverdragen sluiten. Ze liften alleen mee op wat de Europese Commissie doet. In de EU zal worden gevreesd dat het uit de EU stappen met zo weinig pijn te aantrekkelijk wordt.Een tweede optie is dat de EU een vergaand handelsverdrag met de Britten sluit. Dan blijven tarieven laag tot nul, maar blijft de vraag of de Europese politiek het wenselijk acht. Een tweede probleem: fytosanitaire en veterinaire beperkingen. Zelfs als de Britse regering alle bestaande wet- en regelgeving die in de EU geldt handhaaft, zoals zij heeft aangekondigd, is dat slechts een tijdelijke oplossing. Er wordt voortdurend nieuw beleid gemaakt en regels gaan dus uiteenlopen.Daardoor zullen controles bij de grens onvermijdelijk zijn. Harry Smit, analist van Rabobank, denkt dat op dit dossier de grootste pijn voor de landbouw zit. Land- en tuinbouwproducten zijn levende have. Verspreiding van ziekten en plagen worden in de internationale agrarische handel gezien als een aanzienlijk risico. Eenzelfde probleem treedt op als we kijken naar uniforme kwaliteitsregelgeving. Binnen de EU is bijvoorbeeld afgesproken hoeveel suiker in appelmoes mag zitten. Als de Britten kiezen voor een ‘harde’ Brexit, duikt het fytosanitaire en veterinaire dossier en het vraagstuk van uniforme kwaliteitsregelgeving ook op. Bovendien is de vraag hoe hoog de tarieven en hoe groot de quota zullen zijn. Vaak wordt gerefereerd aan het basishandelsregime dat geldt binnen wereldhandelsorganisatie WTO, maar dat betekent fors hogere tarieven en het lidmaatschap van de Britten gekoppeld aan dat van de EU. Het VK zal dus met alle 163 lidstaten van de WTO moeten onderhandelen over toetreding. De Britten kunnen in één klap een groot deel van de zorg wegnemen door alle tarieven op nul te zetten. De Britten worden dan lid van een select clubje ultraliberale landen, zoals Singapore en Nieuw-Zeeland. Maar Singapore is een stadstaat en de economie van Nieuw-Zeeland draait eenzijdig op toerisme en landbouw. In de landbouw heeft Nieuw-Zeeland weinig van buitenlandse concurrenten te vrezen, omdat het als groot, grotendeels leeg en vruchtbaar land uitstekende voorwaarden heeft om tegen een lage prijs bijvoorbeeld rundvlees, zuivel en schapenvlees te produceren. Voor Britse boeren betekent een ultraliberaal regime forse concurrentie uit Australië, Nieuw-Zeeland, de VS en Zuid-Amerikaanse landen als Brazilië en Argentinië. ‘In alle realistische scenario’s blijft het VK verse producten als tomaten, paprika’s en uien in Europa kopen, er zijn simpelweg geen alternatievenSmit: “In alle realistische scenario’s blijft het VK verse producten als tomaten, paprika’s en uien wel in Europa kopen. Er zijn simpelweg geen alternatieven. Maar in het protectionistische scenario kunnen wel barrières worden opgeworpen voor zuivel, vlees en granen. Heel waarschijnlijk is dat niet. Het land heeft een zelfvoorzieningsgraad van 55% en heeft altijd een ‘cheap food policy’ gehad. Het haalde liever voedsel in de koloniën of oud-koloniën om de consumentenprijs laag te houden, dan dat het zich richtte op een sterke boerenstand.” Een liberaal scenario kan betekenen dat de Britten de EU wel ruime markttoegang verlenen, maar dat ook doen voor Brazilië, Nieuw-Zeeland en Noord-Amerika. Dat zijn landen die respectievelijk veel vlees, zuivel en granen exporteren. Het zijn deze markten waar de klappen vermoedelijk zullen vallen. “Voordeel is dat anders dan 10 of 20 jaar geleden deze landen ook veel exporteren naar groeimarkten in Azië.” De invloed van nieuwe markten laat zich bijvoorbeeld al op de markt voor schapenvlees gelden. “De EU heeft een importquotum met verlaagd tarief voor schapenvlees uit het VK, maar in de praktijk wordt het niet gevuld. Ze kunnen het schapenvlees voor betere prijzen kwijt in China.” Hetzelfde geldt voor zuivel. De Nieuw-Zeelanders dringen nog wel aan op markttoegang in Europa, maar verkopen hun productie goeddeels op Aziatische markten.Nederland wedijvert op de markt voor varkensvlees al jaren met de Denen om de leidende positie in het VKOp de varkensvleesmarkt mag Nederland wel stevige concurrentie verwachten. De kostprijs ligt in de VS en Brazilië fors lager. Nederland wedijvert op de markt voor varkensvlees al jaren met de Denen om de leidende positie in het VK. In 2015 werd € 199 miljoen van de € 4,7 miljard omzet gerealiseerd in het VK. Het gaat daarbij vooral om bacon, een product dat Vion maakt in Scherpenzeel. Slachterij Vion exporteert jaarlijks voor circa €200 miljoen aan varkensvlees, vooral bacon, naar het Verenigd Koninkrijk. - Foto: VionDirecteur kwaliteitszaken Bert Urlings van Vion denkt dat Nederlandse producenten vooral moeten vasthouden aan onderscheidend vermogen. Als de Britten echt meer product uit Zuid-Amerika en de VS willen, zullen ze moeten inleveren op kwaliteit en veiligheid. Urlings denkt dat protectionisme onwaarschijnlijk is. “Het VK zal nooit in staat zijn zelfvoorzienend te zijn. Uiteindelijk zijn ze meer gebaat bij betaalbaar voedsel dan goede prijzen voor hun agrariërs. Er zijn nu eenmaal meer burgers dan boeren.”Klik hier voor een overzicht van alle artikelen over Brexit

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Dagelijkse nieuwsbrief


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.