Agrarisch natuurbeheer en weidevogels geen succes

Agrarisch natuurbeheer helpt niet voor het behoud van weidevogels.Dat is de conclusie van SOVON Vogelonderzoek Nederland in de Vogelbalans 2008. Het aantal weidevogels neemt al jaren af. Wederom blijkt uit onderzoek dat ook agrarisch natuurbeheer niet helpt om het broedsucces van weidevogels te bevorderen. Zowel in boerenland met als zonder natuurbeheer is het aantal weidevogels sinds 1995 met een derde tot een kwart afgenomen. Weidevogels voelen zich beter thuis in natuurgebieden.
Ondanks dat agrarisch natuurbeheer niet effectief blijkt, blijft het één van de speerspunten van het huidige natuurbeleid. Wel concludeert SOVON dat de jarenlange moeite en subsidie die in weidevogelbeheer zijn gestoken, voor niks zijn geweest. Hoe het verder moeite, heeft SOVON nog niet in beeld, maar het is duidelijk dat het beheer uitgebreider moet. Onderzoek bevestigt dat alleen nestbescherming en uitstel van maaien niet voldoende is. Ook andere randvoorwaarden moeten in orde zijn, zoals grondwaterpeil, vegetatiesamenstelling en voedselbeschikbaarheid. Daarnaast is het huidige agrarische natuurbeheer te veel versnipperd over veel gebieden. Inzetten op alleen de zwaardere vormen van beheer levert meer op.
De veldleeuwerik gaat momenteel van alle boerenlandvogels het hardst in aantal achteruit en de afname in boerenland is sterker dan in natuurgebieden. In grasland wordt het lage broedsucces vooral veroorzaakt door maaien, terwijl in akkerbouwgebieden de voedselbeschikbaarheid en het verminderde aantal legsels het voornaamste probleem vormt. De conditie van nestjonge veldleeuweriken blijkt in extensief beheerde akkerbouwgebieden, zoals
de hamsterreservaten in Zuid-Limburg, beter te zijn dan in intensief beheerde akkers. Momenteel wordt de effectiviteit van verschillende maatregelen in intensief gebruikt akkerland getest. Het lijkt erop dat zogenaamde 'leeuwerikveldjes', kleine ongebruikte vlakjes van 4 x 4 meter die verspreid in een wintergraanperceel liggen, in veel gebieden niet erg effectief zijn. Het zijn vooral graanpercelen met akkerranden die grotere aantallen veldleeuweriken opleveren. Akkerranden vinden gretig aftrek bij broedende veldleeuweriken. Hetzelfde geldt voor akkerbouwgewassen die niet worden geoogst, zoals in de hamsterreservaten in Zuid-Limburg.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses








