Van twijfelaar naar blijver in 2030

Foto: Bert Jansen
In 2030 zijn er nog 10.660 melkveebedrijven. Een deel van de veehouders is verzekerd van een plek, voor anderen moet er nog wat gebeuren. Een scherpe kritieke melkprijs is een belangrijke voorwaarde.In opdracht van FrieslandCampina onderzocht Wageningen Economic Research (WER), hoe de melkveehouderij er in 2030 uit kan zien. In het basisscenario van WER telt de sector nog 10.660 melkveebedrijven. Dat is een scenario bij voortzetting van het huidige beleid en gedrag. Vergeleken met 2018 betekent dat een afname van 33%. Ook is een aantal varianten doorgerekend die een iets andere uitkomst geven.Lees onderaan dit artikel tips over een scherpe kritieke melkprijs, verhogen van opbrengsten en zo benut ik de mogelijkheden die mijn locatie biedt. Lees verder onder het kader. Nog 10.660 bedrijven in 2030In de verkenning door Wageningen Economic Research zijn er bij de gekozen uitgangspunten in 2030 nog circa 10.660 bedrijven met melkvee.
Dat is 33% minder dan in 2018. Bij 41% van de stoppers is leeftijd en/of ontbreken van een opvolger de belangrijkste reden. Bij 57% speelt tevens onvoldoende financiële armslag. De economie is ook bij de blijvers een moeilijk punt. Slechts 27% heeft voldoende resultaat om alle benodigde aflossingen en vervangingsinvesteringen te doen.
Er zijn veel factoren die van invloed zijn hoe het aantal bedrijven de komende jaren zal ontwikkelen. Als de melkprijs hoger uitvalt dan begroot, bedrijven technisch beter presteren en meer productieruimte hebben, komt het aantal bedrijven boven de 12.000 uit. Vallen deze juist negatief uit, dan zullen er in 2030 nog slechts 9.000 bedrijven zijn.
Minder koeien, grotere melkplas
Het aantal koeien daalt van 1,61 miljoen in 2018 naar 1,48 miljoen in 2030. De totale melkplas groeit met 4% tot 14,58 miljard kilo melk ten opzichte van 2018. Dat komt door een stijgende melkproductie per koe.
Het gemiddelde bedrijf telt over 10 jaar 139 koeien tegenover 101 in 2018. Meer dan de helft van de bedrijven (56%) heeft in 2030 meer dan 140 koeien. De intensiteit bedraagt straks 1,98 koeien per hectare. Die was in 2018 nog 1,85 koeien per hectare.
Drie varianten
Naast het basisscenario heeft Wageningen drie varianten doorgerekend.
1: Bij een situatie met meer focus op natuurinclusief blijven er 10.115 bedrijven met 145 koeien per bedrijf.
2: Bij een hardcore vrije markt-variant zijn dat respectievelijk ruim 7.500 bedrijven en 190 koeien per bedrijf.
3: Bij meer focus op rendement en sociale eisen resteren krap 7.780 bedrijven met 165 koeien per bedrijf.
