Strak regime voor geltenopfok en instroom

Laatst bijgewerkt:
Ruud Huls -Foto: Henk Riswick

Ruud Huls -Foto: Henk Riswick


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Ruud Huls hanteert voor zijn fokgelten een strikte periode van quarantaine en adaptatie. Hij werkt nu aan iets hogere gewichten voor inseminatie.De aanvoer en opfok van gelten en instroom in de zeugenstapel zijn vaak een ondergeschoven kindje. Zo niet op het bedrijf van zeugenhouder Ruud Huls. Hij werkt al enkele jaren met een strak schema voor quarantaine en adaptatie. “Sinds de uitbreiding in 2010 voeren we opfokgelten als big aan. Ze hebben dan meer tijd om aan het bedrijf en de kiemen te wennen.” Sindsdien krijgt de opfok volop aandacht.Het opfokregime ziet er samengevat als volgt uit: De gelten komen op het bedrijf bij een leeftijd van 8 tot 12 weken. Elke zeven weken zijn het 80 dieren. Ze gaan dan eerst zes weken in een quarantainestal. Daar krijgen de gelten kans ziektes die ze eventueel bij zich hebben tot uiting te laten komen. Ook wordt hier en begin gemaakt met de entingen. In de quarantainestal krijgen de gelten onbeperkt voer uit de brijvoerbak. Deze stal heeft een eigen hygiënesluit en -protocol. - Foto's: Henk RiswickDe quarantainestal is een aparte afdeling met een eigen hygiëneprotocol. Het heeft een eigen hygiënesluis met schoeisel en kleding. In deze stal krijgen de gelten onbeperkt voer uit een brijbak zodat ze optimaal kunnen ontwikkelen. In theorie moet de vloer omwille van het beenwerk helemaal vlak zijn, maar Huls maakte een lichte bolling. “Bij een vlakke vloer blijft de vloer natter, wat ook niet goed is.”Bij zeugen op bezoekNa de quarantaineperiode van zes weken gaan de gelten naar een van de twee adaptatiestallen. Daar krijgen ze voer uit een lange trog volgens een schema, zodat mindere gelten gemakkelijk zijn te selecteren. Vanuit de adaptatiestal gaan de zwaarste dieren telkens naar de ruimte met aanleerstation voor de voerstations en vervolgens naar de dekstal. Tussen elke fase worden de hokken met de lichtste en zwaarste gelten gewogen, om zodoende zicht te houden op de ontwikkeling.In de adapatiestal staan de gelten aan de lange trog. Huls verwacht ze dan beter te kunnen selecteren.Tijdens de adaptieperiode gaan de gelten twee keer een nacht bij de zeugen op bezoek. Tussen twee bezoeken zit vier weken. Ze kunnen dan gecontroleerd kennis maken met kiemen op het bedrijf. Tot voor kort deed Huls dat drie keer, maar een periode van twee weken tussen twee verplaatsingen bleek te kort om de dieren helemaal te laten herstellen. Mocht de gezondheidssituatie bij de zeugen er aanleiding toe geven, dan wil de varkenshouder stofzakken of een kauwtouw in het hok van de gelten hangen. De gelten maken op die manier een beperkte besmetting mee, zonder er zelf te ziek van te worden.Adaptatie is geen wetenschap maar een optimum zoeken. “De gelten één keer bij de zeugen plaatsen is te weinig, denken wij. Het heeft ook met de kansen te maken dat ze in aanraking komen met kiemen. Het kan ook gebeuren dat zeugen een keer minder kiemen uitscheiden.”Kijken naar ontwikkeling in plaats van leeftijdVoor het moment van de eerste inseminatie kijkt Huls vooral naar de ontwikkeling van de gelten en minder naar de leeftijd. De streefwaarde vanuit de fokkerijorganisatie is minimaal 150 kilo maar dat wordt niet altijd gehaald. “Technisch doen ze het prima, ze produceren 15,5 big levend geboren en hebben een afbigpercentage van 88%”, aldus de varkenshouder. Maar in de tweede worp zakt de productie wat in; het bekend second-littersyndroom.Volgens Roy Nieuwenhuis, zijn begeleider bij fokkerijorganisatie