Bigkwaliteit is wel degelijk maakbaar

Foto: Bert Jansen
De productie van een goede big heeft veel weg van jongleren. Om het proces goed te laten verlopen moet de varkenshouder veel ballen in de lucht houden. ‘Kritische processen moeten gewoon kloppen.’Vrijwel al het werk op een zeugenbedrijf is repeterend. Toch is goede biggen produceren niet eenvoudig en de kwaliteit kan op veel bedrijven nog een impuls gebruiken. Het lastige van biggen fokken is dat veel factoren een rol spelen. Te beginnen bij de geboorte en biestopname, tot aan het spenen en tenslotte de juiste zorg in de biggenstal. Daarbij komt dat op ieder moment in dit proces de verzorging, de voeders en overige hulpmiddelen in orde moeten zijn en de toepassing correct.Tekst gaat verder onder de afbeeldingBiggen opfokken is een systeemproces dat vanaf het begin tot eind goed moet verlopen. Anders valt het resultaat tegen. - Foto's: Bert JansenBigkwaliteit continu themaHet management is echter lang niet op elk bedrijf tiptop. Vandaar dat het thema bigkwaliteit continu in de aandacht staat. Het is natuurlijk symbolisch, maar veevoederbedrijf ForFarmers heeft 2021 zelfs uitgeroepen tot het jaar van de big. Vorig jaar vormde het bedrijf het VIDA-adviesteam dat zich volledig richt op de bigproductie. Maar vrijwel ieder veevoeder- en handelsbedrijf is bezig om de bigkwaliteit bij zijn klanten op een hoger en vooral ook stabiel niveau te krijgen.Lat steeds hogerDe lat komt telkens hoger te liggen. Het aantal levend geboren biggen per worp neemt jaarlijks met ruim 0,15 big toe. Garanderen dat elke big op tijd en genoeg biest krijgt is met een toom van achttien biggen veel lastiger dan met één van dertien biggen. Even ter herinnering: tien jaar geleden zat het aantal levend geboren biggen per worp op 13,6, nu op 15,2 biggen. Door de productiestijging neemt het speengewicht af en er zit geen progressie in de biggengroei. Die blijft hangen rond de 330 gram levensgroei.Tekst gaat verder onder de grafiekDe levensgroei van biggen is al jaren heel stabiel. De verklaring zit voor een deel in het groter aantal gespeende biggen. Meer biggen betekent lagere speengewichten. Het vermogen om voer op te nemen is wel gestegen afgelopen jaren.Minder koper in voerEen andere factor is dat de dieren het moeten doen met minder koper in het voer. De kopernorm is in augustus 2019 terug gegaan van 170 milligram koper per kilo biggenvoer naar 150 milligram tot week vijf na spenen en 100 milligram vanaf week vijf tot week negen na spenen. Zink is helemaal niet meer toegestaan in Nederland. Het belang van een goed management en goede zorg voor biggen wordt dus vanuit meerdere oogpunten belangrijker.Tekst gaat verder onder de afbeeldingOmdat na spenen de weerstand van biggen afneemt zijn deze gevoelig voor diverse bacteriën, zoals coli, lawsonia en streptokokken. Voeding, management en veterinaire maatregelen beperken het infectierisico.Beginnen bij beginNavraag leert dat de meeste verbetering in bigkwaliteit is te halen door de standaardwerkzaamheden op het bedrijf preciezer te doen. Technisch specialist Peter Zanders van het VIDA-team van ForFarmers weet daar alles van. Zanders: “De oplossing zit in 80% van de gevallen in basiszaken die niet goed in orde zijn op de bedrijven.” Daarbij valt te denken aan zaken als de biestopname, het bijvoeren in de kraamstal, de temperatuur in de biggenstal bij spenen of de drinkwaterkwaliteit aan de nippel.SysteemprocesBiggen produceren is een systeemproces dat vanaf begin tot eind moet kloppen. Varkensarts Marrina Schuttert van De Varkenspraktijk wijst daarom ook op het belang van de geltenopfok, het gewicht bij de eerste inseminatie en zaken als de voeding in de drachtstal. Schuttert: “Er zijn een aantal kritische processen op een zeugenbedrijf die gewoon