RundveeOpinie

Blinde passagier

Al leek het bloemetje sprekend op jacobskruiskruid, dat was het niet. Ik voelde steeds meer onbehagen opkomen. Het zat me niet lekker.

Afgelopen week ging ik op bezoek bij een oud boerenechtpaar dat vlakbij ons in de buurt woont. Toen de boer vroeg waarom ik niets tegen dat Grieskraut deed, keek ik hem vragend aan. Het kruid bloeit niet alleen naast het land waar we de afgelopen jaren mais hadden staan, maar sinds dit jaar ook op het erf. “Het is geen Jakobskreuzkraut“,  zei ik hem, dat wist ik zeker. De bladeren zijn niet eikenbladvormig, maar heel smal en stekelig. De boer glimlachte een beetje en zei er verder niets meer over. Maar het zat me niet lekker, die glimlach.

Onkruidenbijbel

Thuisgekomen pakte ik mijn ‘onkruidenbijbel’,  zoals ik mijn inmiddels 35 jaar ouwe trouwe Reader’s Digest Gids voor geneeskrachtige planten noem. Ik ploos het uitgebreide determineerschema nog eens door. Maar nee hoor, niets te vinden. Jakobskruiskruid was het absoluut niet. Al leek het bloemetje er sprekend op. Ik voelde steeds meer onbehagen opkomen. We hebben namelijk heel wat problemen gehad met de gezondheid van onze koeien sinds we de achter onze stal verbouwde,  ingekuilde mais voeren. Maar wat was het dan voor plantje?  Ik kroop achter de computer en toen vond ik hem: bezemkruiskruid! Ik heb meteen onze veearts gebeld. Toen hij langskwam liet ik het plantje zien met de vraag of dat de oorzaak zou kunnen zijn van onze problemen. Ik zag aan zijn gezicht dat ook hij het niet wist. Hij nam het plantje mee voor verder onderzoek.

Heksenbezem

Bezemkruiskruid wordt zo genoemd omdat de takken onderaan de plant zo verhout zijn dat dit net een ouderwetse heksenbezem lijkt. De naam kruiskruid komt waarschijnlijk van een foute vertaling van het Duitse woord Kreuzkraut wat eigenlijk grijskruid betekent. Hier in de Eifel word het Grieskraut genoemd. Bezemkruiskruid komt in onze omgeving bijna niet voor.

Geïmporteerd

In Europa fokte men eeuwenlang schapen voor de wolproductie. In de achttiende eeuw kwam hierin verandering. Vanaf die tijd werd schapenwol vooral geïmporteerd uit Zuid-Afrika, Zuid-Amerika, Australië en Nieuw-Zeeland. In Europa werd de ruwe geïmporteerde wol verder verwerkt tot onder meer textiel.

In de jaren dertig van de vorige eeuw werd wol uit Zuid-Afrika afgeleverd bij een wolwasserij in Verviers, in de Waalse provincie Luik. De wol was afkomstig van schapen van de rotsige berghellingen in de omgeving van Lesotho. Wat men niet wist was dat er zaden van het Zuid-Afrikaanse bezemkruiskruid in deze wol waren meegelift. De medewerkers van de wolwasserij wasten de wol in de rivier de Weser. Het zaad kwam zodoende in de Maas terecht. Bezemkruiskruid ontkiemde op de oevers in de Maasvallei tot in Maastricht en verspreidde zich pas vanaf eind jaren zeventig over Nederland.

Meeliften met trein

Bezemkruiskruid voelt zich behalve op oevers ook goed thuis op arme grond en  rotsige hellingen en kan goed tegen zout. Het verspreidde zich vanaf de jaren tachtig via het treinverkeer razendsnel over Nederland én over Duitsland, dat in die tijd ook een grote wolindustrie had. Het kruid kwam via het Bremen en het Ruhrgebied Duitsland binnen. Zo vond er een steeds snellere verspreiding plaats richting de rest van Europa.

