Gezondheid veestapel

250+ resultaten
Weergave:

Verdienmodel voor grotere stal

Premium

Even terugkomen op vorige week. Ik schreef over de dictatoriale dreiging van de Rabo om voornamelijk duurzaam gebouwde stallen te financieren. Dat kan ook anders, bewijst men in Groningen.Daar zijn de provincie, LTO en Natuur en Milieu het eens geworden over de uitbreiding van melkveehouderijbedrijven. Het bouwblok mag groeien van maximaal 2 hectare naar 4 hectare. Maar daar moet de uitbreidende boer wel wat voor doen.Er is een verdienmodel opgesteld. De bouwende boer kan punten behalen met de volgende thema's: diergezondheid, welzijn, inrichting landschap, architectuur gebouwen, aanzicht erf, natuurbeheer energie en weidegang. Dat zijn de belangrijkste. Een eindrapport met een gemiddelde van 7,5 geeft de boer ruimte voor uitbreiding.Een goed plan, een variant op de plannen in Brabant. Vooral omdat de overheid de eisen stelt. Die heeft verantwoordelijkheid voor het landschap en wat daar gebeurt. In opdracht van de maatschappij, die nu eenmaal eisen stelt aan wat de boer doet. De democratisch gekozen vertegenwoordiging van de burgers heeft daarom ook het recht om te zorgen dat aan die eisen wordt voldaan.Voor de boer is er de eigen keus. Hij kan voldoen aan de eisen van de maatschappij en krijgt de ruimte. Doet hij dat niet, dan moet hij leven met zijn eigen beperkingen wat ruimte betreft. (En misschien ook zijn maatschappelijk inzicht).Waarom de provincie wel en de Rabo niet, zult u zich afvragen. Welnu, de provincie heeft een dienende maatschappelijke functie en de Rabo een financiële. Elke schoenmaker kan zich het beste bij zijn eigen leest houden. En wat de Rabo betreft met name omdat ze moeite hebben om de eigen schoen goed op de leest te houden.

30 jun 2014Opinie

Dijksma blijft bij vier-dageneis zeugen

Premium

Den Haag – Staatssecretaris Sharon Dijksma van Economische Zaken blijft vasthouden aan de vier-dageneis voor groepshuisvesting van zeugen. Ook na een onafhankelijk veterinair advies over deze eis ziet Dijksma geen aanleiding om af te zien van deze nationale eis. Volgens de Europese norm moeten zeugen vanaf 28 dagen na inseminatie in groepen worden gehouden. In Nederland is dat vier dagen. Zeugenhouders hebben hier moeite mee.Dijksma liet op verzoek van de Tweede Kamer een onafhankelijk veterinair advies opstellen over de kwestie. Een expertgroep met deskundigen van de Koninklijke Maatschappij voor Diergeneeskunde, Wageningen UR en de Gezondheidsdienst voor Dieren oordeelt dat er in de vroege dracht welzijns- en reproductieproblemen kunnen ontstaan bij groepshuisvesting. De belangrijkste factoren hierbij zijn berigheid bij introductie in de groep, gebrek aan toegang tot voeding en gebrek aan ruimte om agressief gedrag af te kunnen wenden.Op basis van deze bevindingen ziet Dijksma geen aanleiding voor aanpassing van de vier-dageneis. Wel is de staatssecretaris bereid om voor bepaalde evidente knelgevallen een oplossing te zoeken. Dijksma is met LTO en NVV in gesprek geweest om tot een inventarisatie te komen van deze knelgevallen. Voor deze bedrijven wordt een adviserings- en begeleidingstraject opgesteld.Voor het begeleiden van bedrijven die welzijns- en reproductieproblemen kennen als gevolg van de omschakeling naar groepshuisvesting loopt reeds een vrijwillig begeleidingstraject. Voor 2014 is hiervoor €50.000 beschikbaar uit de Topsector Agri en Food in de PPS samenwerkende varkensvleesketen. Tot nu toe hebben zich acht bedrijven gemeld voor ondersteuning.