Bij de laatste variant zijn er meer vrijwillige stoppers en wordt er meer in andere activiteiten geïnvesteerd.Onzekerheid over toekomstVan de huidige melkveehouders is een deel redelijk zeker van een plaats; voor anderen is dat dus lang niet zeker. Weer anderen weten al dat ze binnen tien jaar stoppen en hebben al een exit-strategie. Vooral voor ondernemers uit de tweede categorie staat er veel op het spel; wel de ambitie hebben om door te gaan maar geen zekerheid.In het rapport wordt ook de impact van andere melkprijzen en technische resultaten doorgerekend naar het aantal extra bedrijven dat er in 2030 nog is. Als de melkprijs 2 cent hoger ligt dan in de basissituatie, blijven er bijvoorbeeld 1.328 stuks extra over. Betere technische resultaten leiden tot 600 extra bedrijven. Voor elke € 10.000 jaarlijks minder geld uit het bedrijf, stijgt het aantal bedrijven met 1.238 stuks. Er zijn dus zeker mogelijkheden voor bedrijven in het twijfelgebied om bij de blijvers te behoren.Bedrijven weten niet welke kant ze op moetenKritieke melkprijsAlfons Beldman van Wageningen Economic Research is projectleider van het rapport. Hij geeft aan dat er geen pasklare antwoorden zijn. “Maar in alle gevallen is een voldoende lage kritieke melkprijs een hele belangrijke voorwaarde.” De kritieke melkprijs is de prijs die een bedrijf minimaal moet beuren om aan zijn betalingsverplichtingen te kunnen voldoen. Richting ondernemers die door willen adviseert Beldman te kijken naar drie aspecten:Hoe staat het bedrijf ervoor?Wat zijn je eigen ambities en competenties?Welke (on)mogelijkheden biedt de omgeving?Beldman beseft dat ondernemers in dat proces op dit moment weinig medewerking van de overheid ervaren. Belangrijk voor toekomstperspectief zijn daarom betrouwbare beleidsuitgangspunten. “Dat is de afgelopen jaren te weinig gebeurd, waardoor bedrijven niet weten welke kant ze op moeten.”Te hoge kritieke melkprijsEén van de meest opvallende bevindingen is dat de groep die het financieel niet redt, groot is. Dat ziet Niels Kanters, adviseur bij financieel adviesbureau Exitus ook in de praktijk. Kanters maakt zich vooral zorgen over de groep met een te hoge kritieke melkprijs, van pakweg 33 tot 35 cent per kilo melk. “Die groep is relatief groot en zal alle zeilen moeten bijzetten. Ze redden het best een hele tijd, maar ruimte voor grote investeringen ontbreekt.”Daarnaast is er een groep waar hij zich juist geen zorgen over maakt. Bij die groep is (bijna) altijd de kritieke melkprijs prima op orde. “Deze bedrijven bevinden zich in het hele speelveld. Van gezinsbedrijven van gemiddelde omvang met een gunstige schuldenpositie tot grotere bedrijven die investeren en groeien met sterke focus op rendement als leidraad.” Een gemeenschappelijkheid is dat ambities en capaciteiten van de ondernemer passen bij de ontwikkeling van het bedrijf.Denk na over een alternatieve strategieVoor het deel van de veehouders die in 2030 nog ondernemer willen zijn, is het volgens hem goed een spiegel voor te houden: Waar staan we vandaag en hoe reëel is het om te veronderstellen dat we bij de blijvers horen? Een deel zal met aanpassingen toch het bedrijf de goede kant op kunnen sturen, anderen doen er volgens Kanters goed aan om tijdig na te denken over een alternatieve strategie. Lees verder onder de foto. In 2030 zijn er fors minder melkveehouders, blijjkt uit onderzoek. Ondernemers die bij de blijvers behoren zijn gemiddeld een stuk groter. Een deel is redelijk verzekerd van een plaats; voor anderen is dat nog onzeker. - Foto: Bert JansenHogere marge en rendementDat gezegd hebbende realiseert hij zich heel goed dat het niet eenvoudig is om vandaag het roer om te gooien om zeker bij de blijvers te behoren. Verandering is een zaak van de lange adem en het verdienmodel geeft door de relatief lage omzet niet veel mogelijkheden om keuzes te maken. Het meest voor de hand liggend zijn daarom veranderingen in de bedrijfsvoering die zorgen voor een hogere marge en rendement. “Alles begint bij een lage kostprijs”, benadrukt Kanters. Dat geeft