Vakbonden nodig naast de LTO

Het verschil tussen LTO en de sectorvakbonden is duidelijk. De LTO zit aan elke vergadertafel. Overleg staat hoog in het vaandel.Een vergaderfabriek, die op volle toeren draait. Men heeft veel mensen in dienst, die zich de wallen onder de ogen vergaderen. Met wisselend succes. Wapenfeiten zijn lang niet altijd duidelijk.
Hoe anders is het met de sectorvakbonden. Voorbeelden zijn de Melkveehouderij Vakbond en de Vakbond Varkenshouderij. Die zijn veel in de publiciteit. Ze hebben geen geldverslindend apparaat, geen duur ledenblad en geen grote kantoren. Ze vergaderen ook veel minder.
Totaal anders dan de LTO. Die is continu denkend en beschouwend bezig. Vakbonden zijn meer doeners. Meer mensen van "Geen woorden maar daden". Ze gaan ervoor. Soms tegen de stroom in, vasthoudend. Soms ook met succes.
Kijk eens naar de Aujeszkyclaim, aangezwengeld door de Varkenshouders Vakbond. Na negen jaar procederen eindelijk succes. Petje af voor de volhouders van de NVV! En toch wel een blaam voor de LTO, die kennelijk de strijdlust miste om door te zetten.
Dat komt wel vaker voor. Zoals Siem Jan Schenk van de LTO-sector veehouderij het onderspit moest delven tegen Jan van Weperen over het verbod op het koudmerken van koeien. Schenk had zich er al bij neergelegd, maar Van Weperen bleef strijdbaar. Met succes.
Schenk sloot zich met de staart tussen de benen hierbij aan.
Naast de gezapige LTO zijn de Vakbonden noodzakelijk om de denkers te laten zien dat doeners vasthoudender zijn en vaak meer bereiken. Niet zo leuk voor de LTO dat te moeten erkennen.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