Next Genetix, vraagt het strakke regime best veel van de gelten: ze krijgen tien entingen voor maximale weerstandsopbouw, waaronder tegen APP, PRRS, Circo en Mycoplasma. Ook de verplaatsingen naar de zeugenstapel kan onrust geven en energie vragen. Daarom blijft aandacht voor voldoende gewichtsontwikkeling belangrijk.Gelten minder belastenOm de omgeving van de gelten te verbeteren, en zodoende minder belasting te laten ervaren, heeft Huls inmiddels de hokafscheiding bij het leerstation en de drachtstal dichtgemaakt. Hij verwacht daardoor een beter klimaat. Ook verstrekt hij sinds eind vorig jaar twee voeders in de dracht. “Met de voerstations is dat technisch gemakkelijk te doen”, aldus de varkenshouder. Verminderen van het aantal entingen ziet hij voorlopig niet zitten, zeker gezien de varkensrijke omgeving in dit deel van de Achterhoek.Om het klimaat te verbeteren is de open hokafscheiding bij de aanleerstations en de gewone voerstations vervangen door dichte schotten.Om inzicht te krijgen in de gewichtsontwikkeling gaat Huls een aantal gelten wegen als ze de kraamstal ingaan en bij spenen. De opfokperiode duurt in feite tot de eerste keer spenen, benadrukt Nieuwenhuis. Ideaal is een gewicht van 215 tot 225 kilo als ze de kraamstal ingaan en 170 kilo rond spenen. “We vermoeden dat de gelten wel een paar kilo minder wegen.” Het idee is om over een half jaar nog een keer te wegen, zodat het effect van de aanpassingen blijkt. Een optie is dan om het voerniveau wat te verhogen, maar dat zal in overleg met de voerfabrikant en fokkerijorganisatie gebeuren.Huls weegt een deel van de gelten twee keer tijdens de opfokperiode. Hij gaat dat nu ook gelten wegen voor werpen en na spenen.Periode van flushen verlengdOok op andere fronten heeft de zeugenhouder voor de opfokgelten puntjes op de i gezet. Zo is de periode van flushen met enkele dagen verlengd tot ruim een week. De gelten krijgen in de voerbak een halve liter snoepsiroop met een gieter. “Vroeger stopten we met regumate als gelten naar de dekstal gingen. Nu gaan we in de dekstal een week door. We hebben nu meer tijd om te flushen. We zien daardoor een constantere en betere berigheid.” Hij hoopt dat deze en andere maatregelen bijdragen aan het versterken van de jonge zeugenstapel.Meer energie rond inseminatie, betere vruchtbaarheid
Flushen voor het insemineren is belangrijk om het aantal terugkomers te beperken en het aantal levend geboren biggen te verbeteren. In de praktijk worden verschillende methoden gebruikt, zoals verhogen van het voerniveau en/of verstrekken van energierijke voeders. Er zijn speciale flushvoeders op de markt, zowel droog als nat. De snoepsiroop die Ruud Huls gebruikt, valt onder die laatste categorie. Er zijn ook zeugenhouders die biggenvoeders verstrekken of een paar honderd gram suiker of dextrose over het voer van de guste zeugen strooien.

Het idee achter al deze oplossingen is dezelfde: de producten leiden tot een hoger niveau aan bloedglucose. Dat stimuleert de afgifte van insuline. Dat is namelijk nodig om die suikers af te breken. Hoe meer insuline in het bloed van de zeug, des te meer vruchtbaarheidshormoon LH vrijkomt. Dat hormoon stimuleert op zijn beurt weer de ontwikkeling en de kwaliteit van de follikels.

Flushen mag doorgaan tot het moment van inseminatie. Het is altijd zinvol, maar het grootste effect wordt gezien bij gelten en jonge zeugen.Om te flushen krijgen gelten vanaf een week voor insemineren een speciaal snoepsiroop met de gieter.

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Sectornieuwsbrief Varkens


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.