Aardappelsector beheerst quarantaineziekten

Foto: Klaas Norg

Foto: Klaas Norg


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Quarantaineziekten zijn gevaarlijk voor de aardappelsector. In Nederland vormen ze geen groot probleem. De Meloidogyne-aaltjes zijn de uitzondering.De aardappelsector heeft de beheersing van quarantaineziekten goed in de hand. Aardappelmoeheid is niet hét grote probleem geworden, zoals in 2010 werd verwacht omdat de EU-regels toen zijn aangescherpt. De bacterie die ringrot veroorzaakt komt al 4 jaar niet meer voor in Nederland. Ook wratziekte is vorig jaar niet gevonden. En de eenmalige uitbraak van bruinrot in 2017 had weinig gevolgen voor de aardappelsector als geheel.Alleen de quarantaine-organismen Meloidogyne chitwoodi en Meloidogyne fallax baren zorgen, blijkt uit een inventarisatie van Boerderij van de ’Fytosanitaire signaleringen’ die de NVWA ieder jaar sinds 2004 opstelt. Ook zijn er ziekteverwekkers die nu nog niet in Nederland voorkomen, maar die elders in Europa of de wereld voor grote problemen zorgen in aardappelen. De NVWA noemt epitrix en zebrachip als voorbeelden.Als de NVWA een quarantaine-organisme vindt in Nederland, gelden regels voor het indammen van de uitbraak. De EU stelt dat verplicht. De aardappelsector heeft ook te maken met ziekten als erwinia en schurft, maar dat zijn kwaliteitsziekten en geen quarantaineziekten. AardappelmoeheidDe NVWA heeft 1.748 hectare akkerland in 2016-2017 besmet verklaard met aardappelmoeheid (AM). Dat is het grootste areaal besmetverklaringen sinds 2008-2009. Maar er is het afgelopen seizoen ook een recordaantal van 138.112 monsters onderzocht op AM. Het onderzoek naar de AM-aaltjes Globodera rostochiensis en Globodera pallida laat dan ook geen grote ontwikkelingen zien, concludeert de fytosanitaire autoriteit. De EU stelt het verplicht dat 0,5% van het areaal zetmeel- en consumptieaardappelen wordt getest op AM. Als een perceel besmet is, mogen er 6 jaar geen aardappelen staan. De termijn wordt 3 jaar als de teler bestrijdingsmaatregelen neemt, zoals het telen van een resistent aardappelras of raketblad of het toepassen van een grondontsmetting of inundatie. In seizoen 2016-2017 gaf de NVWA 949 hectare weer vrij nadat de grondmonsters vrij waren van AM-aaltjes. Het seizoen daarvoor was dat 989 hectare en in 2014-2015 was dat 829 hectare.Sinds 2015 wordt extra getest omdat in het zetmeelaardappelgebied op sommige percelen een toename van virulente AM-aaltjes is te zien, hoewel daar een hoogresistent aardappelras is geteeld. De NVWA heeft in de herfst van vorig jaar 33 percelen met valplekken bemonsterd in dit gebied. Op 19 percelen is AM gevonden. De NVWA onderzoekt nog of het meer virulente populaties betreft. Buiten het zetmeelaardappelgebied zijn 133 percelen met valplekken onderzocht, waarvan op 4 plekken cysten zijn gevonden die nader worden onderzocht. In hoeverre de virulente AM-aaltjes zich hebben genesteld in Nederland is dus nog niet duidelijk.Een monsternemer van IsaCert NAK Agro bemonstert grond voor een test op chitwoodi- of fallax-aaltjes. Het aantal besmettingen bereikte in 2017 een record. - Foto: Klaas NorgChitwoodi en fallaxDe NVWA vond in 2017 een recordaantal van 102 besmettingen met chitwoodi- en fallax-aaltjes. Daarvan zijn 80 afkomstig uit pootaardappelen. Er zijn 15 besmettingen geconstateerd in consumptieaardappelen en 7 in zetmeelaardappelen. 2 vondsten zijn gedaan bij de verwerkende industrie in partijen aardappelen uit België en Duitsland.Als de NVWA ergens chitwoodi of fallax vindt, wordt rondom de vindplaats een cirkel getrokken van minimaal 1 kilometer. Alle pootaardappelen die binnen die cirkel worden geteeld en in het handelsverkeer worden gebracht, worden gecontroleerd op beide aaltjes. Dat geldt ook voor ander uitgangsmateriaal, zoals bloembollen, vaste planten en boomkwekerijgewassen.De meeste vondsten komen uit pootaardappelen die zijn geteeld in de aangewezen gebieden, de zogenoemde chitwoodi-cirkels. Op basis hiervan is het aantal aangewezen gebieden per 1 januari 2018 uitgebreid met 3 naar 74. In 2017 werd in de aangewezen gebieden 4.150 hectare pootaardappelen geteeld. Dat was 2.660 hectare in 2016. Vorig jaar is 102 hectare pootgoed uit de aangewezen gebieden besmet verklaard met chitwoodi of fallax. De NVWA constateert dat de meeste meloidogyne-aaltjes zijn gevonden in de Wieringermeer en op Texel. De fytosanitaire autoriteit vindt de toename van het aantal vondsten in Zeeland, de Achterhoek en West-Brabant opvallend.BruinrotDe NVWA constateerde vorig jaar 1 geval van bruinrot op een pootgoedbedrijf in Friesland. Dat