Onderzoek: ecologisch telen met economisch uitzicht

Laatst bijgewerkt:
Foto: Ruud Ploeg

Foto: Ruud Ploeg


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Akkerbouwers betalen sinds december 2018 verplicht mee aan het onderzoek in hun sector. De Brancheorganisatie Akkerbouw coördineert het onderzoek. Hoe wordt het geld van de akkerbouwers besteed?Kun je onkruid met onkruid bestrijden? Onderzoekers zijn hoopvol over deze biologische bestrijdingsmethode, die extracellulair zelf-DNA wordt genoemd. Daarbij worden organismen bestreden met hun eigen DNA. Bij schimmels en bacteriën zijn hoopvolle resultaten bereikt, net als bij het onkruid knolcyperus. Een logische vraag is of je ander onkruid ook zo kunt aanpakken. Bijvoorbeeld door er compost van te maken en dat dan toe te dienen op percelen waar dat onkruid veel voorkomt. Waarbij je dus onkruid met onkruid bestrijdt.Het is één van de vele vragen waar in het akkerbouwonderzoek aandacht aan wordt besteed. In december 2019 kregen de akkerbouwers de rekening in huis van de Brancheorganisatie Akkerbouw (BO-Akkerbouw) voor de verplichte bijdrage aan het onderzoek. BO-Akkerbouw coördineert het onderzoek, zoals beschreven in het Programma Onderzoek en Innovatie. Waar wordt het geld van de akkerbouwers aan besteed?Urgente projectenIn 2018 gaf de overheid toestemming om de inning van de bijdrage te vergemakkelijken via de Gecombineerde opgave. Toen zijn direct twee urgente onderzoeken gestart, zegt directeur André Hoogendijk van BO-Akkerbouw. “Eén van die projecten betreft drift reducerende technieken. Daar is in 2019 een demodag over gehouden. Die wordt dit jaar herhaald. Een ander spoedproject was loofdoding, want de werkzame stof diquat (Reglone) is vanaf 2020 niet meer beschikbaar.”Dit jaar is gestart met een onderzoek naar alternatieven voor chloorprofam, omdat dat niet meer gebruikt kan worden als kiemremmingsmiddel. Welke werkzame alternatieven hebben de aardappeltelers? Een ander project dat dit jaar start gaat over Duurzame Beheersing van Onkruiden, dat wordt uitgevoerd samen met de glastuinbouw, de fruitteelt, de melkveehouderij en de bloembollensector.De landelijke demodag driftreducerende spuittechnieken werd vorig jaar september gehouden op het WPR-proefbedrijf in Lelystad. De dag trok veel bezoekers. Het onderzoek naar driftreductie is in 2018 gestart. - Foto: Ruud PloegSteeds minder herbicidenEr blijven volgens Hoogendijk steeds minder herbiciden over. “Hoe kunnen telers de onkruiddruk beheersbaar houden? We laten onderzoek doen naar het toepassen van extracellulair zelf-DNA”, vertelt Hoogendijk. “Deze techniek is ontwikkeld door Koppert Biological Systems. In fundamenteel onderzoek blijkt dat DNA dat vrijkomt bij de afbraak van planten groeiremming veroorzaakt bij dezelfde planten. We willen weten of je in de praktijk op deze manier onkruid kunt bestrijden zonder dat de gewassen er last van hebben.”Daarnaast steekt BO Akkerbouw geld in onderzoek naar laagrisico herbiciden. “Er zijn wel laagrisico fungiciden, maar nog niet veel bij de herbiciden”, legt Hoogendijk uit. “Ook besteden we aandacht aan welke grondbewerkingen het beste werken tegen onkruid. En we laten technieken ontwikkelen om de onkruidruk en de vitaliteit van onkruid te meten.”Het onkruidonderzoek loopt vier jaar en kost € 1,6 miljoen. Daarvan betaalt BO Akkerbouw € 240.000 en de bloembollensector € 150.000. Het is een zogenoemd PPS-onderzoek (publiek-private samenwerking) dat valt onder het topsectorenbeleid. Dat houdt in dat de overheid de helft betaalt en het bedrijfsleven de andere