Betere bodem via schimmels

Foto: Henk Riswick
Om de bodemkwaliteit te verbeteren en de gewasopbrengsten te verhogen, moeten telers nuttige bodemschimmels meer kans geven zich te ontwikkelen.De kwaliteit van akkerbouwgronden verbetert wanneer een teler de nuttige bodemschimmels meer kans geeft zich te ontwikkelen. Dat blijkt uit een literatuuronderzoek dat CZAV-kenniscoördinator Lieke Beezemer uitvoerde. De verhouding tussen schimmels en bacteriën in de bodem blijkt grote invloed te hebben op de bodemkwaliteit en daarmee op de gewasopbrengsten. Ir Lieke Beezemer vanaf vandaag MSc na afstuderen bij @CZAVvoorboeren op het onderwerp #bodemverbeteraars@WURpic.twitter.com/lQLqlPvhqg— CZAV (@CZAVvoorboeren) 22 augustus 2017Gerichte adviezen geven is lastigDe onderzoeksvraag is ontstaan vanuit de praktijk. Het aanbod bodemverbeterende producten op basis van sporenelementen, bacteriën of schimmels is erg groot. Onderzoek door coöperatie CZAV en kennis- en inkooporganisatie CropSolutions laat zien dat producten soms wel effect op opbrengst en kwaliteit hebben en in het volgende seizoen juist weer helemaal niet. Voor adviseurs is het daarom lastig om telers gerichte adviezen te geven.Mindere bodemstructuurReden voor CZAV om een onderzoek te doen naar het functioneren van het bodemvoedselweb. Dit is het verteringsorgaan van het ecosysteem, vergelijkbaar met het maag-darmstelsel van mens en dier. Hieruit kwam naar voren dat in gronden met een betere structuur, zoals blijvend grasland, bij meerjarige gewassen en natuurterreinen, de schimmels in het bodemvoedselweb de overhand hebben. In bouwlandpercelen met eenjarige gewassen en een mindere bodemstructuur hebben bacteriën de overhand. In een gemiddeld perceel bouwland zit in de bouwvoor zo’n 9.000 kilo bacteriën en 5.000 kilo schimmels per hectare, globaal een verhouding van een derde schimmels en twee derde bacteriën. Volgens Beezemer zijn er ook percelen met vijf zesde bacteriën en een zesde schimmels. De ideale balans voor bouwland lijkt een gewichtsverhouding van 1-op-1.
Artikel gaat verder onder de foto‘s.Jaarlijks toedienen van organische mest met een hoge C/N-verhouding, zoals groencompost, stimuleert de groei van nuttige schimmels. - Foto: Hans BanusIndicatoren voor bodemlevenBeezemer heeft een viertal indicatoren benoemd waaraan telers kunnen merken dat het bodemleven in een perceel niet in balans is: Onvolledige vertering van gewasresten. Te zien aan het weer bovenploegen van stroresten of blauwe klei door het ‘inkuilen’ van groenbemesters;Te weinig macrobodemleven. Dan zitten er geen wormen in de ondergrond en komen er geen meeuwen bij het ploegen;Verlaagde opnamecapaciteit van de wortels. Te herkennen aan gebreksverschijnselen en droogtestress in de gewassen;Bodem is gevoelig voor bodempathogenen. Door gebrek aan concurrentie met nuttige soorten worden gewassen aangetast door bodemschimmels, bodeminsecten of aaltjes.AkkerbouwgrondenBodemmonsteranalyses geven al wel een indicatie van de activiteit van het bodemleven en de hoeveelheid, maar onderscheid tussen de soorten wordt nog niet gemaakt. Duidelijk is in ieder geval dat akkerbouwgronden voornamelijk bacteriedominant zijn en een verschuiving naar een groter aandeel schimmels de bodemkwaliteit zal verbeteren. Stabiele humusBodemschimmels breken moeilijk afbreekbare materiaal als cellulose en lignine af en zetten dit om naar stabiele humus. Met name mycorrhiza’s helpen de haarwortels bij de opname van fosfaat, calcium en water. Ook scheiden schimmels zuren uit die weer voedingsstoffen beschikbaar maken voor de planten. Daarnaast binden schimmels bodemdeeltjes tot aggregaten waardoor bijvoorbeeld minder snel verslemping optreedt. Stimuleren van goede