Vizier boer verschuift naar mono-mestvergisting

Foto: Anne van der Woude
De totale biogasproductie uit co-vergisters stijgt na jaren van stagnatie sinds 2018 weer. Dat zegt vooral wat over de schaalgrootte van nieuwe projecten, want er verdwenen meer co-vergisters dan er bijkwamen. Dat gold vooral op boerenbedrijven. Voor de blijvers is locatie en maatwerk essentieel.De biogassector staat al jaren onder druk. De groei in deze sector vlakte in 2009 af en sinds 2011 gold dat ook voor de productie. Co-vergisting van mest bleef sindsdien een beetje hangen; tussen 2010 en 2016 telde Nederland rond de 100 locaties met co-vergistingsinstallaties. Daling vanaf 2016Daarna zette de daling in. In 2019 waren er nog 89 locaties. Ook draaiden installaties vaker op halve kracht, want de productie daalde harder. In 2015 zetten alle co-vergisters 5.240 terrajoule elektriciteit om en in 2019 was dat 4.280 terrajoule (bron: CBS).Melkveehouder Ubbels uit Jelsum (Fr.) heeft een co-vergister en levert groen gas. - Foto's: Anne van der WoudeWind- en zonne-energieEen moeilijke markt – dure co-producten en lage stroomprijzen – was hier niet alleen debet aan. Biogas verloor vooral ook terrein ten opzichte van duurzame ‘concurrenten’ wind en zon. In 2019 had biogas uit co-vergisters een aandeel van 2,8% in het totale eindverbruik van hernieuwbare energie. Ter vergelijking: wind- en zonne-energie noteerden een marktaandeel van respectievelijk 21% en 11%.ZonnepanelenhausseVooral de zonnepanelenhausse deed de biogassector weinig goed. Stroom leveren is met zonnepanelen efficiënter, makkelijker en rendabeler dan met een vergister. De laatste jaren is er dan ook een kentering. Boeren en andere co-vergisters leveren geen stroom meer, maar groen gas. ‘Tekort aan groen gas’“Dat geldt voor bijna alle nieuwe projecten”, zegt Hans van den Boom van Rabobank. “Er is een toenemend tekort aan groen gas en bedrijven spelen daar op in. Vaak gaat het om nieuwe projecten of bestaande installaties die opgeschaald worden. Zo is de totale biogasproductie in de afgelopen twee jaar toch weer met 15% gestegen.”Daarnaast verplaatst de focus op het boerenerf van co- naar mono-mestvergisting. Inmiddels zijn hiervan al meer dan tien installaties in bedrijf en er zijn er nog eens tien in aanbouw. Er is een toenemend tekort aan groen gas en bedrijven spelen daar op inHans van den Boom, RabobankFocus op professionaliseringMet nieuwe concurrerende technologieën en een kleiner wordende subsidiepot (zie kader) is het verdienmodel voor co-vergisting niet eenvoudiger geworden. Dat is te merken op het boerenerf. De industrie bouwt nu meer installaties dan de boer. “De laatste vijf jaar hebben slechts zes veehouders en akkerbouwers een co-vergister gebouwd en in diezelfde periode zijn meer boeren afgehaakt”, zegt Erik Brouwer, interim-voorzitter van biogasbrancheorganisatie BBO.Concurrentie voor subsidieBoeren met co-vergisters hebben met subsidies een lange geschiedenis. Al in 2003 kregen ze via de MEP een vergoeding tot 9,7 cent per opgewekte kWh. Voor een verdienmodel bleek dit meestal bij lange na niet voldoende.Fors oplopende ‘voerkosten’ en een lage stroomprijs waren hier debet aan.
De SDE-subsidie verving in 2008 de MEP. Boeren kregen vanaf dat moment een basisbedrag per kWh die jaarlijks gecorrigeerd werd op basis van de ontwikkeling van de energieprijzen. Dat leidde tot betere rendementen. De SDE-subsidie was ook ruimer opgezet, met onder meer ruimte voor groen gas en warmtetechnologieën.
