Zo verlaagt maatschap Freriks de ammoniakuitstoot

Foto: Ronald Hissink

Foto: Ronald Hissink


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Maatschap Freriks verlaagt al jaren de ammoniakuitstoot. Dat is niet alleen goed voor het milieu, het bedrijf draait er ook efficiënter door.Rudie en Petra Freriks nemen al jaren extra maatregelen om de ammoniakuitstoot van hun melkveebedrijf te verlagen. Vanaf 2011 als deelnemer aan het project Proeftuin Natura 2000 en als een van de twintig deelnemers aan het vervolgproject Proef op de Som. Niet investeren in ingrijpende stalaanpassingen“Het is belangrijk om in te spelen op beleidsontwikkelingen. Voor ammoniakreductie zagen we investeren in dure emissiearme vloeren en ingrijpende stalaanpassingen niet zitten”, zegt Freriks, die geen Natuurbeschermingswetvergunning nodig heeft. “Maar dat kan in de toekomst veranderen. Daarom wil ik aantonen dat ik met gerichte management- en voeraanpassingen de ammoniakemissie omlaagbreng.” De Proeftuin zet zich in om reductie van Totaal Ammoniakaal Stikstof (TAN) als maatregel mee te laten tellen in de aanvraag of herziening van een Nb-vergunning in provincies Drenthe en Overijssel. Verlies van stikstof“Met ammoniak verlies je stikstof, die je niet meer kunt benutten voor omzetting naar melk of vlees”, zegt Freriks. Hij streeft naar een hoge stikstofefficiëntie op zijn bedrijf voor meer rendement en dat leidt automatisch tot ammoniakreductie. Freriks vindt beperking van ammoniakverliezen uit drijfmest op zijn grasland heel belangrijk, want deze verliezen zijn minstens zo groot als die uit de stal en mestopslag. De ammoniakemissie uit organische mest op grasland is in 2011, 2012 en 2013 groter dan de emissie uit de stal en mestopslag. Dankzij gerichte maatregelen, zonder investering in emissiearme vloeren, is hierin in 2014 een kentering te zien. Doel: ammoniakemissie 20% verlagenFreriks stelde zich in 2012 ten doel om de ammoniakemissie met 20% omlaag te brengen tot 3,6 kilo ammoniak per ton melk. In 2014 heeft hij dat gehaald en in 2015 en 2016 is dat op hetzelfde niveau gebleven. “De eerste twee jaar was het experimenteren en lukte het niet direct om de ammoniakemissie te verlagen”, zegt Freriks, die samen met Countus-adviseur Gerrit de Lange nadacht over te nemen maatregelen. Sturen op RE in rantsoenIn 2012 stuurde de Overijsselse veehouder op een laag ureumgehalte in de tankmelk. Het ureum ging toen 2 milligram per 100 gram melk omlaag ten opzichte van 2011, maar de ammoniakuitstoot ging omhoog. “Het ruweiwitgehalte van het rantsoen bleek te hoog door een hoog RE-gehalte in het gras”, vertelt Freriks, die daarom in 2013 meer ging sturen op het RE-gehalte van het totale rantsoen. “Ik houd dat op maximaal 150 en daarmee lukt het wel om de ammoniakuitstoot te verlagen.” Ook let hij op het ureumgehalte in de tank, want als dat daalt onder 15 dan komen melkproductie en gehaltes onder druk. “Ik neem maatregelen, maar daarbij moet de productie wel stabiel blijven of stijgen.”Het RE-gehalte in het rantsoen van melkvee is volgens Freriks het beste stuur in het verlagen van de ammoniakemissie. - Foto's: Ronald HissinkRuwvoertekortFreriks heeft een ruwvoertekort. “In 2011 was onze graslandopbrengst met 7 ton droge stof per hectare erg laag en in 2012 was de voorraad vlak voor het nieuwe seizoen op. We besloten toen om onze droge koeien en jongvee op stro en brok te zetten, om meer eigen ruwvoer te kunnen benutten voor het melkvee en