Alle werk zelf doen met uitgebreid machinepark

Laatst bijgewerkt:
Foto: Matthijs Verhagen

Foto: Matthijs Verhagen


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Van stallen bouwen tot mais hakselen. Bij melkveehouderij Linssen-Beckers doen ze álles zelf. Want zo kreeg oprichter Jan Linssen dat van huis uit mee. Het bedrijf groeide gestaag tot een maatschap met nu 540 koeien. Kan de tactiek van alles zelf doen met zo’n omvang nog wel overeind blijven?Nieuw kopen doen ze bijna niet. Alles gaat met gebruikte trekkers en machines. Ze sleutelen zelf en rijden tot het op de draad versleten is, of tot een interessante inruil voorbij komt. Werken met lage kosten. Niet te bang om een machine op een buitenlandse veiling te kopen als de prijs gunstig is. De vennoten Kurt Beckers en Thomas en Jan Linssen zijn – naast koeienmannen pur sang – óók mannen van staal, met handelsgeest. Een combinatie die je niet zo vaak ziet.Jan Linssen (60), Thomas Linssen (34) en Kurt Beckers (37) runnen in het Belgische Kinrooi, een grensgemeente net onder Weert in Limburg, een melkveehouderij met 540 melkkoeien en 80 stuks jongvee. 400 stuks jongvee op een tweede locatie. De melkstal is een 24-stands binnenmelker. Arbeid zetten ze rond met één vaste medewerker, een vaste groep melkers en losse seizoenskrachten.De loonwerker komt alleen langs om een hoekje najaarsgras te persen. De rest van het jaar redden ze zich prima met een uitgebreid machinepark. Zelf doen maakt de melkveehouders flexibel en geeft de beste kwaliteit, vinden de mannen.Het trekker- en machinepark van LV Linssen-Beckers, van links met de klok mee: John Deere 6910-hakselaar (jong gebruikt gekocht in 2004), Krone Easycut 9000CV-triplemaaier (2016), Krone Swadro 900-hark (2016), Amazone-achtrijige maiszaaier, Fendt Favorit 514C (gekocht bij 1.100 u, nu 17.000 u), Fendt 930 Vario (gekocht bij 2.500 u, nu 10.300 u) met Veenhuis 25-kuubs drie-asser, Fendt Xylon, Fendt Farmer 311, Fendt Favorit 512C (gekocht bij 900 u, nu 16.000 u), Fendt Favorit 818 (gekocht bij 800 u, nu 16.000 u) en tot slot een Fendt 916 Vario (gekocht bij 9.600 u, nu 16.000 u). Foto's: Matthijs VerhagenEigen Vredo-zelfrijder en John Deere-hakselaarIn de loods twee Claas-verreikers, acht Fendts en als hoogtepunten een 25-kuubs Vredo-zelfrijder en een John Deere-hakselaar. Die loods is overigens, net als de enorme ligboxenstal, zelf gebouwd van gebruikte materialen. Alles zelf doen ging altijd mooi en legde de melkveehouders geen windeieren. “Hier hebben we in het verleden goed geld mee verdiend”, is de stellige overtuiging van oprichter Jan Linssen. Hij hakselt al sinds 1968 zijn eigen mais. “Eerst met een Hesston 4000, later een Field Queen, sinds de jaren negentig gebruikte John Deeres.” Maar toch. Nu het bedrijf zo gegroeid is, moeten ze keuzes maken voor de toekomst.De Vredo kocht Linssen-Beckers op een veiling in Denemarken. Qua arbeid past hij de veehouders niet.Koeien staan op nummer 1Want intussen heeft de bedrijfsomvang ook een keerzijde: de arbeidsbehoefte is heel anders dan vroeger. Zeker nu de mannen – met de afschaffing van het quotum – naar een hoge productie per koe streven, vergt dat extra aandacht. Het rollend jaargemiddelde ligt nu op een respectabele 10.790 liter. Bovendien zal Jan, recentelijk geopereerd aan zijn rug, het op termijn rustiger aan gaan doen. Ook is de hakselaar aan vervanging toe. Opgeteld nogal wat redenen om eens kritisch naar het eigen machinepark kijken. “Verdienen we er genoeg aan om het zelf te blijven doen? Of moeten we alle machines verkopen en de loonwerker bellen?”Bedrijf op kantelpunt“Vroeger kochten we wel eens echt oude machines, en knapten die zelf op. Dat doen we al een tijd niet meer. De tijd ontbreekt”, zegt Jan Linssen. Je zou zeggen: hoe groter het bedrijf, hoe aantrekkelijker om alles zelf te doen. Welnu, die vlieger gaat niet op volgens de ondernemers. Personeel is een factor. Naast vaste medewerker Tom Bullen (22) zijn er veel losse krachten uit de buurt. Die hebben in het seizoen vaak hun ‘eigen’ trekker en werkzaamheden. Maar dat kent in de praktijk zijn grenzen. Linssen: “Iedereen is twee à drie weken enthousiast om lange dagen te maken. Prima om de maisoogst rond te zetten, maar door de groei neemt het voorjaarswerk nu wel drie maanden in beslag.”De Claas Scorpions voeren en rijden de kuil aan. De 6030-verreiker werd gebruikt aangekocht en is top; de nieuwe 7040 valt juist erg tegen.De maatschap begint in het voorjaar als eerste in de regio met mest rijden, maar is toch als laatste klaar met het zaaien van de ruim 200 hectare mais. Want de 150 hectare ‘eerste snede’ komt er nog ‘even’ tussendoor.Grote Vredo past niet in de arbeidsbezettingMet grotere machines de voorjaarspiek verkorten leek een goed plan. Linssen kocht op een veiling een gebruikte Vredo VT3326. Na enkele seizoenen blijkt