moeten kloppen.” Zij pleit daarom ook voor duidelijke werkinstructies op de bedrijven. Geen dikke boekwerken, maar een handzaam A4-formaat.Tekst gaat verder onder het kaderCriteria voor goede biggenBigkwaliteit is voor een flink deel meetbaar. Met afstand op nummer 1 staat diergezondheid. Driemaal per jaar bloedonderzoek doen bij een dwarssnede van de dieren zegt veel over de veterinaire toestand van een varkensbedrijf. Datzelfde geldt natuurlijk ook voor de uitval en de dierdagdosering die het antibioticagebruik weergeeft.Ook het gewicht is veelzeggend. ForFarmers hanteert als vuistregel dat een big op 26 dagen leeftijd 7 kilo of meer moet wegen. Op dag zeventig dient een big 25 kilo te wegen. Dat komt neer op een levensgroei van 340 gram per dag.Schuttert vindt speenleeftijd ook belangrijk. Een zoogperiode van 26 dagen vindt zij het minimum.Naast harde cijfers is bigkwaliteit ook iets visueels. Een gezond en goed big is actief, fris en heeft een goede kleur. Ook zijn de oren en staarten gaaf.Bedrijfsomvang en personeelEen factor die zeker ook een rol speelt is de bedrijfsomvang en het personeel, weet Aline van Genderen, dierenarts en specialist diergezondheid bij Vion. Van Genderen is mede vanuit het Vion-project BigIDee betrokken bij verbetering van de bigkwaliteit. Ze ziet dat er gemiddeld minder tijd beschikbaar is per big dan tien jaar geleden. Maar ze signaleert tevens dat extra aandacht besteden aan pasgeboren biggen zijn vruchten afwerpt. Met name in de eerste levensweek. Er zijn grotere bedrijven die werken met zogeheten nurses in de kraamstal en zij zien de bigkwaliteit echt met sprongen vooruit gaan. Dat zijn vaak vrouwen. Die zorgen bijvoorbeeld dat alle biggen genoeg biest krijgen. Van Genderen: “Dat is heel belangrijk.”Goede ijkpuntenActuele data zijn tevens relevant om gestructureerd te werken aan betere biggen. Zanders ziet geregeld dat onvoldoende cijfers bekend zijn en dat er wordt gewerkt met schattingen. Zanders: “Varkenshouders werken soms met speengewichten die al jaren oud zijn. Door de gestegen worpgrootte neemt het speengewicht af. Het ondereind van de biggen blijkt dan met spenen onder de vijf kilo te zitten. De voeding moet op dat gewicht afgestemd zijn.”Reële doelen formulerenForFarmers pleit voor betrouwbare, actuele cijfers over de zeugen en de biggen en vervolgens doelen te formuleren die reëel zijn. Het stimuleert simpelweg als doelen worden gehaald.Tekst gaat verder onder de afbeeldingEen biggenstal volgens de meest moderne inichten op gebied van hygiëne en technologie. Toch blijft varkens houden mensenwerk. Discussies en verbeterpuntenCommercieel manager Jos Blom van Vion Farming loopt al jaren mee in de handel. Hij ziet dat varkenshouders vandaag de dag wel meer open staan voor discussie en dat verbeterpunten bespreekbaarder zijn. Open staan voor discussie en jezelf een spiegel durven voorhouden is heel belangrijk om als varkenshouder én bedrijf beter te functioneren. Blom: “Veel varkenshouders zitten alleen op hun eigen bedrijf. Je moet adviseurs om je heen hebben die jou stimuleren om het beter te doen. Dat blijft natuurlijk delicaat. Als iemand al te duidelijk zijn mening geeft, is een klant weg. Dat is overigens niet meer zo sterk het geval als vroeger.”Geen onmogelijke opgaveVarkensarts Marrina Schuttert, de mensen van Vion, het team van ForFarmers, allemaal zijn ze ervan overtuigd dat het in Nederland mogelijk is kwaliteitsbiggen te produceren. De bedrijfsomvang doet er daarbij niet toe. Het kan op zowel kleinere bedrijven als op grote zeugenbedrijven met veel personeelsleden. Schuttert gaat zelfs een stapje verder door te stellen dat het in beginsel zelfs mogelijk is overal spf-biggen te produceren. Hoe dan ook worden er al op grote schaal goede biggen gefokt. Zeker de