BO Akkerbouw-directeur: ‘Boer moet beter voorsorteren op problemen’
Net als andere landbouwsectoren staat de akkerbouw voor veel uitdagingen, waar boeren zelf op moeten voorsorteren. Ook verwerkers hebben een grote rol in oplossingen. Dat zegt André Hoogendijk, directeur van Brancheorganisatie (BO) Akkerbouw.

André Hoogendijk (1981) is nu zo’n 3 jaar directeur van BO Akkerbouw. Daarvoor was hij adjunct-directeur van branchevereniging Koninklijke Algemeene Vereeniging voor Bloembollencultuur (KAVB). - Foto: Peter Roek
Klimaat en het milieu zijn niet alleen in de stikstofcrisis, die vooral de rundveehouderij treft, de hoofdrolspelers. Ook in de akkerbouw zijn dit de voornaamste onderwerpen waarin de sector een weg moet zien te vinden. De druk om minder gewasbescherming te gebruiken is ontzettend groot, maar tegelijkertijd moeten de opbrengsten voldoende zijn om rond te komen. Dat knelt.De boer moet hier stappen in zetten, maar kan het niet helemaal alleen oplossen. “Ketensamenwerking is essentieel voor succes”, zegt BO Akkerbouw-directeur André Hoogendijk. “Daarom werken ook afnemers zoals Cosun, Avebe en VAVI daaraan mee.”
Waar loopt de akkerbouwer nu bijvoorbeeld tegenaan? “Heel praktisch: we zien duidelijk meer ritnaalden in aardappelen doordat er minder gewasbescherming wordt gebruikt. Dat leidt tot meer afkeuringen. Een middel ertegen is niet zomaar beschikbaar.”Wat doet de BO Akkerbouw om telers te helpen? “We hebben onderzoek opgezet in ons onderzoeksprogramma: grondige aanpak bodemplagen. Want dit gaat niet alleen over ritnaalden. Allerlei bodeminsecten zijn in opmars door de weggevallen chemie; emelten, duizendpoten, springstaarten en dus ritnaalden. Die zagen we decennialang niet, door methodes als grondontsmetting. Nu gaat bijvoorbeeld een uienperceel voor een derde verloren door de wortelduizendpoot. Dat betekent dat we een nieuwe balans moeten vinden in het bodemleven met vruchtwisseling, bemesting, grondbewerking en groenbemesters. Hulp zoeken we in de oude literatuur over deze plagen. Dat combineren we met praktisch onderzoek naar wat het beste werkt.”Wat moet de keten doen om akkerbouwers te helpen? “Meedenken met hun toeleveranciers. We spreken met afnemers over de mogelijkheid om de normen aan te passen naar de dagelijkse realiteit. Dat is met de ritnaalden gelukt, de normen hiervoor zijn iets opgerekt. Met alleen onderzoek ga je de teler niet redden van alles wat op hem afkomt. Ketensamenwerking is essentieel voor succes. Ook voor de verwerker, die moet immers grondstoffenaanvoer houden.”Nog zo’n obstakel voor de sector is het zevende actieprogramma nitraatrichtlijn. Akkerbouwers houden hun hart vast voor wat er komen gaat. Hoe gaat de BO daarmee om? “We voerden met digitale reclameborden campagne in Den Haag om de politiek te overtuigen van ons motto: geen mestbeleid maar bodembeleid. Ook lobbyisten van de leden van de BO zetten hun netwerk in om die boodschap over te brengen. Ook hier is ketensamenwerking weer de sleutel naar de oplossing. Want de veredeling kan hier een glansrijke hoofdrol spelen. Zij kunnen het met nieuwe rassen mogelijk maken dat gewassen met een lagere stikstofbehoefte kunnen worden geteeld, met hetzelfde teeltresultaat. Naar de beekdalen, wat dat ook precies moge zijn, wordt trouwens ook gekeken. De teeltvrije zone wordt hier mogelijk vergroot naar wel 250 meter, dat zou echt een ramp zijn voor sommige boeren. Niets doen is wederom geen optie.”Wat moet de sector doen?“Voorsorteren. Terwijl het zevende actieprogramma nitraatrichtlijn nog moet starten, denken we nu al na over het achtste programma voor 2027. Waar in het zevende programma de verplichting wordt opgenomen dat op zandgronden elke vier jaar een rustgewas wordt geteeld, zou dat in het achtste programma wel eens elke drie jaar kunnen worden. Die kant gaat het op als er niets aan de uitspoeling wordt gedaan. Als dat gebeurt, kost dat bijvoorbeeld Avebe veel grondstoffen. En je hebt nu de kans nog om dat te voorkomen door uitspoeling te verminderen. Met rassenkeuze, groenbemesters en door elkaar aan te spreken op gedrag. Niet alleen de boer, maar alle schakels in de keten moeten hun schouders eronder zetten. Daarom wijzen we de verwerkers van akkerbouwproducten ook op hun verantwoordelijkheden.”Welke rol spelen verwerkers in dit verhaal?