bedrijf had S-pootgoed aangekocht, dat was geteeld op een perceel vlakbij het Reitdiep in Groningen. Het water van deze vaart is besmet met de bacterie die bruinrot veroorzaakt. De NVWA vermoedt dat bij een storm in 2015 besmette waterdruppels op het pootgoedperceel zijn gewaaid. In 2016 vond de NVWA 4 gevallen van bruinrot in Nederland. In de 4 jaar er voor waren dat er 0.De NVWA nam vorig jaar 1.290 monsters van oppervlaktewater in gebieden waar een beregeningsverbod geldt voor consumptie- en zetmeelaardappelen. Daarvan waren 214 monsters besmet met de bruinrotbacterie. Het beeld van de vondsten komt volgens de NVWA overeen met dat van 2016. Daarom blijven de verbodsgebieden dit jaar gelijk. Pootaardappelen mogen nergens worden beregend met oppervlaktewater.In bepaalde gebieden mogen aardappelen alleen met bronwater worden beregend. Het beregeningsverbod voor oppervlaktewater houdt het aantal besmettingen met bruinrot klein. - Foto: Joris TeldersRingrot, PSTVd en wratziekteNederland was in 2017 opnieuw vrij van ringrot, voor het vierde jaar op rij. In 2013 waren er 3 uitbraken. Vóór 2013 was er een hausse aan uitbraken, met de top in seizoen 2011, toen ringrot op 16 aardappelbedrijven is gevonden. Naar aanleiding daarvan stelde de aardappelsector in 2012 het Hygiëneprotocol Ringrot op. Daarin staan richtlijnen om het risico op besmetting te verkleinen. Dat blijkt effectief, de bacterie is al 4 jaar niet meer gevonden.Ook het PSTVd-virus is een gevreesde ziekte. In 2016 werd het aangetroffen in kweekmateriaal, maar dat had verder geen gevolgen voor de aardappelsector als geheel. Opvallend is dat vorig jaar juni de NVWA een besmetting van PSTVd (potato spindle tuber viroid) aantrof in zaad van raketblad dat uit Azië was geïmporteerd. Dit gewas wordt geteeld door akkerbouwers als bestrijdingsmaatregel tegen een AM-besmetting, omdat dit gewas de aaltjes lokt. Het was tot nu toe niet bekend dat het virus zich kon verspreiden via raketblad. Het PSTVd heeft in de EU een quarantainestatus voor een beperkt aantal gewassen, waaronder aardappel, paprika en tomaat. De NVWA verwacht dat raketblad hieraan wordt toegevoegd vanwege het risico van insleep naar de aardappelkolom.De NVWA heeft vorig jaar 341 partijen zetmeelaardappelen beoordeeld op wratziekte. Er zijn geen knollen met afwijkingen gevonden. Wratziekte is voor het laatst in 2015 aangetroffen.Nieuwe risico’sDe Nederlandse aardappelsector heeft niet alleen te maken met bekende quarantaineziekten. De NVWA waarschuwt dat nieuwe bedreigingen op de loer liggen en noemt met name Epitrix spp. (aardappelkever), Tecia solanivora (aardappelmot) en Candidatus ‘Liberibacter solanacearum’ (bacterie die zebrachip veroorzaakt). De EU heeft de bestrijding van epitrix aangescherpt: alleen het constateren van symptomen is al voldoende om maatregelen op te leggen, ook als het kevertje niet wordt gevonden. De aanleiding is dat het kevertje is gevonden in Portugal en Spanje. In beide landen komt ook de tecia-mot voor. De NVWA zoekt al 3 jaar naar de epitrix-kever en de tecia-mot in Nederland, maar die zijn tot nu toe niet gevonden. Volgens de NVWA is er echter wel risico op insleep. Spanje doet te weinig om uitbraken in te dammen.ZebrachipDe NVWA noemt Spanje ook wat betreft zebrachip. De aardappelziekte wordt veroorzaakt door de bacterie Candidatus Liberibacter solanacearum (Clso), die zich verspreid via een bladvlo (Bactericera cockerelli). De bacterie zorgt voor grote schade in aardappelen in Midden-Amerika, de Verenigde Staten en Nieuw-Zeeland. De bacterie komt voor in diverse landen in Europa en veroorzaakt vooral schade in wortel en selderij. In Vlaanderen werd in oktober 2017 de bacterie gevonden op 2 wortelpercelen. Dat was voor het eerst dat de zebrachip-bacterie zo dicht bij Nederland is gevonden. Maar dit heeft tot nu toe niet geleid tot problemen in Nederland. Zolang de bladvlo zich hier niet kan vestigen, vormt de bacterie geen groot probleem, stelt de NVWA.Waakzaamheid blijft gebodenHet aardappelmotje Tecia solanivora is enkele jaren geleden voor het eerst waargenomen in de EU in Spanje. De rupsen kunnen enorme schade veroorzaken in aardappelen. De kans dat het motje zich vestigt in ons gematigde klimaat is klein, stelt de NVWA, en het motje is tot nu toe ook niet gevonden. Maar de kans op insleep van quarantaine-organismen uit andere landen is reëel. Waakzaamheid blijft geboden, is het advies van de fytosanitaire autoriteit.

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Lees meer over


Snel delen


Sectornieuwsbrief Akkerbouw


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.