Melkkoeien

250+ resultaten
Weergave:

Weidegang heeft nauwelijks effect op robotbezoek

Premium

Maassluis - Weidegang heeft nauwelijks effect op het gedrag van koeien rond de melkrobot. Dit blijkt uit een enquête van Lely Farm Management Support onder 500 melkveehouders met een melkrobot. Van deze veehouders weiden 200 hun melkkoeien.Door het toepassen van een selectiepoort daalt het aantal melkingen slechts met 2 procent naar 2,56 melkingen per koe per dag. Een geringe afstand tussen wei en robot en wijziging van het rantsoen naast het weidegras spelen een rol in deze geringe verandering. Het aantal weigeringen daalde tijdens de weideperiode van 3,4 naar 2,7 per koe per dag. Het bezoekgedrag van koeien kan worden beïnvloed door het vaker aanschuiven van voer in de stal en op andere tijden voeren.Veehouders hebben onder andere als reden om te beweiden dat de hoge voederwaarde van vers gras leidt tot een vermindering van het krachtvoergebruik. Bij de ondervraagde veehouders ging het krachtvoerverbruik van 21 naar 20 kilo brok per 100 kilo melk. Dat komt voor een bedrijf met 2.000 kilo melk per robot per dag neer op een besparing van ongeveer €5 per dag. De lichte daling in het robotbezoek zorgde wel voor iets meer restvoer in de robot. Tegenover de daling van het krachtvoergebruik per 100 kilo melk staat wel een lichte stijging van de melkproductie, wat duidt op optimale benutting van de voederwaarde van vers gras.

27 jun 2014Nieuws

NVWA onderzoekt kalveren steekproefsgewijs op verboden middel

Premium

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) is bezig met onderzoek naar de aanwezigheid van het verboden antibioticum Furazolidon bij drie kalverbedrijven en een melkveebedrijf in Gelderland. De bedrijven zitten op slot, er mogen geen dieren of producten worden afgevoerd.Op één van de bedrijven zijn net voor de bemonsteringsactie van de NVWA dieren afgevoerd en geslacht. Het vlees is onderzocht. Hieruit blijkt dat in het vlees van deze dieren residuen zijn gevonden van Furazolidon. De NVWA heeft daarna direct de handelsstromen van dit vlees in kaart gebracht. Een deel van het vlees, 24 ton, is in Duitsland, België, Frankrijk en Italië terechtgekomen. Het overige deel, 45 ton, is naar de Nederlandse markt gegaan en waarschijnlijk al geconsumeerd. De partijen die nog op de markt aanwezig zijn worden van de markt gehaald. Het bureau risicobeoordeling oordeelt dat het gehalte aan Furazolidon in het vlees zodanig is dat het bij normale consumptie van het vlees geen gevaar voor de volksgezondheid vormt.Het gebruik van het verboden middel kwam aan het licht bij een controle in april op 20 kalverbedrijven. Daarbij werd op één bedrijf het verboden middel Furazolidon aangetroffen. Bij nader onderzoek bleek dat het middel via diervoer op het bedrijf terecht was gekomen. De diervoerproducent bleek vergelijkbaar voer te hebben geleverd aan drie andere kalverbedrijven. Ook werd het voer gebruikt voor het melkvee van het veevoerbedrijf. Verder onderzoek moet uitwijzen of het voer met het verboden middel ook elders is gebruikt.De dieren op de bedrijven waar het voer met verboden middel is gebruikt, worden nu onderzocht op aanwezigheid van het middel. Dit gebeurt steekproefsgewijs. "Als het middel hierbij wordt aangetroffen krijgt de veehouder de keuze alle dieren op zijn kosten individueel te laten testen of de hele groep dieren waarbij het middel is aangetroffen af te voeren", legt een woordvoerder van de NVWA uit. Dieren waarbij de stof wordt aangetoond worden afgevoerd en gedood. De mogelijkheid bestaat dat de dieren bij het onderzoek het antibioticum al hebben afgebroken en dat dit niet meer terug te vinden is. De NVWA kan nog niet zeggen om hoeveel dieren het in totaal gaat. De verwachting is dat enkele duizenden kalveren zijn behandeld met het middel.