27 jun 2014Nieuws

‘Succes in antibioticabeleid is geen eindstation’

Premium

Lelystad – Het succesvolle beleid bij de terugdringing van de resistentie tegen antibiotica is geen reden nu op de lauweren te rusten. Dat zegt hoogleraar Dik Mevius van de Faculteit Diergeneeskunde in Utrecht en onderzoeker bij Centraal Veterinair Instituut. Mevius is medeauteur van de jaarlijkse Maran-rapportage waarin de ontwikkelingen over het antibioticagebruik en de resistentie worden gerapporteerd. De Maran-rapportage wordt donderdag 26 juni gepresenteerd.Eerder dit jaar meldde Mevius al dat een dalende trend is ingezet bij de gevonden resistentie in vleeshennen, vleesvarkens, vleeskalveren en melkvee. Volgens hem het rechtstreekse gevolg van de succesvolle aanpak om het gebruik terug te dringen. Het gebruik van antibiotica in de veehouderij is in zeven jaar tijd meer dan gehalveerd. En dat is volgens Mevius niet gebeurd door maatregelen van de overheid, maar doordat private partijen zelf het beleid hebben geïmplementeerd en omdat er een onafhankelijke  toezichthouder is – de Diergeneesmiddelenautoriteit SDa – die de partijen scherp houdt. "Sneller dan verwacht is er een daling in resistentie te zien", zegt Mevius.Mevius zegt dat bij de terugdringing van antibioticaresistentie niet alleen gekeken moet worden naar het Nederlandse medicijngebruik in de volksgezondheid en de veterinaire sectoren. Ook de milieubelasting met resistentie door bemesting, gebruik van antibiotica als plaagbestrijder in de sierteelt en het gebruik van antibiotica in de veehouderij in het buitenland moeten in beeld zijn.Mevius laat geen gelegenheid onbenut om te vertellen over de succesvolle aanpak in Nederland. "Iedereen kijkt naar ons. We hebben hier echt iets op de kaart gezet." Deze week spreekt hij op een pluimveecongres in Noorwegen, later deze maand gaat hij naar het Verenigd Koninkrijk om uit te leggen hoe de Nederlandse veehouderij er in is geslaagd het antibioticagebruik te verminderen en daarmee ook de resistentie terug te dringen.Het is een succesverhaal, zegt hij, maar daarmee is de taak nog lang niet volbracht. Hij verwacht ook niet dat de resistentie echt uit te bannen is. "We hebben zeventig jaar resistentie opgebouwd, die blijft aanwezig."

26 jun 2014Nieuws

‘Zoals de NRM nu verloopt, is uniek’