“Die kunnen telers helpen om goede keuzes te maken. Zo is algemeen bekend dat een akkerbouwer soms mest uitrijdt op zijn suikerbieten, omdat hij daar geld voor krijgt van een veehouder. Dat is terug te zien in de campagneresultaten, want overbemeste bieten hebben een lager suikergehalte. Die pik je er dus zo uit. Die mest spoelt uit naar het grondwater, met alle gevolgen van dien. Als je die mensen aanspreekt op hun gedrag, dan ben je duurzaam bezig. Meer geld moet niet boven eventuele milieuschade en de gevolgen daarvan voor de sector gaan. Verwerkers hebben een grote rol in dat soort excessen. Zo kan verder ingrijpen in het mestbeleid worden voorkomen. Dan heb je een langetermijnvisie als sector.”Hoe activeer je die partijen?“Ik zie een coördinerende rol hierin voor BO Akkerbouw. We proberen enerzijds tot een bouwplanadvies te komen voor telers om verschillende obstakels het hoofd te kunnen bieden. Anderzijds halen we afnemers als Avebe, Cosun en VAVI erbij om ze ervoor te waarschuwen dat ook hun businessmodel onder druk staat; de fabrieken moeten blijven draaien. Die gesprekken lopen goed. De verwerkers zien de urgentie en willen ook oplossingen om de akkerbouw op een goede manier de toekomst in de helpen. Door zich in te zetten voor resistente rassen bijvoorbeeld, zoals Avebe met Averis doet.”Tornt dat niet aan de onafhankelijkheid van de agrarisch ondernemers?“Het mooie is dat akkerbouwers, in tegenstelling tot melkveehouders, niet van één afnemer afhankelijk zijn. Ze bepalen grotendeels zelf wat ze waar telen en dat blijft zo. De akkerbouwer heeft een goede positie.”Is de akkerbouw sowieso een ondergesneeuwde sector, aangezien het eigenlijk de basis van de voedselproductie is? “De vraag naar plantaardig groeit. Niet alleen voor humane consumptie in de eiwittransitie, ook voor biobased grondstoffen voor bijvoorbeeld de bouw. Daarmee neemt wat mij betreft de noodzaak voor een op planten gebaseerd landbouwsysteem toe. Daarin is plek voor veehouderij, want planten hebben natuurlijk mest nodig. Een duurzaam productiesysteem, daarmee kun je je onderscheiden als akkerbouwer en als verwerker. Dat zie je ook gebeuren; Avebe en Cosun zetten ook in op eiwitproductie. Hun klanten vragen om duurzaam geproduceerde producten.”Hoe raakt de stikstofcrisis de akkerbouw? “Dat weten we niet precies, eigenlijk. Sommige bedrijven zitten in een reductiegebied voor de uitstoot van stikstof. Dat zit voor een deel in bemesting. Wij hebben van LNV nog nooit vernomen wat we zouden moeten doen, want dat vragen wij ons ook af. Hoe kun je 50% minder bemesten? Leidt dat boeren naar het gebruik van meer kunstmest en is dat wenselijk?”Het stikstofprobleem zit er al tien jaar aan te komen en escaleert doordat de sector te weinig actie ondernamDe groenbemesterregel hebben jullie weten om te buigen. “Dat was weer zo’n onpraktische regel, die ineens moest worden ingevoerd. Het idee was dat groenbemesters voor 1 oktober moeten worden ingezaaid. Je moet dan een gewas als aardappelen of suikerbieten dat volop stikstof benut vroegtijdig rooien en afvoeren om er een groenbemester te zaaien die je na de teelt achterlaat op het veld. Wij hebben de opname van stikstof door gewassen vergeleken met de stikstofopname door groenbemesters en dan komen aardappelen en suikerbieten er beter uit. Als je dat op papier hebt, dan sta je sterk. De vollegrondsgroentesector doet nauwelijks onderzoek en heeft die data dus niet. Je moet echter zelf onderzoek doen, anders mis je straks de boot. Denken zij dat hun belangenbehartiger dat wel regelt met wat gesprekjes in Den Haag? Nou, dat verwacht ik niet. Je moet zelf de handschoen oppakken en harde data verzamelen. Kennis vergaren in een ketenaanpak.”Zou de veehouderij dat ook meer moeten doen? “Het stikstofprobleem zit er al tien jaar aan te komen en nu escaleert het. Er wordt een duidelijke streep getrokken door de politiek, omdat de sector zelf te weinig actie heeft ondernomen. Anderzijds kan de akkerbouw die dierlijke mest goed gebruiken, hoor. De veehouderij levert twee derde van de benodigde stikstofbemesting in ons land. De rest moet met kunstmest worden ingevuld. Er is dus eerder een tekort dan een overschot aan dierlijke mest in ons land. Minder dieren is minder mest en dat betekent meer kunstmest. Dat lijkt me niet de bedoeling. Dat mis ik vaak en ik zou bestuurders willen oproepen om vaker te kijken naar oplossingen in plaats van naar problemen. Stuur waar je heen wilt, dat heeft meer kans van slagen.”
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