Vanaf 1987 begon een explosieve verspreiding van de plant in Nederland. De NS gebruikte in die tijd afval uit de steenkoolmijnen voor de schouwpaden naast het spoor. De mijnsteenbergen stonden vol met bezemkruiskruid. Vandaar dat er in een mum van tijd opnieuw een enorme hoeveelheid bezemkruiskruidzaadjes via treinen verspreid werd door het hele land. Zo reisden de zaadjes tot in de uithoeken van Groningen en voelden ze zich vooral thuis op braakliggende terreinen, straten, muren en haven- en industrieterreinen. Het woekerde maar door.

Inmiddels breidt de plant zich de laatste jaren ook sterk uit in de duinen. Ook rukt het op naar natuurgebieden, waar het zeldzame inheemse plantensoorten verdringt.

Langs snelwegen

Toch is de trein niet het enige vervoer, denk ook aan snelwegen. Daar zie je op dit moment enorme bossen bezemkruiskruid bloeien! De zaadjes reizen op de wind mee, maar ook in autobandprofielen, en zijn waarschijnlijk zo vanuit vanaf onder Maastricht, met de loonwerker meegelift en bij ons terecht gekomen. Ook op de opritten naar de windmolens die in de weilanden staan, groeien en bloeien ze tegenwoordig. Maar dat mooie teer uitziende bloemetje die je aan een kruising tussen een margrietje en een zonnebloem en aan de zon zelf laat denken, is gevaarlijker dan je zo zou denken.

Gifstoffen

Veel mensen vinden het prachtig, dat plantje met een zee van gele bloempjes, vaak te vinden midden in de stad. De heer Dijksterhuis, verslaggever bij volgens Wikipedia de Nederlandse kwaliteitskrant Trouw, schreef nota bene twee jaar geleden in een van zijn artikelen het volgende: “De vee- en paardenhouders hebben hun hetze tegen jakobskruiskruid nog niet uitgebreid naar bezemkruiskruid. Toch bevat bezemkruiskruid vergelijkbare gifstoffen, die paarden en koeien beter niet kunnen eten. Maar het gaat in hetzen zelden om rationele overwegingen, het gaat om geloof in zondebokken, en tegen geloof helpt geen argumenteren. Daarbij hebben de meeste vee- en paardenhouders nog nooit van bezemkruiskruid gehoord, durf ik te wedden, en wat niet weet wat niet deert. Niet lezen dit, vee- en paardenhouders!” Waar meneer Dijksterhuis, samen met vele anderen, niet aan heeft gedacht is dat dit plantje ook voor mensen gevaarlijk kan zijn.

Schaap als kruidbestrijder

Bezemkruiskruid bloeit van juni tot december, in zachte winters zelfs tot in februari. De bestuiving vind plaats via insecten. Bezemkruiskruid bloeit van juni tot december, en in zachte winters zelfs tot in februari. De bestuiving vind plaats door middel van insecten. Maar als bijen van deze plant honing verzamelen, kunnen de giftige pollen hele bijenvolkeren doden. Voor een paard is 40 gram van elk deel van deze plant giftig, voor een koe is dat 140 gram. In kuilvoer of in hooi word dit plantje door het vee niet herkend. Maar dat is nog niet alles: heeft de koe dit plantje gegeten, dan kan het gif via de melk in de mens terechtkomen, wat tot leverbeschadigingen kan leiden en de vruchtbaarheid van de man kan beïnvloeden.

In Zuid-Afrika komt de voor de meeste onkruidverdelgers resistente plant als akkeronkruid telkens weer in tarwe bestemd voor brood voor. Dat kan dodelijke vergiftigingen bij de mens veroorzaken. De gehele plant bevat pyrrolizidine alkaloïden. Dit zijn stoffen die de lever ernstig kan beschadigen, wat uiteindelijk tot de dood lijdt. Schapen en konijnen zijn er minder gevoelig voor. Het advies luidt zelfs om ’s winters schapen als kruidbestrijder in te zetten. Juist hét dier dat de oorzaak is geweest van de verspreiding van dit onkruid,  inzetten tegen de bestrijding ervan? Ik vind het een goed idee. Maar welk ras zou daarvoor het geschiktst zijn?