AkkerbouwAchtergrond

Boeren mogen geen miljonairs worden

Ik moet nog zien dat we ooit goud geld verdienen aan de dreigende voedselschaarste. De overheid staat dat niet toe. Wel zal de houding rond ontpoldering en aanleg van natuur veranderen.

Ik lees net de eerste bladzijden van Boerderij, die handelen over een opkomende voedselcrisis en hogere graanprijzen. Die opkomende voedselcrisis is de bekende wortel met stok voor de neus van het paard. Vanaf mijn prille jeugd wordt die grammofoonplaat al gedraaid. Het areaal van de beste landbouwgronden krimpt terwijl de bevolking snel groeit.

Toeleveranciers en afnemers smeden samen plannetjes

Ja, misschien dat dat leidt tot hogere prijzen. Maar dan staan onze toeleveranciers en afnemers in perfecte harmonie klaar om die extra centjes bij ons weg te houden. Dat kan door minder onderlinge concurrentie. Kijk maar eens rond. Hoeveel bedrijven zijn er nog die spuitmiddelen maken, of kunstmest, of die zaaizaad leveren? Heel langzaam komen ze allemaal in handen van maar enkele héél grote jongens die het samen behoorlijk eens zijn.
Ik weet niet hoe het bij jullie in Nederland is. Maar als ik een compleet onkruidbestrijdingsplan uitreken voor een bepaald gewas, kom ik toch altijd op bijna dezelfde prijs uit, welk merk bestrijdingsmiddelen ik ook neem.

Bedrijven alleen groot genoeg voor topboeren

Er is gewoonweg geen regering die ons miljonair wil zien worden. Toen in Nederland IJsselmeerpolders uitgegeven werden, is keer op keer de grootte van de bedrijven aangepast. De bedrijven werden zo groot dat een goede boer er goed van kon leven, maar meer ook niet. Toen begin jaren tachtig schaalvergroting zo’n must werd, heb ik het daar een keer naar gevraagd bij de directie van de RIJP. Die gaf als antwoord: ‘we willen geen miljonairs kweken’.

Mansholt: landbouw is net tropisch aquarium

Ook de regeringen willen ons aan het werk houden. Ik geloof dat ik in de memoires van Mansholt las dat de koningin hem vroeg ‘die landbouwpolitiek, hoe werkt dat eigenlijk?’ Mansholts antwoord was: ‘u kunt het ’t beste met een tropisch aquarium vergelijken. Ze moeten elkaar heel langzaam opvreten, dus zetten we de temperatuur niet te hoog, want dan gaat het te snel. En is het te koud, dan gebeurt er niets.’

Goede voorzitters worden weggekaapt

Hier in Quebec hadden we een paar jaar terug een voorzitter van de boerenbond (vergelijkbaar met jullie LTO) die ons werkelijk erg goed kon organiseren. Als er ergens een demonstratie was, kwamen er veel boeren. Die voorzitter wilde er voor zorgen dat ook de kleine boer een inkomen kon halen. Zijn doel was het platteland niet leeg te laten lopen.
Maar het heeft helaas niet zo lang geduurd. De staat vond hem waarschijnlijk te lastig dus kreeg hij een baan bij de staat aangeboden. Nou ja, jullie kennen vast wel voorbeelden hiervan.

Als er honger was, zou het gezwam minder zijn

Nu iedereen over voedseltekorten gaat schreeuwen, verandert de Nederlandse houding rond onder water zetten van bouwland en parken maken van goed weiland. Het is misschien hard gezegd, maar als de mensen in de rij zouden staan voor lege winkels, zou de landbouw zich niet altijd hoeven verdedigen tegen allerlei onzinnig gezwam. Want dat wordt steeds maar erger.
Om het kort te maken: ik begin nog maar niet het geld uit te geven wat ik volgens ‘de geleerden’ de komende jaren ga verdienen.

Goede ministers komen uit de landbouw

De huidige Nederlandse landbouwminister (Verburg) en haar voorganger (Veerman) zijn beide zelf actief bij het boeren betrokken. Dat is hier wel anders in de provinciale regering. Hier in Quebec wordt meestal iemand benoemd die helemaal niet uit de landbouw komt. Zodra hij er iets van begint te snappen, wordt hij meestal omgewisseld, want dan hoeft de regering nieuwe plannen ook niet uit te voeren. De minister moet ze eerst bestuderen, daarna de landelijke regering. De enige keer dat Quebec een goede landbouwminister had, was in het begin van de jaren tachtig. Quebec wilde toen zelfstandig worden (blij toe dat dat niet is doorgegaan) zelfvoorzienend zijn in de voedselvoorziening. Toen is de landbouw er werkelijk vooruit gesprongen.

Whelan was een goeie minister, net als Verburg

De meest bekende (en een heel goede) federale landbouwminister hier is Eugene Whelan. Ik heb het geluk gehad hem zelf ongedwongen te kunnen spreken, hij was toen al geen minister meer. Dat gesprek vond plaats tijdens een betoging in Ottawa. Hij liep gewoon tussen ons boeren, en was misschien wel blij iemand te vinden die Engels sprak. In zijn ministersperiode liep niemand, maar dan ook niemand over hem heen, ook de eerste minister niet. Net zo’n man als jullie mevrouw Verburg dus. Die is ook niet op haar mondje gevallen.

Beheer
WP Admin