Bedrijfsvoering moet helemaal op de kop

Foto: Sytze Bakker

Foto: Sytze Bakker


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Omschakelen naar biologisch is een manier om meer omzet uit een bedrijf te halen. Dit vraagt wel vakmanschap en een flinke investering.Dat zeggen Countus-adviseurs Jan Lucas Spijkman en Erik Arts op basis van een analyse van de biologische akkerbouw. In het huidige economische klimaat moeten bedrijven blijven groeien om hun marge te vergroten en daarmee het inkomen van de ondernemer op peil te houden. Het gros van de akkerbouwers doet dat door te groeien in areaal. Ieder jaar een paar hectare erbij. Een andere optie om omzetgroei te realiseren is omschakelen naar biologisch. De vraag naar biologische producten groeit, waardoor er nog wel ruimte is voor meer biologische producten. ‘Omschakelen mag geen vlucht zijn’De adviseurs benadrukken dat omschakelen geen vlucht mag zijn. Als een bedrijf gangbaar niet goed draait, dan gaat het biologisch ook niet lukken, is de ervaring. Biologisch telen vraagt veel van de ondernemer; het bedrijf moet helemaal op de kop. De traditionele akkerbouwgewassen als aardappelen, suikerbieten en granen zijn biologisch geen toppers, zodat daarnaast hoger salderende gewassen in het bouwplan moeten worden opgenomen. Naast uien en peen is dat vaak een vollegrondsgroentegewas als bloemkool, broccoli of pompoen. Behalve het telen is ook de manier van afzetten anders. De biologische markt is relatief klein, er wordt niet voor een bulkmarkt geteeld. Een kleine deelmarkt is al snel overvoerd. Daarom is het belangrijk vooraf leverings- en prijsafspraken te maken met afnemers. Extra personeel en groter teeltrisicoEen tweede punt waar een omschakelaar mee te maken krijgt, is de inzet van extra personeel voor de onkruidbestrijding en de oogst van groentegewassen die moet worden aangestuurd. Dat moet je als ondernemer ook willen. Het aanbod van personeel is volgens Countus vrijwel nooit een knelpunt. Er zijn genoeg uitzendbureaus die bijna op afroep voldoende scholieren of buitenlandse werknemers kunnen regelen. Een ander belangrijk punt is het grotere teeltrisico dat biologische akkerbouwers lopen. In gangbare teelten is een minder geslaagde onkruidbestrijding achteraf nog wel te corrigeren. Met € 100 aan middelen kan veel worden gedaan. Loopt het in een biologische teelt uit de hand, dan ben je volgens Spijkman zomaar € 1.000 per hectare extra kwijt aan arbeidsuren.Bovenstaande cijfers zijn gebaseerd op grote gemiddelden uit KWIN (Kwantitatieve Informatie Akkerbouw en Vollegrondsgroenteteelt). Voor gangbaar is een vrij traditioneel 1 op 4-kleibouwplan aangehouden met aardappelen, suikerbieten, uien, peen en graan. Na omschakeling is gerekend met een 1 op 8-bouwplan waarbij suikerbieten en graan plaatsmaken voor groenten en grasklaver als rustgewas. Omschakelen vraagt investeringOmschakelen van gangbaar kost een teler een bedrag van circa € 3.250 per hectare aan gederfde inkomsten. Na twee jaar biologisch telen mogen de producten pas als biologisch, tegen een hogere prijs, worden afgezet. Countus berekende dat bedrag op basis van een voorbeeldbedrijf van 48 hectare. Een bedrijf van deze omvang heeft dus ongeveer € 150.000 nodig voor de omschakeling. Voor deze berekening is uitgegaan van een snelle omschakeling waarbij maar één seizoen een gewas biologisch wordt geteeld en gangbaar moet worden afgezet. Het eerste omschakeljaar wordt dan nog deels gangbaar geteeld. Een optie is om op het perceel suikerbieten te telen. De laatste chemische onkruidbestrijding moet dan voor 1 mei uitgevoerd zijn en de bladziektebestrijding wordt dan achterwege gelaten, zodat vanaf 1 mei de omschakelperiode ingaat. Door het derde jaar voor een laat gewas te kiezen dat pas na 1 mei wordt gezaaid, kan de oogst dan