helft.Er blijven steeds minder herbiciden over. Hoe kunnen telers de onkruiddruk beheersbaar houden?BodembeheerEen ander groot onderzoek is het project Beter Bodembeheer. Dat draait al acht jaar en loopt dit jaar af. Dit project is betaald uit de financiële reserves van het Productschap Akkerbouw dat in 2014 werd opgeheven. Ook dit is een PPS-onderzoek. Wageningen UR heeft een speciale website ingericht voor dit project waar akkerbouwers de resultaten tot nu toe kunnen bekijken. Hoogendijk: “Dit is een waardevol project dat veel kennis heeft opgeleverd. We zijn nog in gesprek hoe we dit project kunnen voortzetten.”Een ander PPS-project richt zich op het akkerbouwbedrijf op zandgrond. Hoogendijk: “Veel onderzoekslocaties staan op kleigrond. In dit project bekijken we hoe robuuste teeltsystemen zijn te ontwikkelen specifiek voor zandgrond. Die grondsoort is minder vruchtbaar dan klei en heeft sneller last van droogte. Ook is de gewaskeuze vaak wat beperkter dan op zwaardere grond. Dit wordt één van onze grootste onderzoeksprojecten waar twintig partners aan meedoen. Dit project loopt vier jaar vanaf 2020 en kost € 2,8 miljoen, waarvan de overheid de helft betaalt. De BO draagt € 660.000 bij.”Panel beoordeelt ideeën voor onderzoekIn januari 2014 werd het Productschap Akkerbouw opgeheven. Daarna werd de Brancheorganisatie Akkerbouw opgericht. Die stelde het Programma Onderzoek en Innovatie op, waar de BO in 2016 een verbindend verklaring voor kreeg van de overheid. Dat betekent dat alle akkerbouwers er aan moeten meebetalen.Areaalgegevens doorgeven via machtiging
Het duurde echter twee jaar voor de BO en de overheid een akkoord bereikten over de verstrekking van de gegevens om de bijdragen te berekenen. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) meldt aan de BO welke telers bijdrageplichtig zijn. Telers kunnen via een machtiging hun areaalgegevens doorgeven aan de BO. Die kan zo de bijdrage berekenen die de akkerbouwer moet betalen. Daarom kregen de akkerbouwers pas in december 2018 de eerste keer een rekening voor het onderzoek.De bijdrage bedraagt € 13,20 per hectare consumptie- of pootaardappelen. Voor zetmeelaardappelen en suikerbieten is dat € 8,80 en voor graan € 4,40. In 2016 en 2017 is het onderzoek betaald uit de financiële reserves van het Productschap Akkerbouw. De verbindend verklaring loopt tot en met 2020. De BO is bezig met een nieuwe aanvraag vanaf 2021, die dan weer 5 jaar geldig is.Panel met 100 akkerbouwers
Het Programma Onderzoek en Innovatie is samengesteld uit ideeën die iedere belanghebbende in de akkerbouw kon indienen. De ideeën zijn voorgelegd aan een panel met 100 akkerbouwers. Die selecteerde 30 ideeën die onderzoeksinstellingen hebben uitgewerkt tot projectvoorstellen.Dankzij de bijdragen is in 2018, 2019 en 2020 per jaar € 2,3 miljoen beschikbaar voor onderzoek. Daarnaast wordt jaarlijks zo’n € 200.000 besteed aan administratie, coördinatie van het onderzoek en het werk van de coördinator Effectief Middelenpakket.Naast de bijdrages van de akkerbouwers maakt de BO ook gebruik van subsidies. In 2019 is totaal € 10 miljoen uitgegeven aan akkerbouwonderzoek via de topsectoren, waarvan € 5,0 miljoen subsidie, € 2,5 miljoen uit de verplichte bijdrage door akkerbouwers en € 2,5 miljoen van partners die meebetalen. De bijdragen van de akkerbouwers zijn daarmee met een factor 4 vermenigvuldigd.KlimaatveranderingBij het bepalen van de onderzoeksprojecten ging BO Akkerbouw uit van ideeën die zijn aangedragen door akkerbouwers (zie kader boven). De klimaatverandering scoort hoog