ruwvoeraankoop te verminderen. Dat bevalt goed, de verse koeien starten goed op.” Het winterrantsoen van het melkvee bestaat uit 60% graskuil, 40% maisperspulp, graszaadhooi en een soja-raap-eiwitaanvulling. De krachtvoergift via krachtvoerboxen is beperkt tot 8 kilo per koe per dag. GraslandopbrengstMet herinzaai en nauwkeurig bemesten streeft Freriks naar een opbrengst van 12 ton droge stof per hectare grasland. Hij gebruikt minder kunstmest in het voorjaar en geeft de eerste drijfmestgift zo vroeg mogelijk. “Voor een efficiënte bemesting stem ik de bemesting af op het graslandgebruik. Weidepercelen krijgen minder mest dan maaipercelen, omdat weiden bij 1.700 kilo drogestofopbrengst een lagere bemestingsbehoefte heeft dan maaien bij 3.500 kilo drogestofopbrengst. Ik strooi wel extra kali en zwavel. Zwavel levert een betere aminozurensamenstelling van het eiwit op.” Afstemmen van de bemesting op het graslandgebruik en om de twee dagen omweiden van de koeien met een flexdraad verhoogt de stikstofefficiëntie op het bedrijf.Onderwerken drijfmest alleen bij geschikt weerOok is goed onderwerken van drijfmest en alleen uitrijden bij geschikt weer belangrijk. Bij bewolkt, regenachtig weer en weinig wind is er minder ammoniakemissie en wordt de stikstof in de drijfmest beter benut. Freriks voegt water toe aan de drijfmest, want dat vermindert ook de emissie van ammoniak. “Het zorgt dat de stikstof in de mest beter bij de wortels komt.” In 2014 is een derde van het grasland opnieuw ingezaaid. “Vanaf 2012 steeg de grasproductie, het positieve effect van herinzaai volgt nog.” Minder ammoniakuitstoot bij weidegangEen andere belangrijke maatregel om de ammoniakemissie te verlagen, is weidegang. Een uur extra weidegang levert volgens Wageningen UR Livestock 3,3 gram NH3-emissiereductie per koe op. Freriks weidt de koeien van 8 uur ’s ochtends tot 5 uur ’s middags. Op stal voert hij mais, perspulp en kuilgras bij. “Sinds 2013 weid ik mijn koeien zo vroeg mogelijk, zo rond half april. Mest en urine komen in de wei minder met elkaar in contact dan in de stal, waardoor minder ammoniak ontstaat.” Hoe meer weidegang, hoe minder mest wordt uitgereden en dat vermindert ook de ammoniakvervluchtiging. Elke twee dagen weidt Freriks de koeien om met een flexdraad. “Dat doe ik al vier jaar. Elke twee dagen een nieuw stuk verbetert de grasbenutting.” Weidegang is een van de maatregelen waarmee Freriks de ammoniakuitstoot omlaagbrengt.SiëstabeweidingFreriks heeft in 2016 ook siëstabeweiding uitgeprobeerd. De koeien gingen ’s ochtends na het melken een aantal uren naar buiten, ’s middags weer naar binnen en ook ’s avonds weer enkele uren naar buiten. “Het helpt om energie en eiwit beter verdeeld over de dag aan te bieden, maar ik ben er weer van afgestapt omdat het te veel arbeid kost.” De maatschap is ook het eiwitrijke herfstgras beter gaan benutten voor de melkkoeien om het eiwitgehalte in de melk te verhogen. Het voeren naar behoefte, dus geen overmatig eiwit verstrekken, helpt om de ammoniakverliezen te beperken. Ook houdt Freriks minder jongvee aan, het veevervangingspercentage is vanaf 2011 gedaald van 35% naar 25%. Dat scheelt ook al snel 2% tot 3% ammoniakuitstoot. Freriks houdt minder jongvee aan, dat betekent ook 2 tot 3 procent minder ammoniakuitstoot.

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Lees meer over


Snel delen


Sectornieuwsbrief Rundveehouderij


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.