de gigant met 25 kuubs tankoplegger niet goed uit de verf te komen. “De Vredo is eigenlijk je van het, maar de machine past gewoon niet in ons arbeidsplaatje”, vertelt Jan. “Wij zijn geen loonwerker die ’s morgens om 6 uur met een team kan vertrekken.” Kurt – man van veel uren en weinig woorden, en van het trio dé machineman – voert eerst de koeien, en kan dan pas op pad.Jan Linssen is gek op de Fendt Xylon. Mais zaaien is dan echt genieten. Een spuitset met fronttank staat op de wensenlijst.Op dat moment moeten ook drie chauffeurs met de transporttanks paraat staan voor de mestaanvoer. “Als een van onze gelegenheidschauffeurs later komt of eerder naar huis moet, sta je met de Vredo te wachten op het land. Dat werkt niet”, verduidelijkt Kurt. Ze gaan terug naar een organisatie waarin één man meer kan doen. De Vredo staat te koop, en ze zijn bezig met een getrokken tank – een 18,5-kuubs Fliegl-tandemasser met schuifas, een demo-model. “Die kan zowel transporteren als uitrijden. Veel flexibeler.”Extreem goedkoop voerenDe mannen zoeken altijd machines met lage kosten: gebruikt, demo, buitenkansje. Rond het voeren lukt dat goed. De 15-kuubs getrokken Pagliari-voermengwagen uit 1990 draait nog altijd. In de 28 jaar dienst kwamen er alleen voor € 8.900 nieuwe vijzels in. Een Fendt 610, waarvan niemand weet hoe vaak de teller al rond is geweest, drijft de rvs mengwagen aan. Later kochten ze voor weinig een zelfrijdende Pagliari met defecte motor. Zelf lepelden ze er een nieuwe motor in, waarna ook deze jarenlang trouwe dienst deed. In 2014 is hij met boekwinst ingeruild op de huidige zelfrijder. Die had al 12.000 uur op de klok, en kostte wederom niet veel geld. Nu staat de teller al op bijna 18.000 (!) uur.Slechte ervaringen met nieuwDe trekkers kwamen allemaal als demo of jong gebruikt. De meeste klokken nu rond de 16.000 uur. De mannen willen niet alleen mooi-weer-verhalen vertellen. Recente ervaringen (met nieuw gekochte machines) waren niet zo denderend, daar draaien ze niet omheen. Een gebruikt gekochte Claas Scorpion 6030-verreiker is een topmachine, terwijl de nieuw aangeschafte Scorpion 7040 een probleemgeval blijkt. Hetzelfde geldt voor de 5,5 meterse Amazone Pegasus, die na twee seizoenen op het frame scheurt. En van een zesschaar Rabe Albatros-ploeg kiest het steunwiel regelmatig zijn eigen weg.Het opmerkelijke voerduo. De getrokken Pagliari kwam nieuw in 1990 en draait nog altijd. De zelfrijder kwam in 2014 met 12.000 uur op de klok. Nu zijn dat er al bijna 18.000.Fendt Xylon als droomtrekkerDe Fendts staan er netjes bij. Onderhoud besteden de veehouders inmiddels uit aan een Nederlandse dealer. Eéntje springt eruit: Jan is gek op zijn Fendt Xylon. Zijn vennoten hebben er tegelijk hélemaal niets mee. “Ja, ik heb dat altijd een droom gevonden. Het zicht, het comfort en een laag gewicht. Met mais zaaien – daar kan ik echt van genieten – is de trekker ideaal. Hij staat dan op cultuurwielen. Ik kan 8 hectare maiszaad in de zaaimachine meenemen en nog eens 10 hectare in zakken achterop. Dan kun je nog eens wat doen. Ook gebruiken we hem om mais te spuiten, met een tank voorop.”‘Gevaarlijke’ klant voor de loonwerkerDe vraag over de toekomst van het machinepark blijft onderwerp van het gesprek, maar blijft voorlopig onbeantwoord. Thomas: “Nu we zo groot zijn, zijn we een gevaarlijke klant voor een loonwerker. Dat horen we tenminste. Procentueel weeg je te zwaar in hun omzet. Ook de loonwerkers in de buurt kunnen 200 hectare mais er niet ‘even’ bij doen; daar moeten ze extra op investeren.”De Deutz 8006 met BVL-instrooibak voor de diepstrooiselboxen. Op de achtergrond de zelfgebouwde ligboxenstal.Flexibiliteit is een groot voordeel van zelf doen. Als de regen toch iets eerder komt, slaan de mannen alvast aan het harken en starten ze de hakselaar. Ook kennen ze hun percelen goed. Belangrijk, want de zandgrond kent veel listige leemhoeken waar je met een volle tank niet moet komen in het voorjaar. Toch voelde met name Thomas aanvankelijk meer voor de loonwerker. “Bij eigen machines komen grote kosten altijd als de melkprijs slecht is. We zetten nu met z’n allen alle kosten op een rij.” Toch is hij nu overtuigd dat zelf doen sowieso een kwaliteitsvoordeel heeft. “Dit jaar lieten we een klein stukje van de mais door de loonwerker hakselen. Die kuil viel qua verdichting tegen, en de rekening ook.”Terwijl de mannen nog wat napraten, plaatst Jan Linssen via zijn tablet een bod op een jong gebruikte Krone-hakselaar. Thomas besluit: “Het gaat niet alleen om geld, ook om werkplezier. Je moet ’s morgens graag je bed uit willen komen. Ik kan me voorstellen dat machines een deel van die motivatie zijn, en dan moet je ze niet zomaar wegdoen.”

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Mechanisatienieuwsbrief


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.