‘Bodemvruchtbaarheid nu pas echt op de agenda’

Een melkveehouder checkt de bodem van een perceel grasland. - Foto: Jan Willem van Vliet
De melkveehouderij benut krap twee derde van het Nederlandse landbouwareaal. Iets meer dan de helft ervan is grasland, 10% is maisland. Hoe goed of slecht die grond is? Dat was decennialang nauwelijks een item voor de meeste melkveehouders. Bodemvruchtbaarheid komt nu pas echt op de agenda.
Van stikstof- en fosfaatbemesting, daar weten de melkveehouders veel van, al dan niet gedwongen door de wetgeving. De kennis van kalibehoefte en -verstrekking is al wat verder weggezakt om over bemesting met spore-elementen maar te zwijgen. Als een klein beetje helpt, helpt een groot beetje veel, is daarbij zo ongeveer de gedachte. Organischestofgehalte van de grond? Dat ligt niet direct voor op de tong van melkveehouders. Daarvoor moet je bij akkerbouwers zijn.
Vakmanschap en geduld
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses










Praten over bodemvruchtbaarheid is de nieuwe mode én het nieuwe verdienmodel voor onderzoekers en adviseurs. Goede grond is een gegeven, ligt er al eeuwen en blijft er nog eeuwen. Slechte grond hetzelfde. Je kunt van slechte grond geen goede grond maken. Wat je ook doet , je loopt altijd achter op boeren met goede grond. Naast bodemvruchtbaarheid heb je ook nog het klimaat en de regenbanen. Ik heb het idee dat goede gronden vaker een mooie bui krijgen als het nodig is. Slechte, drooggevoelige zandgronden krijgen minder regen. Vraag aan Bodde: Leg eens de kaarten van regenhoeveelheden in de zomer op kaarten van slechte ( zand) gronden.