In 2011 volgde een finetuning met SDE+ Vanaf dan valt op dat er steeds minder SDE-geld naar biomassaprojecten (co-vergisting) gaat. Het aandeel biomassa daalt van 60% in 2013 naar 19% in 2019. Wind en zon zijn binnen SDE+ de nieuwe subsidieslurpers.
Duurzame energietransitie
Begin 2020 is de meeste recente subsidieregeling – SDE++ – aangekondigd. Die richt zich niet zozeer op het stimuleren van duurzame energieproductie, maar op duurzame energietransitie. Ofwel: hoeveel CO2 wordt gereduceerd. Daarmee ontstaat nog meer concurrentie voor de subsidiepot. Die pot is in 2020 bovendien twee keer zo klein als in 2019: € 5 miljard.VerschuivingEr is duidelijk een verschuiving naar industriële vergisters in Nederland en dat is niet onlogisch. Voor instappende boeren is het niet makkelijker geworden. Ze moeten nog steeds fors investeren in een co-vergister, hebben geen schaalvoordeel zoals de industrie en moeten harder om subsidie vechten dan 10 jaar geleden. ‘Het is een hoofdtak’“Je moet het technische én biologische proces van een co-vergister snappen en dat vraagt enorm veel aandacht en professionalisering; het is echt een hoofdtak”, aldus Brouwer. “De groei in het aantal mono-mestvergisters is dan ook niet vreemd. In vergelijking met een co-vergister is zo’n installatie beter in te passen in de bedrijfsvoering. Die ontwikkeling wordt ingegeven door overheidsbeleid dat meer stuurt op groen gas en de uitdaging om emissies in de landbouw te verminderen.”Dirk Jan Ubbels (53) heeft in Jelsum (Fr.) 140 melkkoeien, 90 stuks jongvee en 100 hectare.‘Met groen gas wel een verdienmodel’Dirk Jan Ubbels was in 2005 een van de eerste boeren met een co-vergister. Toen nog met MEP-subsidie à 9,7 cent per kWh leverde hij stroom aan het net.
De eerste jaren ging dat goed, maar toen de voerkosten – gras, tulpenbollen, glycerine, restproducten van supermarkten – hard opliepen en de stroomprijs in elkaar klapte, moest hij gemiddeld 5 cent toeleggen op de stroomprijs. “In die laatste vijf jaar van de looptijd verloor ik € 50.000 per jaar.”
Aan het eind van die looptijd – in 2015 – wilde Ubbels ondanks de slechte ervaringen toch verder met zijn co-vergister. “De nieuwe SDE+-subsidie was door de garandeerde opbrengstprijs aantrekkelijk dan de oude MEP.” Wel was Ubbels genezen van stroom. Hij koos ervoor om groen gas te leveren. Ook al omdat de vergoeding voor stroom in de aangepaste SDE-subsidie onaantrekkelijker was gemaakt.
Terugverdientijd van tien jaar
De overstap naar groen gas betekende een nieuwe investering in de bestaande co-vergister. Ubbels hoefde niet meer te investeren in vergunningen, infrastructuur en kennis, maar was evengoed € 2 miljoen kwijt. Dat geld verwacht hij in tien jaar terug te verdienen. “De SDE-subsidie vult aan en staat garant voor een opbrengstprijs van 72 cent per kuub groen gras. Dat geeft veel meer rust dan toen ik de MEP nog had. Het betekent vooral dat ik de kostprijs onder controle moet houden.”
Die huidige kostprijs van 62 cent – inclusief 14 cent afschrijving – kent twee variabelen waar Ubbels geen invloed op heeft: voerkosten (19 cent) en extra onderhoud/post onvoorzien (7 cent). Gemiddeld houdt hij door de meerprijs voor groene stroom nu 10 cent per kuub over. “Dat is de kers op de taart, maar die marge heb ik ook nodig voor vervangingsinvesteringen.”