27 jun 2014Achtergrond

Minder bedrijven, wel meer vee

Premium

Den Haag – Het aantal land- en tuinbouwbedrijven op 1 april dit jaar is 65.470. Dat is 3 procent minder ten opzichte van 2013. Een afname van ruim vijf bedrijven per dag.Dit blijkt uit voorlopige cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op basis van de Landbouwtelling 2014. Wel lopen er meer koeien, biggen en kippen rond.AreaalDe oppervlakte cultuurgrond is vergeleken met 2013 vrijwel gelijk gebleven. Sinds 1950 is de oppervlakte landbouwgrond met 20 procent afgenomen tot ruim 1,8 miljoen hectare. Dit betekent een gemiddelde jaarlijkse krimp in het landbouwareaal van bijna 8.000 hectare. Sinds 2000 nam het areaal cultuurgrond met bijna 7 procent af.GewassenHet areaal grasland nam toe met 11.000 hectare. Opvallend is dat het areaal tijdelijk grasland met 26.000 hectare steeg, terwijl het areaal blijvend grasland daalde met 17.000 hectare. Van 2013 op 2014 nam het areaal met akkerbouwgewassen af met 15.000. De grootste stijger bij de akkerbouwgewassen zijn de consumptieaardappelen met een toename van 2.500 hectare. De grootste daler is de zomertarwe met een afname van 8.000 hectare, terwijl de wintertarwe daalde met ruim 2.000 hectare. Het areaal groenvoedergewassen is met 4.500 hectare afgenomen, waarvan 4.300 hectare snijmais.TuinbouwHet areaal tuinbouw onder glas kromp met 300 hectare. Dit is een ruim tweemaal zo grote daling als in het jaar ervoor. Het areaal tuinbouw open grond steeg met 740 hectare.RunderenOp 1 april 2014 waren er in Nederland 4 miljoen runderen. Dit is bijna 2 procent meer dan een jaar eerder. Er werd vooral meer melkvee gehouden. Het aantal melk- en kalfkoeien is tussen 1 april 2013 en 1 april 2014 toegenomen met 19.000 dieren (ruim 1 procent) tot 1,57 miljoen dieren. Het hoogste aantal in de afgelopen 15 jaar, aldus het CBS. Er is ook een toename bij het jongvee voor de fokkerij. Dit aantal steeg met 62.500 naar 1,31 miljoen dieren. Hiermee anticipeert de melkveehouderij op de afschaffing van de melkquota in 2015.VarkensDe varkensstapel bleef vrijwel onveranderd. Een forse toename van het aantal biggen werd deels gecompenseerd door een daling van het aantal vleesvarkens, aldus de voorlopige uitkomsten van de Landbouwtelling 2014. In april 2014 telde Nederland 12,2 miljoen varkens, ruim 1.000 minder dan een jaar eerder. Het aantal biggen steeg met bijna 2 procent tot 5,4 miljoen dieren. Daarentegen daalde het aantal vleesvarkens met bijna 2 procent tot 5,7 miljoen dieren. Het aantal fokvarkens steeg met bijna 1 procent naar 1,2 miljoen dieren.Kalveren en kippenBij de vleeskalveren nam het aantal dieren met 0,7 procent af en het overige jongvee voor de slacht nam af met 4 procent. Begin april 2014 waren er 103 miljoen kippen, een stijging van ruim 5 miljoen dieren ten opzichte van een jaar eerder. Deze stijging komt vooral door de stijging (+ 6,4 procent) van het aantal vleeskuikens tot 47,1 miljoen en iets minder door de stijging (+ 3,9 procent) van het aantal leghennen tot 46,6 miljoen dieren.

26 jun 2014Nieuws

‘Succes in antibioticabeleid is geen eindstation’

Premium

Lelystad – Het succesvolle beleid bij de terugdringing van de resistentie tegen antibiotica is geen reden nu op de lauweren te rusten. Dat zegt hoogleraar Dik Mevius van de Faculteit Diergeneeskunde in Utrecht en onderzoeker bij Centraal Veterinair Instituut. Mevius is medeauteur van de jaarlijkse Maran-rapportage waarin de ontwikkelingen over het antibioticagebruik en de resistentie worden gerapporteerd. De Maran-rapportage wordt donderdag 26 juni gepresenteerd.Eerder dit jaar meldde Mevius al dat een dalende trend is ingezet bij de gevonden resistentie in vleeshennen, vleesvarkens, vleeskalveren en melkvee. Volgens hem het rechtstreekse gevolg van de succesvolle aanpak om het gebruik terug te dringen. Het gebruik van antibiotica in de veehouderij is in zeven jaar tijd meer dan gehalveerd. En dat is volgens Mevius niet gebeurd door maatregelen van de overheid, maar doordat private partijen zelf het beleid hebben geïmplementeerd en omdat er een onafhankelijke  toezichthouder is – de Diergeneesmiddelenautoriteit SDa – die de partijen scherp houdt. "Sneller dan verwacht is er een daling in resistentie te zien", zegt Mevius.Mevius zegt dat bij de terugdringing van antibioticaresistentie niet alleen gekeken moet worden naar het Nederlandse medicijngebruik in de volksgezondheid en de veterinaire sectoren. Ook de milieubelasting met resistentie door bemesting, gebruik van antibiotica als plaagbestrijder in de sierteelt en het gebruik van antibiotica in de veehouderij in het buitenland moeten in beeld zijn.Mevius laat geen gelegenheid onbenut om te vertellen over de succesvolle aanpak in Nederland. "Iedereen kijkt naar ons. We hebben hier echt iets op de kaart gezet." Deze week spreekt hij op een pluimveecongres in Noorwegen, later deze maand gaat hij naar het Verenigd Koninkrijk om uit te leggen hoe de Nederlandse veehouderij er in is geslaagd het antibioticagebruik te verminderen en daarmee ook de resistentie terug te dringen.Het is een succesverhaal, zegt hij, maar daarmee is de taak nog lang niet volbracht. Hij verwacht ook niet dat de resistentie echt uit te bannen is. "We hebben zeventig jaar resistentie opgebouwd, die blijft aanwezig."

26 jun 2014Nieuws