Topfitte zeugen geven meer en robuustere biggen

Bij zeugen in grote groepen met voerstations kan het wegen geheel automatisch. Wekelijks krijgt de varkenshouder een uitdraai van de gewichten. - Foto: Anne van der Woude

Bij zeugen in grote groepen met voerstations kan het wegen geheel automatisch. Wekelijks krijgt de varkenshouder een uitdraai van de gewichten. - Foto: Anne van der Woude


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

De conditie van zeugen beïnvloedt het totale reilen en zeilen op een bedrijf. Dit uit zich in de productie, financiën en ook in minder uitval.Elke 10 kilo dat het gewicht van een zeug tijdens de dracht afwijkt van het adviesgewicht, kost 0,6 levend geboren big. Dat blijkt uit cijfers van fokkerijorganisatie Topigs Norsvin. Bovendien is het afbigpercentage van zeugen 10% lager als deze te licht zijn tijdens de lactatie. Het geeft ook meer terugkomers. Een zeug die jaarrond in de juiste conditie is, brengt dus meer en vitalere biggen voort en gaat langer mee. Goede conditie zeug begint bij opfokEen zeug in conditie krijgen en houden, begint in de opfok. Het advies is een opfokzeug te insemineren vanaf 160 kilo, als ze tussen de acht en negen maanden oud is. De levensgroei van een opfokzeug bedraagt meer dan 600 gram per dag. Het is de bedoeling dat de groei in de dracht van een gelt, en daarna, zo rechtlijnig mogelijk verloopt, vertelt reproductieadviseur Arno Joosten van Topigs Norsvin.Opfokzeug lichter of jonger insemineren: niet doenEen opfokzeug lichter of op veel jongere leeftijd insemineren dan het advies, gaat niet ongestraft. De ondergrens is 155 kilo. De eisprong is bewezen groter als een opfokzeug meer weegt dan 155 kilo; dat geeft dus meer biggen. Als een opfokzeug wel op gewicht is, maar slechts zeven maanden oud, dan is haar geslachtsapparaat nog onvoldoende ontwikkeld. Dat gaat ook ten koste van worpgrootte. LevensduurNog een reden om te wachten met insemineren tot een zeug 160 kilo weegt, is de levensduur van het dier. Als een zeug onvoldoende weegt tijdens de eerste inseminatie, gaat deze gemiddeld 1,7 worp minder lang mee. Dat kost vanzelfsprekend ook geld. Topigs Norsvin vraagt geen onmogelijke dingen van haar klanten. Joosten vertelt dat Topigs Norsvin data heeft van 7.000 gelten van bedrijven die wegen, over een periode van anderhalf jaar. Deze boeren sturen op de gewichtsontwikkeling van hun opfokzeugen. Dan blijkt dat meer dan 98% van de zeugen het adviesgewicht heeft bij eerste inseminatie. De gewichtsontwikkeling van opfokzeugen blijkt goed te sturen. Begin van revolutieHet digitaal verzamelen van gegevens maakt sinds de laatste jaren snel opgang in de varkenshouderij. Er komen steeds meer data beschikbaar, waaronder van de conditie van zeugen. Specialisten van technologiebedrijven, banken en adviesbedrijven zijn allemaal van mening dat dit voor grote verandering gaat zorgen in de sector. Met alle digitale technieken is de tijd van aannames maken voorbij en wordt duidelijk wat er echt in de stal en met de dieren gebeurt. Arno van Brandenburg van Nedap Livestock Management geeft een voorbeeld. “We krijgen steeds meer cijfers onder ogen die bevestigen dat de gewichtsontwikkeling van drachtige zeugen niet lineair verloopt. De dracht kent fases. In de ene periode neemt het gewicht meer toe dan in een andere. De bedoeling is daarom dat de gewichtsontwikkeling binnen een bepaalde bandbreedte verloopt.Lees verder onder de foto.Bij zeugen in grote groepen met voerstations kan het wegen geheel automatisch. Wekelijks krijgt de varkenshouder een uitdraai van de gewichten. - Foto: Anne van der WoudeSteeds meer data beschikbaarGeleidelijk komen er steeds meer data beschikbaar over het stalklimaat, voer- en wateropname en gewichtsontwikkeling van dieren. Met