‘Woeste Grond? Veel reuring over grondzaken’
Met meer dan één miljoen tv-kijkers is de regiosoap ‘Woeste Grond’ een regelrechte kijkcijferhit te noemen. Als hoogleraar agrarisch recht is deze serie min of meer verplichte kost. Ik behoor dan ook tot de groep vaste kijkers die het wel en wee van de familie Ottink op het familiebedrijf ‘de Weuste’ met (vakinhoudelijke) interesse volgt.

“Los van de politieke oproer over de dramaserie ‘Woeste Grond’, is in de realiteit van alledag ook sprake van woeste ontwikkelingen rondom grond”, aldus columnist Jeroen Rheinfeld. Foto: Mark Pasveer
Om eerlijk te zijn: die interesse komt vooral vanwege het feit dat in de agrarische dramaserie Nedersaksisch wordt gesproken, een officieel erkende (regio)taal waar het Twentse dialect, de taal van de streek waar ik ben geboren en getogen, een belangrijk onderdeel van vormt. Voor de pubquiz-liefhebbers: andere Nedersaksische dialecten in Nederland zijn het Drents, het Gronings, het West-Overijssels, het Achterhoeks, het Stellingwerfs, het Veluws en de dialecten van enkele plaatsen rond de voormalige Zuiderzee.
Markeloër Johan Nijenhuis, regisseur van ‘Woeste Grond’, heeft dus gekozen voor een lokale voertaal. Bij sommige acteurs uit de serie is de beheersing van het Nedersaksisch van (zeer) bedenkelijke kwaliteit. Wat dat betreft had Nijenhuis beter kunnen voortborduren op zijn eerdere project: de Twentse regiosoap ‘Van jonge leu en oale groond’ die van 2005 tot en met 2009 op RTV Oost te zien was. In deze productie werd namelijk perfect en ‘accentloos’ Twents gesproken, alles onder toeziend oog van (streek)taalpurist Herman Finkers.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