schimmels verbetert ook de bodemgezondheid. Schimmels beconcurreren en parasiteren elkaar waardoor ziekteverwekkende schimmels minder kans krijgen zich te ontwikkelen en schade aan de gewassen aan te richten.Schimmels en bacteriën hebben in de bodem ieder hun eigen nuttige eigenschappen. De omstandigheden waaronder ze het best functioneren verschillen.Aandeel schimmels sturenAkkerbouwers kunnen het aandeel schimmels in de bodem enigszins sturen door bemesting aan te passen aan de behoefte van nuttige bodemschimmels. Deze organismen zijn gebaat bij organische meststoffen met een hoge C/N-verhouding, dit wil zeggen relatief veel koolstof ten opzichte van de hoeveelheid stikstof. Schimmels stimulerenCZAV-bemestingsspecialist Ton Hendrickx ziet in het enten van micro-organismen voor eenjarige akkerbouwteelten met de huidige teeltmethoden maar beperkte mogelijkheden. “Wat kan een paar kilo schimmels of bacteriën op korte termijn doen op een populatie van meerdere tonnen in de bouwvoor?” Het gaat om zeer kleine hoeveelheden die door concurrentie met andere soorten in de bodem een lage overlevingskans hebben. Effect gewasbeschermingsmiddelenHet effect van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen op de toegevoegde micro-organismen is veelal niet bekend. Onduidelijk is ook wat het risico op langere termijn is van bodemvreemde bacteriën of schimmels. Deze producten komen vaak uit Zuid-Europa of nog verder weg. Wanneer de toegevoegde organismen niet van nature in de Nederlandse bodems voorkomen, is de voedingsbodem veelal niet toereikend om ze tot een effectieve populatie uit te laten groeien.Achterlaten van stro bij de graanoogst verschuift het bodemevenwicht in de richting van schimmeldominantie. - Foto: Jan Willem SchoutenSporenelementenHendrickx ziet meer in het stimuleren van het van nature aanwezige bodemleven. Daarvoor is het belangrijk dat de bodem ook gevoed wordt. Sporenelementen spelen daarin een belangrijke rol. Deze worden bij een uitgebreid bodemonderzoek door onderzoekslaboratoria wel bepaalt, maar er wordt alleen nog geen bodemgericht advies aan gekoppeld. Daarvoor is eerst nog meer onderzoek nodig. Bactofil en NeOsolKennis- en inkooporganisatie CropSolutions onderzocht in een meerjarig demoveld in Kamperland (Zld.) het jaarlijks toedienen van Bactofil, een bacteriepreparaat, en NeOsol een product met sporenelementen om het bodemleven te stimuleren. Bactofil heeft wel enig effect, maar volgens de onderzoekers niet voldoende om rendabel toe te passen. Toediening van NeOsol, dat het aanwezige bodemleven stimuleert, leverde gemiddeld over de aardappelen, wintertarwe, graszaad en suikerbieten na een aantal jaren toepassen ruim 10% meeropbrengst. Evenwicht in bodem sturenEen teler kan het evenwicht in de bodem verschuiven naar meer schimmeldominantie door een aantal maatregelen:Stro hakselen waar mogelijk;Gebruik graasdierenmest, groencompost of vaste mest op strobasis in plaats van drijfmest;Beperken van intensieve, kerende grondbewerking. Dit vernietigt schimmelstructuren en stimuleert juist bacteriedominantie door meer zuurstof in de grond;Telen van diep wortelende groenbemesters.Fosfaat vrijmakenBodembacteriën hebben hun eigen functie in het bodemvoedselweb. Ze zorgen voor mineralisatie door makkelijk afbreekbare organische stof om te zetten. Bacteriën hebben een belangrijke rol in de bodemchemie. Ze zetten elementair zwavel om in een voor de plant opneembare vorm, maken fosfaat vrij en zetten ammonium om naar nitraat. Daarnaast scheiden de bacteriën antibiotica en plantgroeihormonen uit.De uitdaging is nu om te werken naar een optimaal evenwicht tussen beide soorten.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