deze data is het mogelijk de bedrijfsvoering te optimaliseren. Het is wel duidelijk dat de conditie van zeugen belangrijk is. Dit heeft effect op de productie, maar zegt ook iets over de gezondheid van het dier”, betoogt Van Brandenburg. Als een zeug amper zwaarder wordt of zelfs afvalt, heeft het dier mogelijk pijn of scheelt het anderszins iets. Lat ligt hogerDe productie van zeugen stijgt. De verzorging en voeding van de zeugen moet daarom kloppen. Joosten: “Het spel dat je speelt als varkenshouder wordt nauwkeuriger. Dat begint al met de gelten.” In vergelijking met de Topigs 20-zeug geeft de TN 70 hetzelfde aantal biggen, maar zijn deze gemiddeld 150 gram zwaarder bij de geboorte. Joosten: “Om deze resultaten te halen, moet de voeding goed zijn. Anders ga je de bietenbrug op.” Conditie zeug monitorenDe noodzaak om de conditie te monitoren en de voeding af te stemmen op de behoefte van zeugen, groeit zodoende. Het oog van de meester is niet meer toereikend. Varkenshouders én adviseurs die gaan schatten, slaan de plank dikwijls mis. Dan zijn de zeugen dikwijls te licht. Dat komt veel vaker voor dan te zwaar, weet Joosten. “De zeugen zijn tegenwoordig gewoon groot en dan is de eerste reactie dat ze te zwaar zijn. Dat blijkt vaak niet het geval.” Ander effect van de fokkerij is dat opfokzeugen in staat zijn hard te groeien. Een gelt voor de eerste keer insemineren als deze 190 kilo weegt, is jammer van het voer. Dan is het een optie het inseminatiemoment iets naar voren te halen. Ook dat kan niet ongestraft, vertelt Joosten. Een zeug moet wel acht maanden oud zijn bij de eerste inseminatie. Gewichtsadviezen goed onderbouwdDe gewichtsadviezen voor zeugen die Topigs Norsvin deelt met zijn klanten, zijn goed onderbouwd, betoogt Joosten. Dat is helemaal het geval sinds de introductie van TN 70-zeug, zo’n vijf jaar geleden. Deze groeit harder en heeft lagere voederconversie. Reden om nog eens goed naar de voeding en de conditie van de zeugen te kijken. Stapels data zijn verzameld. Volgens Joosten blijkt keer op keer dat lichter insemineren dan 160 kilo productie kost. Net zo belangrijk is ook dat een gelt 230 kilo moet wegen als ze de eerste keer de kraamstal ingaat en dat de gewichtstoename van een zeug tijdens de dracht minstens zestig kilo dient te zijn. Allemaal waarden waar een varkenshouder op kan sturen, mits hij over de juiste techniek beschikt. Lees verder onder de foto.Zeugen in conditie houden begint in de opfokstal. Het juiste gewicht bij inseminatie beïnvloedt de worpgrootte en het aantal worpen dat een zeug meedraait. - Foto: Bert JansenDe eerste cijfers lijken veelbelovendAccountantskantoor Flynth en softwarebedrijf RedVan doen onderzoek naar de relatie tussen de conditie van zeugen en het financiële resultaat. Volgens hen is het toomgewicht bij spenen 8,3 kilo hoger als een zeug op het streefgewicht in de kraamstal komt. Voor een zeug in conditie is het toomgewicht met spenen op jaarbasis dus 20 kilo meer dan een van een magere zeug. Als de toeslag € 0,80 per kilo is, bedraagt de meeropbrengst jaarlijks € 16 per zeug.
Het verzamelen en interpreteren van data kost geld. De kosten van het wegen van de zeugen bedragen in het eerste jaar € 3,25 per dier. Voor de daaropvolgende jaren rekent Flynth met € 2,80 per zeug. Het wegen moet wel soepel en vlot kunnen, anders wordt het duurder.
Flynth heeft eerder al gekeken wat het wegen van zeugen en biggen een bedrijf kan opbrengen. Dit betreft een afstudeerproject van boerenzoon Stefan ter Haar op een bedrijf met zeshonderd zeugen. Daar komt een economisch voordeel uit van € 30 per zeug per jaar.

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Lees meer over


Snel delen


Sectornieuwsbrief Varkens


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.