Bedrijfsopvolging

Gebrek aan opvolgers is vooral een teken dat de schaalvergroting nog lang niet ten einde is.Zomaar een bericht in de pers: het aantal bedrijfsopvolgers in de landbouw is aan het afnemen. In vijf jaar tijd is het gedaald van 36 naar 32 procent. Ik heb de cijfers van Agridirect nog eens wat nader bekeken. Allereerst de aantekening dat onduidelijk is waar de cijfers op gebaseerd zijn. Zijn alle bedrijven bevraagd of gaat het om een steekproef? Zo ja, hoe is die dan tot stand gekomen? Bij het LEI vertrouw ik dergelijke uitkomsten direct, bij andere partijen wil ik graag wat meer details weten. Maar goed, laten we ervan uitgaan dat de uitkomsten kloppen.
Het eerste wat opvalt, is dat de trend dalend is in alle sectoren van de landbouw. Hoewel het aantal opvolgers daar nog redelijk groot is, is de daling het scherpst in de categorie veeteeltcombinaties. Dat zijn bedrijven die verschillende soorten dierhouderij combineren; ze zijn minder gespecialiseerd en de afzonderlijke takken zijn kleiner. Uit de mededelingen van Agridirect valt op te maken dat ook voor de wat kleinere bedrijven in de intensieve veehouderij vaak geen opvolger klaarstaat. Bij de lage varkensprijzen van de afgelopen jaren is dat voorte stellen. Het tweede opvallende is niet de trend, maar het lage niveau van opvolging bij akkerbouwbedrijven. Slechts 25 procent heeft een opvolger.
Er worden allerlei oorzaken genoemd voor deze ontwikkelingen. Veel wordt gewezen naar de lastige financiering bij een overname. Dat zal zo zijn, maar op de achtergrond speelt een heel andere oorzaak: de opschaling in de landbouw is nog lang niet ten einde. Relatief kleine takken intensieve veehouderij heb ik al genoemd, en ook in de akkerbouw is nog een belangrijke slag te verwachten. Steeds grotere machines en de opkomst van precisielandbouw zorgen ervoor dat één arbeidskracht steeds grotere oppervlakten aankan. En dat betekent dat in die sector veel vraag is naar los land. Dat maakt de overname van complete bedrijven voor opvolging minder aantrekkelijk.
Ik neem aan dat vooral kleinere bedrijven minder snel worden overgenomen. Op basis van CBS-gegevens valt vast te stellen dat het twee derde deel kleinste bedrijven, in NGE’s gemeten, zorgt voor krap 20 procent van de land- en tuinbouwproductie. Als die bedrijven na verloop van tijd stoppen, nemen de overige bedrijven een kwart in omvang toe. Omdat er natuurlijk ook grotere bedrijven zijn zonder opvolger, kan de groei van de blijvers nog wat groter zijn.
De dalende opvolgingsbereidheid zet dus niet zozeer de landbouwproductie onder druk. Ook is er geen sprake van spontane braaklegging. Nee, het is vooral een signaal van opschaling. De maatschappij vindt die opschaling misschien ongewenst, maar boeren en tuinders gaan er wel van uit.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









