Vierstappenplan moet wormbestrijding structureren
Klimaatverandering en stijgende waterstanden vergroten het risico op worminfecties bij runderen, terwijl overmatig gebruik van ontwormingsmiddelen leidt tot toenemende resistentie en milieuproblemen. Een nieuwe, structurele aanpak is nodig. Het PPS-project ‘Wijs met Wormen’ komt met een vierstappenplan dat gericht is op risicobeoordeling, preventie, diagnostiek en behandeling om wormbestrijding bij rundvee duurzamer en effectiever te maken.

Toediening van een ontwormingsmiddel. Door de toename van resistentie van wormen en de milieudruk van middelen zoekt het PPS-project 'Wijs met wormen' naar een goede, gestructureerde aanpak voor de infectiedruk en de behandeling. Foto: Jan Willem Schouten
Klimaatverandering en het regionaal verhogen van de waterstanden in bijvoorbeeld veenweidegebieden kunnen het risico op worminfecties bij runderen verhogen. Daar staat tegenover dat het toenemende gebruik van anthelmintica, ook aangeduid als ontwormingsmiddelen, de resistentie van parasieten tegen deze middelen in de hand werkt. Een bijkomend probleem is dat anthelmintica uitgescheiden worden via ontlasting en urine en zo schadelijk kunnen zijn voor het milieu. Deze factoren zorgen ervoor dat er een andere aanpak van wormbestrijding moet komen. Het PPS-onderzoeksproject ‘Wijs met Wormen’ ontwikkelt een vierstappenplan om de bestrijding van wormeninfecties opnieuw in te vullen. Het gaat daarbij om een risicobeoordeling, preventieve maatregelen, diagnostiek en behandeling.
Risicobeoordeling helpt preventie
De beoordeling van het risico op infectie of ziekte kan op basis van informatie op regionaal/nationaal niveau en op kudde-/weideniveau. Daarbij moet vastgesteld worden of een risico op een worminfectie aanwezig is, welke risico’s dat zijn en welke deelkuddes dat risico lopen. De nadruk bij deze vaststelling richt zich op de infectieuze stadia. Blootstelling aan parasieten is sterk afhankelijk van de omstandigheden in de wei en kan variëren in een klein gebied, zelfs binnen de weide. Risicobeoordeling op nationaal en regionaal niveau richt zich op infectiepatronen zoals bij leverbot wordt gedaan. Voor maag/darmwormen of longwormen is momenteel een dergelijke analyse nog niet mogelijk. Op bedrijfsniveau kan er gekeken worden naar de bedrijfsgeschiedenis gevolgd door diagnostiek op basis van bijvoorbeeld een tankmelkonderzoek.
Preventie door verlagen infectiedruk en verhogen weerstand
Ziektepreventie kan op twee manieren worden bereikt: door het verlagen van de infectiedruk en het verhogen van de weerstand. Het verlagen van de infectiedruk kan door in te grijpen in de levenscyclus van de wormen, bijvoorbeeld door maaibeleid. Ook het voorkomen van blootstelling aan zwaar besmette weidegrond verlaagt de infectiedruk. De weerstand kan juist vergroot worden door dieren bloot te stellen aan een lage infectiegraad op percelen of door vaccinatie.
Diagnostiek soms lastig
Het is soms lastig om te achterhalen of runderen een worminfectie doormaken. Klinische verschijnselen zijn te verwarren met andere aandoeningen of rantsoenproblemen. Op kuddeniveau is tankmelkonderzoek mogelijk. Daarnaast kan mestonderzoek uitsluitsel geven over welke wormen problemen in een veestapel geven. Naast onderzoek om welke wormen het gaat, is het ook belangrijk in beeld te brengen tegen welke anthelmintische middelen de betreffende wormen resistent zijn. Onderzoek daarnaar is volgens de projectgroep nog lastig, maar er zijn een aantal onderzoeksmethoden die interessant kunnen zijn vanuit het oogpunt van resistentie en milieubelasting door anthelmintische middelen.
Meer kennis over worm en resistentie belangrijk
Voor een correcte behandeling van een worminfectie is volgens de onderzoekers kennis nodig over de betreffende worm en diens resistentie tegen bepaalde anthelmintische middelen. Vooral omdat de meeste anthelmintica een breed spectrumwerking hebben, met als risico resistentie bij een bredere populatie wormen. De onderzoekers verwijzen voor de bestrijding van wormen ook naar het gebruik van alternatieve middelen. Bepaalde oliën en tannines kunnen de infectiebelasting verlagen. Alleen vraagt het gebruik van dit soort middelen een goede afweging en is er een duidelijk bewijs van de werkzaamheid gewenst. Het onderzoek van ‘Wijs met wormen’ maakt duidelijk dat er op alle vlakken nog veel tekortkomingen in de kennis over worminfecties en de preventie en behandeling zijn.