bij akkerbouwers als onderzoeksonderwerp. Telers ondervinden direct de gevolgen, zoals hogere temperaturen, droogte of juist hevige neerslag. Het doel van dit project is om de akkerbouwer handvatten te geven hoe hij de risico’s van de klimaatverandering kan verkleinen en opbrengstderving kan voorkomen, zegt Hoogendijk.Het is een ingewikkeld probleem, meent Hoogendijk. “Beregening helpt tegen droogte, maar in combinatie met bodemdaling en zeespiegelstijging kan het risico op verzilting toenemen. Rooigewassen zijn van groot belang voor de financiële positie van akkerbouwers, maar die zijn gevoeliger voor een slechte vochtvoorziening. Hierbij werken we samen met projecten die al lopen, zoals Project Spaarwater en Project Zoet op Zout. Op het proefbedrijf SPNA wordt een verziltingsperceel aangelegd met pootaardappelen om te testen welke maatregelen de teler kan nemen tegen verzilting.”OndergrondverdichtingIn dit project wordt ook onderzoek gedaan naar de bodemkwaliteit en specifiek naar de ondergrondverdichting. Hoogendijk: “Welke gewassen of groenbemesters kunnen helpen ondergrondverdichting op te heffen? In hoeverre helpt diepploegen of het boren van gaten en die opvullen met organische stof? Dit PPS-project kost € 1,2 miljoen, waarvan de overheid de helft betaalt en de BO € 500.000.”Op dit perceel van het WPR-proefbedrijf in Valthermond wordt intensief grondmonsters genomen voor onderzoek naar aaltjes. Veel onderzoek in de akkerbouw is gericht op een gezonde bodem waar planten goed in groeien. - Foto: Jan Willem van VlietNaast al deze nieuwe onderzoeken gaat BO Akkerbouw verder met de plannen van aanpak die lopen voor erwinia, de Meloïdogyne aaltjes, aardappelmoeheid en het stengelaaltje. Deze projecten werden betaald uit de financiële reserves van het Productschap Akkerbouw, maar dat geld is nu op. Hoogendijk is tevreden over deze projecten. ”Er doen veel partners aan mee uit de akkerbouw. Zo kunnen partijen van elkaar leren en elkaar versterken. Deze plannen lopen tot en met 2021. De BO bekijkt hoe we daar een vervolg aan kunnen geven.”CommunicerenBij alle projecten is het van groot belang om de resultaten te delen met de akkerbouwers. “Voor een aantal projecten zijn aparte websites ingericht, zoals voor Beter Bodembeheer. Ook op onze eigen website van BO Akkerbouw staat heel wat informatie”, aldus Hoogendijk. “Alleen onderzoeksrapporten publiceren is echter niet genoeg. We zoeken nog naar een manier om alle informatie geordend en goed toegankelijk aan te bieden aan de akkerbouwers vanaf 1 plek. We willen dat thematisch ordenen, zodat akkerbouwers snel kunnen vinden wat voor hun van belang is. Ook gaan we nog meer communiceren via vakbladen. We weten dat telers dat erg waarderen. En we willen meer bijeenkomsten organiseren om onderzoeksresultaten te presenteren.”Alleen onderzoeksrapporten publiceren is niet genoegHoogendijk constateert een grote betalingsbereidheid onder de akkerbouwers. “Van de bijdrage over 2018 hebben we meer dan 99% binnen. De bijdrage voor 2019 is al voor meer dan 95% binnen. Dit alles zonder ook maar één dagvaarding, al zullen die ongetwijfeld volgen om nog verder richting de 100% te komen. Niet-betalers betreft vaak bedrijven die failliet zijn gegaan, de eigenaar is overleden of er is sprake van sociale problematiek. De animo is groot onder akkerbouwers om onderzoek te laten doen. De sector kan hier trots op zijn.”

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Lees meer over


Snel delen


Sectornieuwsbrief Akkerbouw


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.