Voorzetwoelers: tand- en beitelvorm bepalen effect

Foto: Kverneland
Boerderij zet 18 voorzetwoelers op een rij. Iedere fabrikant heeft zijn eigen details en opties. De beitelvorm is meest bepalend.Het is inmiddels zo’n 10 jaar geleden dat de voorzetwoeler in combinatie met een rotorkopeg en een zaaimachine flinke opgang maakte. Dat is vooral gestimuleerd door de belangstelling voor niet-kerende grondbewerking al dan niet gecombineerd met de inzaai van groenbemester of graan. Ploegen of spitten kan je dan achterwege laten. Een tweede grote oorzaak van de opgang van de voorzetwoeler, is dat steeds meer akkerbouwers beschikken over een sterke trekker. Grondsoort, rijsnelheid en werkdiepte zijn sterk bepalend voor de vermogensbehoefte van een dergelijke combinatie, maar om vlot te werken is voor een drie-metermachine toch gauw een trekker van 140 tot 160 pk nodig.Klik hier voor overzicht 18 voorzetwoelers: typen, details en prijzen.Veel aanbodVoor de werking van een (voorzet)woeler is vooral de vorm van de beitel en de stand van de woelpoten bepalend (zie kader hieronder). Het aantal aanbieders is met 15 in Nederland inmiddels groot (zie tabel in digitale magazine Boerderij). Het typische van een voorzetwoeler is dat deze compact is en dat er een volgmachine achter kan, zoals een rotorkopeg, spitmachine of schijveneg. De maximale werkdiepte is vaak net genoeg om een ploegzool nog op te breken. Voor het echte diepe woelen, kun je beter uitwijken naar zwaardere (diep)woelers. Desalniettemin zijn voorzetwoelers ook solo inzetbaar. De meeste merken kunnen de machine daartoe uitrusten met een looprol of een set wielen. Lees verder onder het kader. Tand en stand bepalen resultaatDe beste keuze voor een woeler wordt bepaald door het gewenste effect. Tand en stand van de tand zijn daarin een belangrijke factor.
Hoe diep wil je werken, wil je dat de woeler de grond mengt of alleen optilt en voor het oog bijna onberoerd achterlaat, of mogen er ook gerust wat kluiten ontstaan? En dan is er de vraag van de breukvlakken in de bodem en tot slot of de beitel ook versmering veroorzaakt of niet.
Beoordelen is lastig omdat het allemaal onder de grond gebeurt. Aan een woeler valt weinig af te stellen. Het enige verstelbare is de werkdiepte en beetje voor- of achterover zetten. Bij een enkeling is de stand van de tand te verstellen.
Project ‘Niet Kerende Grondbewerking’ (NKG)
In het kader van het demoproject ‘Niet Kerende Grondbewerking’ (NKG) is in 2009 op klei een vergelijking gedaan. Een paar conclusies: de gebogen tanden en de Agrisem-tanden gaven het laagste brandstofverbruik en wielslip. Dat scheelde in de test tot 5 liter per uur. Het in verstek plaatsen van tanden blijkt ook de trekkracht te verminderen. Evers is om die reden ook overgegaan tot verstek geplaatste tanden.
Rechte tanden verstoren de grond minder dan gebogen tanden en volledig opbreken van de grond deden de Paragrubber en de Agrisem het meest. De Paragrubber gaf de minste versmering. Uit de test bleek ook dat de gebogen tanden vooral breuklijnen haaks op de kromming van de tanden veroorzaken, rechte woelpoten met brede vleugels brengen meer kluiten bovenop. Met zes tanden van het type Dent-Michel op drie meter ontstaat in het midden een kleine rug, met vier woeltanden is dat effect te verwaarlozen.Dent-MichelDe gebogen tand onder de woeler is populair. Het merk Kongskilde heeft zijn eigen variant van de gebogen tand onder haar Paragrubber, voortgeborduurd op het concept van de Paraplow, alweer zo’n 25 jaar geleden. Maar verder is het met de gebogen tanden eigenlijk één pot nat. De veel gemonteerde tand ‘Dent-Michel’ staat voor een gebogen tand met onderin een lange, vierkante, kleine beitel (60x60 cm) die ook omkeerbaar is te monteren.Qua werking zijn ze allemaal gelijk, wellicht is er verschil in de slijtvastheid. Kverneland, maar ook enkele anderen monteren inmiddels langere slijtplaten vanwege de (nog steeds) zwaardere trekkers. Achteraf ombouwen is mogelijk. Lees verder onder de foto. Een voorzetwoeler is solo te gebruiken, maar vaak ook in combinatie met een rotorkopeg, schijveneg of ook wel voor een spitmachine. - Foto: Henk RiswickVier of zes potenDe werkdiepte die fabrikanten aangeven is enigszins betrekkelijk. In principe kan een woeler tot aan de balk door de grond, mits het frame daar sterk genoeg voor is, maar het totale plaatje van aanbouw, ruimte voor een aftakas, hefhoogte en hoe schoon en vlak de grond is vanwege stropen, moet kloppen.De meeste woelers met 3 meter werkbreedte zijn leverbaar met vier of zes tanden. Op zware klei is vier tanden meestal voldoende. Op lichte grond zijn zes tanden eerder noodzakelijk om de grond over de volle breedte te breken. Veel fabrikanten monteren de woelpoten met stroppen aan een kokerbalk wat de variatie tussen vier of zes tanden makkelijk maakt. Het merk Imants kan zelfs een tussenframe leveren waardoor je toch een tand in het midden kunt plaatsen. Met een gekromde Dent-Michel-tand werk je per definitie paarsgewijs waardoor er geen reden is om nog een tand in het midden van de woeler te monteren.Voorbeelden: Lemken levert alleen een 4-tandsversie en kiest voor een ééndelige, 60 centimeter brede vleugelschaar. Sommige gebruikers korten de brede vleugel iets in. Agrisem valt op met een a-symmetrische, vlakke vleugel die oogt als een opvallend brede, vlakke plaat waar de beitel op de zijkant staat.Tand in rotorkopegCompact aanbouwen is een aandachtspunt waarin de machines van elkaar verschillen. Je kunt compact aanbouwen door de driepuntskoppeling vast aan de woeler te bouwen, je kunt ook kiezen voor een systeem met hefarmen. Dan is er nog de keuze om de hefarmen vrij te laten bewegen en met de hefinrichting van de trekker de diepte van de woeler te bepalen. Een hydraulische hefinrichting is vooral handig voor het de- en monteren maar wordt in het werk ook vaak vrij bewegend gebruikt. Een aantal fabrikanten kiest ervoor om de woelpoten in hoogte verstelbaar te maken en zo de werkdiepte aan te passen. Enkele leveranciers monteren al of niet standaard uitgevoerd hydraulisch optrekbare woelpoten. Een breekboutbeveiling is onmisbaar. Een punt van aandacht is, wanneer de breekbout breekt en de tand wegklapt, of de tand terecht kan komen in de rotorkopeg. De plaatsing van de breekbout heeft daar invloed op. Een andere oplossing is de montage van een buis vóór de rotorkopeg.Een woeler kan de grond openbreken en ook versmeren. Hier is de afdruk van een beitelpunt duidelijk herkenbaar. Net onder de ploegzool woelen is meestal voldoende. - Foto: Peter RoekLees meer hierover digitaal in magazine Boerderij
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









