‘Anders kijken naar voedselproductie door corona’

De coronacrisis zorgde voor een overschot aan fritesaadappelen. Een deel ervan werd aan koeien gevoerd. - Foto: Hans Prinsen

De coronacrisis zorgde voor een overschot aan fritesaadappelen. Een deel ervan werd aan koeien gevoerd. - Foto: Hans Prinsen


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

De coronacrisis maakt duidelijk dat ‘de wereld voeden’ eigenlijk een valse motivatie is. Voor een miljoen ton fritesaardappelen was geen markt meer, en de mensen hebben er geen gram minder om gegeten.Een oppervlakte van 20.000 hectare, een kwart van het totale consumptieareaal, ofwel de halve Noordoostpolder, is voor niets geteeld, of nou ja, voor de koeien. Niet geteeld voor eerste levensbehoefteToch was er geen bericht over voedseltekorten. Men waarschuwt wel voor een ‘hongerpandemie’ in Afrika, maar dat is een gevolg van lockdowns en gesloten grenzen, niet omdat we te weinig zouden produceren.Blijkbaar wordt er een enorm surplus geteeld dat niet voor de eerste levensbehoefte is bestemd en dat bij wegvallende markten gewoon over is. Dat gold in dit geval niet alleen voor de fritesaardappelen, maar ook voor snijbloemen, gemaksgroenten en andere specialiteiten.Voor de coronacrisis was onze levensstandaard blijkbaar zo dat we al die hectares ook nodig hadden. Dat is boeren niet aan te rekenen, het is dé manier om een hoger saldo te halen van hun hectares. Dat is de ware motivatie van de boer. Maar nu de vraag is weggevallen, is van dat saldo weinig meer over.We zouden best eens tot de conclusie kunnen komen dat bepaalde teelten of teeltgewoonten overbodig zijnNu even een gedachtenexperiment: als de coronacrisis in zijn ergste vorm zou voortduren, hoe zouden we dan denken over de Nederlandse landbouw? Zou er dan nog steeds op worden aangedrongen dat we alles op alles moeten zetten om de wereld te voeden? Met maximale giften, grote druk op de grond, met zo intensief mogelijke bouwplannen? Zouden we de markt blijven overvoeren met frites? We zouden best eens tot de conclusie kunnen komen dat bepaalde teelten of teeltgewoonten overbodig zijn. Wat de coronapandemie duidelijk maakt, is dat het niet de monden zijn die om zoveel productie vragen, maar onze levensstandaard.Laten we dit doortrekken naar de mondiale voedselvoorziening. Er worden miljoenen hectares soja verbouwd voor de dierhouderij wereldwijd. Nu is ons jarenlang voorgehouden dat de groeiende vleesconsumptie een onontkoombaar gegeven is, onder anderen door Aalt Dijkhuizen en Louise Fresco. We kunnen heel goed met minder toeNu China heeft verordonneerd dat de vleesconsumptie in 2030 gehalveerd moet zijn, kun je je dat afvragen. Als het inderdaad een essentiële behoefte zou zijn, zou China wel gek zijn om die halvering na te streven. Maar zo’n behoefte is het dus niet! Het is een gevolg van onze levensstandaard die ons is aangepraat door toekomstprofeten en eiwitgoeroes. We kunnen heel goed met minder toe – en dat is maar goed ook.Ik wil niet iedereen van de frites af hebben, maar we kunnen, ja moeten maar eens heel anders naar de voedselproductie kijken. Wat de coronacrisis nog eens heeft laten zien is dit: de aanname dat onze huidige teelten onmisbaar zijn voor het voeden van de wereld kan op de helling.

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Lees meer over


Snel delen


Sectornieuwsbrief Akkerbouw


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.