exportbiggen voor de Duitse markt zijn veel beter dan tien jaar geleden.Kennis, hulpmiddelen en stallenDe kennis is aanwezig, de hulpmiddelen in de vorm van voer en vaccins zijn in orde, en de stallen zijn in aanleg ook goed. Wel is het zo dat de kraamhokken en de biggenstal lang niet altijd zijn meegegroeid met de productie. De biggenstal vormt dan een soort flessenhals op het zeugenbedrijf waar alle dieren doorheen gepropt moeten worden.Tekst gaat verder onder het kaderNegen aandachtspunten voor productie van goede biggenGeboorte en biest – Iedere big moet zo snel mogelijk na de geboorte voldoende biest krijgen. De concentratie antistoffen in de biest is binnen enige uren na de geboorte van de laatste big gehalveerd.Leren eten – Het is van groot belang dat biggen voor spenen zijn gewend om vast voer op te nemen van plantaardige herkomst. Het maagdarmstelsel van een big is dan voorbereid op de periode na spenen.Zomermaatregelen – Hoge temperaturen in combinatie met een hoge luchtvochtigheid zetten de voeropname onder druk met gevolg dat de melkproductie van de zeug afneemt. Zorg dus voor het begin van de zomer voor een goed werkend ventilatiesysteem en eventueel koeling om hittestress voor te zijn.Het spenen – Zorg dat biggen in een droge, schone en ontsmette afdeling komen die bij opleg tussen 28 en 31 graden warm is. Meng tomen zo weinig mogelijk en probeer het aantal veranderingen te beperken, bijvoorbeeld door hetzelfde type voerbak na spenen.Gezondheid - Omdat na spenen de weerstand van biggen afneemt zijn deze gevoelig voor diverse bacteriën, zoals coli, lawsonia en streptokokken. Voeding, management en veterinaire maatregelen beperken het infectierisico.Watervoorziening - Een pas gespeende big is gebaat bij schoon en smakelijk drinkwater dat makkelijk opneembaar is. Vervuild water vergroot de kans op gezondheidsproblemen bij biggen.Stalklimaat – Het klimaat dient de klok rond in orde te zijn bij de biggen. Het gebruik van sensoren om het CO2-gehalte te meten geeft een onderbouwing voor de juiste afstelling van de ventilatie.Voeropname na spenen - De darmen mogen na spenen niet ‘leeg’ komen staan. Er zijn diverse mogelijkheden om de voeropname na spenen te stimuleren. Verstrek bijvoorbeeld hetzelfde voer na spenen als daarvoor. Door meerdere malen per dag aanvullend voer en water te verstrekken in een kom neemt de opname toe.Bigkwaliteit - Bedrijven met goede biggen draaien technisch en financieel beter en hebben grotere afzetzekerheid voor hun biggen dan bedrijven met mindere biggen. Gestructureerd, hygiënisch en correct werken levert dus veel geld en werkplezier op.Bereidheid en noodzaakNiet alleen de bereidheid, maar ook de noodzaak om kwaliteitsbiggen te leveren, groeit. De wereld is digitaal en wordt steeds transparanter. Gelijktijdig krimpt de varkenssector. Een varkenshouder die er niet in slaagt goede biggen te produceren loopt vroeger of later vast. Dat wordt overal bekend. Telkens van de ene naar de handelaar switchen om de biggen kwijt te raken, houdt een keer op. En ook economisch wordt het steeds lastiger vol te houden met biggen die niet voldoen aan de wens van de afnemer.Tekst gaat verder onder de afbeeldingEen pas gespeende big is gebaat bij schoon en smakelijk drinkwater dat makkelijk opneembaar is. Vervuild water vergroot de kans op gezondheidsproblemen bij biggen.Eerlijk communicerenWant het maakt niet uit waar. Al is het in Zuid-Europa, Polen, Duitsland of in Nederland, iedere vleesvarkenshouder wil biggen die vijftig weken per jaar een voorspelbaar resultaat geven in de stal. Ook iedere mester weet dat het dieren zijn. Dus een een koppel mag een keer minder zijn. Maar dan is het belangrijk om daar vooraf eerlijk over te communiceren.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