Premium

Aanstaande vrijdag en zaterdag kunnen koeienliefhebbers hun hart weer ophalen in Zwolle. De organisatie verwacht wederom rond de tienduizend bezoekers. Wat maakt de NRM zo aantrekkelijk?Promotie van de Nederlandse koe. Dat blijft het centrale thema van de tweejaarlijkse Nationale Rundvee Manifestatie (NRM). Van de ruim 800 aangemelde koeien zijn er uiteindelijk 250 geselecteerd die meestrijden bij de kampioenschappen zwart- en roodbont. Dat zijn ruwweg gesteld momenteel de mooiste koeien van Nederland. Natuurlijk blijven er mooie koeien bewust of ongewild thuis. Zo zijn er door de IBR-keuring uiteindelijk nog acht dieren uit de catalogus afgevallen waarbij na testen het veldvirus is gevonden (zie kader).Uiteindelijk lopen op zaterdagmiddag de zes kampioenen en reservekampioenen door de ring. “Dat moeten koeien zijn waarvan de veehouder op de tribune zegt, ja, dat soort koeien wil ik graag in mijn stal hebben”, geeft NRM-projectleider Louwrens van Keulen de doelstelling aan. Hij noemt de koeienkeuring en de aanloopperiode naar de keuring topsport. “Veehouders komen met levend materiaal in de ring. Heeft de koe haar dag of net niet? En het blijft natuurlijk een momentopname. Was de kampioene twee maanden voor de NRM of twee maanden er na, ook de beste?”Nut van de NRMOp de vraag wat het nut is van de NRM heeft Van Keulen snel het antwoord klaar. Hij roemt de combinatie tijdens de NRM-dagen. KI-organisaties die vol overgave dochtergroepen samenstellen, de tien procent kruisende veehouders die inzicht krijgt in de mogelijkheden, keuring van 100.000 liter koeien, de zwart- en roodbonte koeienkeuring en de vakbeurs die puur op de melkveehouderij is gericht. Hij noemt het bijzonder dat diverse gezinnen er een dagje uit van maken. Op de tribunes varieert de leeftijd van een paar maanden tot ruim tachtig jaar.Ook de suggestie dat NRM en de Holland Holstein sHow (HHH) qua koeien en deelnemers steeds meer op elkaar gaan lijken, wuift hij weg. Over samenvoegen wordt niet gesproken. “Nee waarom?”, verwoordt HHH-voorzitter Hans Puttenstein. “Ik denk dat we elkaar juist scherp houden. Enkele jaren geleden opperden wij al eens een IBR-vrije keuring. Nou, nou jullie durven, klonk het uit verschillende hoeken. Nu pakt de NRM het wel op en ook de HHH zal het aan de leden voorleggen.” Puttenstein ziet juist dat de Young Breeders een enorme impuls aan de NRM geven. “Door onze jeugdopleiding komen steeds meer jongeren, en dan vooral meisjes, in aanraking met koeienkeuringen en toiletteren.”Meer profilerenEen belangrijk doel van de NRM is natuurlijk de promotie van de Nederlandse koe naar het buitenland. De laatste edities bezochten rond 1.500 buitenlanders de NRM. Velen via uitnodiging door bedrijven en een deel komt spontaan. Die laatste groep lijkt iets te dalen. Daarbovenop krijgt Veepro de laatste jaren het verwijt dat de exportrevenuen na de nationale shows tegenvallen. Erik Gostelie, de nieuwe directeur van Veepro, ziet hierin een mooie uitdaging. Hij ziet de exportmarkt sowieso al aantrekken, nu de perikelen met blauwtong en 
Schmallenberg achter de rug lijken. Veepro nodigt vijftien personen uit potentieel belangrijke exportlanden uit voor de tweejaarlijkse tour, langs veebedrijven, industrie en natuurlijk de NRM. In die groep zitten uit zes landen, waaronder Nigeria, Kenia, Oeganda en Libanon, het hoofd van de veterinaire dienst. “Dat die landen deze hoge functionarissen sturen, vind ik bijzonder”, geeft de voormalige dierenarts aan. Maar ook uit landen als Rusland, Oekraïne, China, Mongolië, Pakistan en India nodigt Veepro mensen uit. De NRM speelt in het exportverhaal een belangrijke rol. Buitenlanders zien hier het fanatisme bij zowel veehouders, die met koeien in de ring verschijnen, als bij bezoekers op de tribune die de keuring op de voet volgen. “Op de NRM kunnen we scoren. We zijn goed en laten dit zien”, aldus Gostelie. Louwrens van Keulen vult aan dat met name de rubriek met 100.000 liter koeien bij de buitenlanders veel waardering oogstte in 2012.UniekDe projectleider noemt de NRM uniek. Ongeveer de helft van de actieve melkveehouders bezoekt de show één of twee dagen. Velen leven enthousiast mee met de keuring. “Waar zie je tribunes met mensen die massaal de catalogus voor zich hebben en die aantekeningen maken?” Hij zag in omringende landen hoe nationale shows de laatste jaren verliepen. “In Oldenburg was het ‘s avonds tijdens de veiling drukker dan overdag en op Agribex trok de mechanisatiebeurs publiek weg bij de koeien. Zoals de NRM nu verloopt, is gewoon uniek. Dat moeten we koesteren.” Trots op NRM-deelnameVeehouders zijn enorm trots dat ze wederom met koeien naar de NRM mogen. Maar aangepaste regelgeving kan ook zo maar een einde aan een traditie betekenen, zo overkwam Gerrit Regelink uit 
Hengelo.Het lukte Regelink steeds om met eigen gefokt materiaal naar de NRM te gaan. Ook dit jaar staat er weer een zeer beloftevolle jonge koe in de catalogus. Maar vorige week kwam het slechte nieuws. Ook een tweede IBR-test op het veldvirus bleek verkeerd en dus mag de koe niet naar Zwolle. “Jammer dat IBR-regels onze NRM-traditie doorbreken, we kwamen er al vanaf 1992. Nu ga ik als bezoeker, dat is toch heel anders’”, vertelt de teleurgestelde Regelink.Voor Bart Vink gaat de traditie wel verder. Vanaf 1969 komt dit bedrijf uit Ottoland onafgebroken met koeien op de nationale show. Hij noemt dit het visitekaartje voor de Nederlandse melkveesector en wil daar graag een bijdrage aan leveren. Arbeidsdruk is wel de oorzaak dat Bart steeds minder vaak met koeien naar (regionale) keuringen gaat. “Maar de NRM is toch altijd iets aparts. Voor drie koeien heb ik rekening gehouden met de kalfdatum en nu staan ze er alle drie prima voor.”

26 jun 2014Achtergrond