‘Bietenteler koerst te veel op rassenlijst’

Foto: Peter Roek
KWS en Betaseed zijn al jaren de grootste leveranciers van suikerbietenzaad in Nederland. Zij doen goed werk, maar meer keuze zou beter zijn.De veredelingsbedrijven KWS en Betaseed hebben respectievelijk 61% en 33% van de afzetmarkt van suikerbietenzaad in Nederland in handen. Strube rammelt sinds 2011 aan de deur, maar heeft nog geen groot marktaandeel. Strube levert 3% van het zaad voor de teelt van 2017, net zoveel als SESVanderHave. Bietentelers kunnen dus vooral kiezen uit de rassen van KWS en Betaseed. Het is lovenswaardig dat deze bedrijven zorgen voor progressie in de bietensector, maar voor telers is meer keuze in toeleveranciers beter. Dat spreidt het risico, omdat bedrijven uit verschillende genetische bronnen putten. Bovendien houdt het de concurrentie scherp, wat kan leiden tot versnelde vooruitgang. Grootste partijenDaarom ziet Gert Sikken, directeur agrarische zaken van Suiker Unie, graag dat de andere veredelaars aanhaken bij de grote twee. “De markt ligt nu grotendeels bij twee partijen, maar er is altijd een golfbeweging geweest. In het verleden was Syngenta ook weleens de grootste, evenals SESVanderHave.”'Bietenveredeling is een grote puzzel'Suiker Unie stuurt de veredelaars aan door wensen kenbaar te maken. Eigenlijk is de opdracht altijd hetzelfde: een hoge suikeropbrengst per hectare met sterke rassen en tegen alle omstandigheden resistente rassen. Marcel Arts van marktleider KWS zegt dat het ook een kwestie is van geluk, om de rassen aan te kunnen bieden die de markt vraagt. “Het is een grote puzzel. De laatste jaren vullen we die goed in, dankzij goed genetisch materiaal en puzzeltalent. Maar het kan ook heus eens de andere kant opvallen, dan gaat het een ander bedrijf beter af. Zo moeten wij nu iets marktaandeel inleveren door de uitmuntende prestaties van Betaseed. Dat is in Nederland een concurrent van ons, maar in de research werken we samen.”'Rassenlijst kan niet leidend zijn'Bietentelers kiezen het financieel best presterende ras met de benodigde resistenties. Arts: “Zo zijn de telers opgevoed; ze willen de kostprijs verlagen.”Strube-directeur Bart van der Weijden weet wat hem te doen staat. “We moeten concurrerende rassen presenteren en zorgen dat we aansluiten bij de grote aanbieders. In omringende landen lukt dat veel beter dan in Nederland.”Volgens Van der Weijden loopt de Nederlandse bietenteler te veel met de rassenlijst in de hand. “Als je weet wat je wilt, is de rassenlijst slechts een hulpmiddel. Een ras moet passen op jouw bedrijf. Daarom kan de lijst niet leidend zijn. Maar toch gebeurt dat in Nederland meer dan in het buitenland.”
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









