Blijvende aandacht voor reovirus vereist

Tenosynovitis door reovirus wordt het vaakst aangetoond bij langzaam groeiende vleeskuikens, zo blijkt uit de cijfers van GD. Van het totale aantal besmettingen vond 74% plaats bij Beter Leven-vleeskuikens. Foto: Jan Willem van Vliet

Tenosynovitis door reovirus wordt het vaakst aangetoond bij langzaam groeiende vleeskuikens, zo blijkt uit de cijfers van GD. Van het totale aantal besmettingen vond 74% plaats bij Beter Leven-vleeskuikens. Foto: Jan Willem van Vliet


Het reovirus zorgde in 2023 en 2024 voor veel problemen bij vleeskuikens. Nadat het een poosje wat rustiger was, duikt het virus de laatste maanden weer vaker op. Het reovirus kan veel schade berokkenen. Goed schoonmaken en desinfecteren blijft het devies, zo stelt pluimveedierenarts Christiaan ter Veen namens Royal GD.

Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Een besmetting met het reovirus kan op vleeskuikenbedrijven voor grote welzijnsproblemen en financiële schade zorgen. Het reovirus kan tenosynovitis (peesschedeontsteking) veroorzaken, maar de meeste reovirusinfecties verlopen zonder klinische ziekte. Locomotieproblemen (kreupelheid) leiden tot een verminderde voer- en wateropname, met productieverlies tot gevolg. Daarnaast veroorzaakt reovirus afkeur aan de slachtlijn. De symptomen variëren in ernst. Bij GD zijn casussen bekend van koppels met gemiddeld 200 tot 300 gram groeiachterstand en een afkeur van 10%.

De leeftijd waarop de dieren in aanraking komen met het reovirus is grotendeels bepalend voor het ziektebeeld. Hoe eerder de besmetting tijdens de ronde aan het licht komt, hoe groter de kans op ernstige problemen. Dat zegt Christiaan ter Veen, pluimveedierenarts bij GD. Hij doet al sinds 2019 onderzoek naar het reovirus. “Bij een vleeskuikenkoppel dat pas in de tweede helft van de ronde besmet raakt, kunnen klinische verschijnselen zelfs helemaal uitblijven, terwijl de dieren wel virus uitscheiden. Het hardnekkige virus is moeilijk te doden en kan in de stal aanwezig blijven", licht Ter Veen toe. "Het virus overleeft in mest en op stof. Dat is risicovol voor het volgende koppel. Grondig schoonmaken en desinfecteren, in samenhang met een goede hygiëne, is en blijft van belang om de infectiedruk te verlagen. Blijf dat consequent doen, ook na een koppel waarin geen ziekte gezien is. Het gevaar is dat de aandacht na verloop van tijd verslapt.”

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Pluimveenieuwsbrief


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.