de mogelijkheid om investeringen te dragen met minder of geen vreemd vermogen en om financiële risico’s op te vangen. “Daarvoor is een gestructureerd plan nodig om de kosten in beeld te brengen.” Daarnaast is ook de opbrengstprijs een vaak nog onderschat, maar niet te verwaarlozen aspect. “Een opbrengst van 4 cent meer of minder dan gemiddeld maakt een groot verschil. Voor een gemiddeld bedrijf is dat al snel € 40.000. Dat is een ondernemersinkomen.”Investeringen moeten ten dienste staan van lagere kosten of bijdragen aan een hogere opbrengst. Dat is vooraf niet altijd goed in te schatten. Dat geldt ook voor het aan knoppen draaien van de bedrijfsvoering: Een melkveebedrijf is een complex systeem waarbij een kleine verandering invloed heeft op andere plaatsen. Met goede adviseurs zijn dit soort scenario’s wel in beeld te brengen; garanties op succes zijn er nooit.Op verkeerde paard gewedIn het rapport worden naast een basisscenario drie varianten geschetst.Bij natuurinclusief ligt de focus op concrete stimulansen voor een natuurinclusieve bedrijfsvoering.Bij de vrije markt zijn er geen aanvullende duurzaamheidseisen maar een lagere melkprijs.Bij de derde variant maken melkveehouders andere keuzes in hun investeringen en het inkomen dat ze uit het bedrijf halen. Beldman verwacht niet dat de hele sector volledig in één richting beweegt, maar combinaties zijn wel denkbaar.Dat roept wel de vraag op wat er gebeurt als een ondernemer voor een duidelijke richting kiest, en dan blijkt dat niet te brengen wat hij dacht. Eigenlijk dus op het verkeerde paard gewed. “De sector moet een duidelijke langetermijnvisie hebben, waar bedrijven op kunnen investeren. Ondernemers zelf moeten hun risico’s kennen en voorkomen dat ze zichzelf klemzetten.”In het natuurinclusieve scenario gaan bedrijven die aan de eisen kunnen voldoen er op vooruit, maar een ander deel juist niet. Dit komt omdat in die variant vooral het geld anders wordt verdeeld; er komt niet veel geld bij.
► Optimaliseer saldogericht technische resultaten. Kosten gaan voor de baten uit maar de baten moeten op termijn groter zijn.
► Verhoog de productiviteit van de grond en daarmee de eigen ruwvoerproductie.
► Zoek samenwerking in de regio op het gebied van grondgebruik, ruwvoerproductie en mestplaatsing.
► Verlaag financieringslasten. Denk aan verkoop van dure grond en terugkoop goedkope grond of een erfpachtconstructie.
► Wees kritisch op privé-uitgaven. Gezinssamenstelling en leefpatroon zijn de twee belangrijkste oorzaken van de verschillen.Hogere opbrengsten► Werk saldogericht aan hogere melkopbrengsten. Bepaal met adviseurs wat de prijs is voor het verhogen van de productie per koe, hogere gehalten, toepassen van weidegang en/of deelname aan een zuivelconcept.
► Verhoog de niet-melkopbrengsten. Een belangrijke daarbij is de post omzet en aanwas. Werk daarvoor aan een hoge vruchtbaarheid en een lagere uitval van kalveren en koeien. Bekijk de mogelijkheden van kruislingen. Bepaal de optimale vervanging en neem daar het uitbesteden van de opfok van jongvee in mee.
► Bekijk de mogelijkheden van alternatieve opbrengsten of inkomsten, zoals verbredingsactiviteiten, energieproductie of het leveren van groene diensten. Ook arbeid buiten het bedrijf kan soms goed passen.Ambitie en omgeving► Benut de mogelijkheden die de locatie biedt. Een omgeving met veel natuurwaarden of toerisme dichtbij geeft andere kansen dan een bedrijf midden in de polder, maar ook beperkingen.
► Bekijk alternatieve groeimogelijkheden, zoals een samenwerking aangaan met een stopper. Ook zijn er alternatieve mogelijkheden om meer grond onder het bedrijf te krijgen, bijvoorbeeld met pacht of een samenwerking.
► Overweeg verplaatsing van het bedrijf als de eigen ambitie en de locatie niet (meer) bij elkaar passen. Meer ingrijpend is emigratie maar kan soms wel goed passen.
► Zoek (nieuwe) activiteiten die passen bij de eigen ambitie en competenties. Deze kunnen zowel binnen als buiten de melkveehouderij liggen.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