‘Eindproduct erg duurzaam‘
Met groen gas en een eerlijkere subsidie heeft Ubbels voor het eerst een verdienmodel met zijn co-vergister en hij vindt het eindproduct erg duurzaam, ook al wil het kabinet juist van het gas af. “Als ik 5 uur lang gas het net inpomp, kan één gezin een heel jaar vooruit. Daarbij is er voldoende vraag en kan ik voor een continu aanbod zorgen.”Wel blijvers onder pioniersVan de oorspronkelijke 80 tot 90 boeren met een co-vergister zijn er volgens BBO naar schatting zo’n 60 over. Daar zitten zeker nog pioniers van het eerste uur tussen. Vaak opnieuw opgestart met groen gaslevering na het aflopen van de looptijd van de eerste subsidie voor stroom.PerspectiefBrouwer: “Die boeren hebben ook perspectief. De uitdaging zit ’m niet zozeer in de biogasproductie zelf; het gaat om de voor- én achterkant van het proces: grondstoffen en digestaat. Is je locatie gunstig qua co-producten, kun je je de digestaat vlot afzetten en zit daar flexibiliteit in? Als die voorwaarden kloppen, is er zeker nog een goed verdienmodel.” BBO wijst er daarnaast op dat de overheid in de duurzame transitie niet alleen kan teren op wind en zon. Biogas blijft nodig. De overheid trekt er nog altijd subsidie voor uit.Biogas blijft nodig. De overheid trekt er nog altijd subsidie voor uitGrote uitdagingenDat neemt niet weg dat er grote uitdagingen zijn zoals het ingevoerd krijgen van de certificering van co-producten in de biogassector. Andere punten zijn het steeds verder dalende subsidieniveau, het ongelijke speelveld door de toekenning van verschillende subsidies en de jarenlange vergunningprocedures. Een andere complicerende factor is dat regelgevers en handhavers vaak niet op één lijn zitten als het over co-vergisters gaat. Ook gaan gemeentes heel verschillend om met vergunningen.Maatwerk en flexibiliteitOp andere punten is beleid juist te weer te algemeen. Zo moet volgens Brouwer de overheid veel meer maatwerk en flexibiliteit bieden voor boeren met bestaande co-vergisters. “Soms moeten installaties eerst per se afgebroken worden, voordat een nieuwe subsidie verstrekt wordt. Dat motiveert niet. Een ander punt is dat sommige boeren hun eerste looptijd met subsidie moéten doorlopen, terwijl ze graag willen overstappen naar groen gas. Blijven ze dan wachten als ze weten dat ze tot die tijd verlies blijven maken? Die dingen moeten anders.”Perspectief voor overleversBBO en Rabobank zien allebei nog altijd brood in de biogassector. Zo lang er nieuwe boeren instappen – al zijn het er weinig – is er perspectief. De toenemende vraag naar groen gas is daarbij een stimulans en niet alleen voor de korte termijn. “Er is structureel behoefte aan methaangas uit reststromen en biogas is nu de enige bewezen technologie die op grote schaal groen methaangas maakt”, stelt van den Boom. “De transportsector en de industrie/chemie die niet kunnen elektrificeren, zien wij als toekomstige afzetkanalen.”De transportsector en de industrie/chemie die niet kunnen elektrificeren, zien wij als toekomstige afzetkanalenHans van den Boom, RabobankMeer co-producten toestaanBrouwer stipt nog de lijst van toegestane co-producten voor vergisters aan. Die lijst is veel korter dan in bijvoorbeeld Duitsland of Frankrijk waar co-vergisters voor 90% in boerenhanden zijn. “Er is duidelijk ruimte om meer co-producten toe staan. Nu exporteren we reststromen die in het buitenland wel in de vergister mogen en hier niet. Als we duurzame energie zo belangrijk vinden, moeten we goed kijken hoe we reststromen optimaal verwaarden. Er is in deze sector groei mogelijk – zeker met mono-mestvergisting -, maar dan is maatwerk in regelgeving nodig. Zo sla je meerdere vliegen in één klap; duurzame energieproductie én vermindering van broeikasgassen.”
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