al als biologisch worden afgezet. Zo kan een bedrijf in een periode van vijf of zes jaar omschakelen, waardoor de inkomensdip over meerdere jaren wordt verspreid.Verschil in saldo voor en na omschakelingWelke gewas- en bedrijfssaldo’s omgeschakelde telers realiseren, wil Countus niet kwijt. Deze gegevens uit hun benchmark gebruikt het accountantsbureau exclusief voor hun klanten. Met gegevens uit KWIN is wel een globale indruk te geven van het verschil in saldo voor en na omschakeling. De voorbeeldberekening op basis van gemiddelden laat zien dat het jaarlijkse gewassaldo op een 48 hectare kleiakkerbouwbedrijf op zo’n € 143.000 uitkomt, in de biologische variant. Met andere gewassen in een ruimer bouwplan komt het saldo uit op bijna € 179.000, een verschil van € 36.000. Het aantal benodigde arbeidsuren voor de teelt van de gewassen verdrievoudigd echter. Van ongeveer 1.000 tot bijna 3.300 mensuren per jaar.Branden van aardappelloof. Bij een hoge phytophthoradruk moeten biologische aardappelen soms al vroeg in het seizoen worden gebrand, om een infectie te stoppen. Een vroege infectie kost daarom veel opbrengst. - Foto: Henk RiswickAndere kostenstructuurVolgens Arts en Spijkman zijn gangbare en biologische akkerbouwbedrijven op financieel gebied niet zomaar te vergelijken. Dat komt vooral door de andere kostenstructuur die omschakelende bedrijven ontwikkelen. De bewerkingskosten (arbeid, mechanisatie en brandstof) stijgen. Gewasverzorging vraagt meer arbeid en veelvuldiger inzet van machines zoals schoffels, wiedeg en branders. Ook door uitbreiding van het aantal gewassen nemen de bewerkingskosten toe.Daarnaast blijkt ook dat telers meer toegevoegde waarde aan hun producten mee gaan geven, door producten op te slaan, te sorteren en verpakken. Dat vraagt extra investeringen en arbeid, waardoor de bewerkingskosten nog verder oplopen. Qua kostenstructuur zijn biologische bedrijven volgens Countus daarom beter te vergelijken met pootaardappelbedrijven. Deze verwerken in de regel ook hun eigen oogst. Teeltrisico’s zijn groterIn een grafiek, waarin kosten en opbrengsten van biologische en pootaardappelbedrijven tegen elkaar zijn afgezet, laten de adviseurs zien dat de marges en verdiensten per hectare van deze bedrijven dicht bij elkaar liggen. Wat wel opvalt, is dat de spreiding tussen biologische bedrijven veel groter is dan de spreiding in het behaalde marge tussen de pootaardappelbedrijven. Een van de redenen is dat de teeltrisico’s in de biologische teelten groter zijn. Een vroege phytophthora- of valse meeldauwinfectie heeft heel invloed op het resultaat. Ook de onkruiddruk in de percelen is een belangrijke factor in het financiële resultaat. Volgens Spijkman loopt het verschil in arbeidskosten voor het onkruidvrij houden tussen een relatief schoon en een vuil perceel met bijvoorbeeld zaaiuien op tot wel € 3.000 per hectare. Spijkman schetst dat – vanwege de hogere teeltkosten bij iets lagere opbrengsten – de marges snel verdampen. Daar staat tegenover dat bij bovengemiddelde opbrengsten de resultaten ver bovengemiddeld uitkomen.Areaal biologische akkerbouw groeit
In 2016 telde Nederland 539 bedrijven met biologische akkerbouw, ruim 4% meer dan vijf jaar eerder. Dat blijkt uit cijfers van het CBS. Biologische akkerbouwbedrijven besloegen samen ruim tienduizend hectare akkerbouwgrond, een lichte groei van 2% ten opzichte van 2011. Ter vergelijking: het aantal gangbare akkerbouwbedrijven daalde in dezelfde periode van 20.408 naar 18.129. Terwijl het biologische akkerbouwareaal iets groeit, daalde het totale akkerbouwareaal de laatste vijf jaar van 535.000 naar 502.000 hectare.

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Lees meer over


Snel delen


Sectornieuwsbrief Akkerbouw


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.