‘Boerenprotest vraagt langetermijnbeleid’

Foto: Roel Dijkstra
Niet een gedwongen inkrimping van de veestapel, maar een marktgericht milieubeleid is de weg naar verduurzaming van de landbouw, vinden Jan Jaap de Graeff, Krijn Poppe en Ron Hillebrand.Het Malieveld was vorige week het toneel van boeren en tractoren. Boeren voelen zich machteloos en niet gewaardeerd door de maatschappij. De burger heeft wel sympathie voor de individuele boer, maar zijn kritiek op onze voedselvoorziening neemt toe. Het economisch succes van onze landbouw levert kosten op voor natuur, milieu en gezondheid. Boeren staan zwak in het systeem van voedselproductie en zien de bui al weer hangen. Het is dus geen wonder dat de crisis rond het Programma Aanpak Stikstof (PAS) veel onrust onder veehouders veroorzaakt.Houdbare landbouwDe PAS-crisis laat zien hoe belangrijk het is voor investerende ondernemers dat er deugdelijk langetermijnbeleid wordt gevoerd, gericht op het ontstaan van houdbare landbouw in Nederland. Dat geldt niet alleen de stikstofproblematiek, maar even goed de smeulende dossiers van de Kaderrichtlijn Water en het klimaatbeleid. De Raad voor de leefomgeving en infrastructuur waarschuwde eerder al expliciet voor de negatieve uitwerking voor de sector van kortetermijnbeleid voor achtereenvolgens fosfaat, klimaat en straks ook stikstof.Tractoren op het MalieveldIn de strijd om marktaandeel zijn boeren er al jarenlang toe aangezet hun productie te intensiveren en hun bedrijf te vergroten. De tractoren op het Malieveld waren deze week weer groter dan die bij de vorige grote demonstratie in 1990. De continue noodzaak tot productieverhoging leidt echter tot een harde concurrentie om schaarse factoren als grond en milieuruimte. Afgelopen jaren hebben retail, voedingsmiddelenbedrijven en boeren ingezet op duurzaamheidsschema’s, maar boeren hebben het gevoel dat dit vooral administratieve lasten en geen marges heeft opgeleverd. De PAS-crisis maakt niettemin duidelijk dat – in de woorden van de Commissie-Remkes – niet alles kan en dat de overheid milieubeleid zal moeten voeren. Dat is bedreigend voor de landbouw, want de winstmarges zijn daar klein.Op het Binnenhof vragen voorstanders van verduurzaming om actieve inkrimping van de veestapel, zonder een beroep te doen op het ondernemerschap van de sector. Anderen halen de schouders op, mogelijk omdat afvloeiing onderdeel van de markt is en de arbeidsmarkt gunstig. Marktgericht milieubeleidNaar ons idee ligt de oplossing niet in gedwongen inkrimping van de veestapel, maar in marktgericht milieubeleid. In ons advies Duurzaam en Gezond hielden wij al een pleidooi voor sturing op de afname van emissies met verhandelbare rechten. Stel maximale emissieruimtes voor 2030 en 2050 vast, ken deze aan bedrijven toe en maak ze verhandelbaar. Dat verdient naar het oordeel van de raad nog steeds de voorkeur boven directe overheidssturing op aantallen dieren. Met afnemende emissierechten kan rechtstreeks gestuurd worden op het tijdig bereiken van doelen als de vermindering van de uitstoot van ammoniak, stikstof, fosfaat en CO2. Zo’n systeem stimuleert bovendien innovatie door middel van technologische vernieuwing. Dat is vanouds een troefkaart van het Nederlandse systeem. Hiervan is veel minder sprake bij beleidsmaatregelen waarmee rechtstreeks wordt gestuurd op dierenaantallen.De markt is betrouwbaarder dan de machtDe economische schade voor de individuele boer zal bovendien veel kleiner zijn als duidelijkheid wordt geboden over de productieruimte in de komende decennia. Dat biedt zekerheid voor investeringen. Via reguliere bedrijfsbeëindigingen in de veehouderij zou bovendien het grootste deel van de milieudoelen kunnen worden bereikt. Boeren zijn gewend aan zulke quota en een warme sanering door de markt, veelal op het moment van generatiewisseling. De markt is betrouwbaarder dan de macht. Korte en lange termijnVanwege de urgentie van de PAS-problematiek valt, zoals de Commissie-Remkes en kabinet voorstellen, niet te ontkomen aan locatiespecifiek kortetermijnbeleid waarin de overheid financiële middelen inzet om versneld boerenbedrijven in de buurt van natuurgebieden vrijwillig te saneren. Wij pleiten ervoor om deze middelen zoveel als mogelijk gericht in te zetten, waarbij tegelijkertijd andere noodzakelijke stappen op weg naar houdbare landbouw gezet kunnen worden. Locaties die te maken hebben met bijvoorbeeld geur-, fijnstof-, verdrogings- of bodemdalingsproblemen dienen hogere prioriteit te krijgen. Ook andere sectoren zullen een bijdrage moeten leveren. Op die manier kan van kortetermijnbeleid het beste worden gemaakt. Maar bovenal dient de overheid de spelregels voor de langere termijn te bepalen. Zodat de markt zijn werk kan doen, boeren op hun ondernemerschap worden uitgedaagd en de investering in hun tractor kunnen terugverdienen in plaats van op te moeten trekken naar het Malieveld.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses








