Minder hanen geeft 9% meer voerwinst
Een lager percentage hanen bij vleeskuikenouderdieren verbetert het paargedrag en de bevedering van de hennen. De uitval is lager en er is minder voer nodig bij vergelijkbare reproductieresultaten. Dat betekent meer rendement, mede doordat krap 2% meer hennen geplaatst kunnen worden in dezelfde stal.

Het gemiddeld voerverbruik in gram per hen per dag inclusief hanenvoer is 1,5 gram lager bij een lager hanen-percentage. Foto: Bert Jansen
Vermeerderingsbedrijven starten veelal met 8 tot 9% goed ontwikkelde en actieve hanen op de leeftijd van twintig weken. Dat geeft zo’n 7 tot 8% eersteklas hanen rond de leeftijd van dertig weken. Bij diverse koppels worden 10 tot 15% van de hanen op een leeftijd van 40 tot 45 weken vervangen door jongere, volwassen hanen die dan rond de 25 weken oud zijn.
Uit onderzoek blijkt dat een hoge verhouding hanen-hennen (9% of meer) aan het begin van de legperiode leidt tot een tot wel tien keer hogere paringsfrequentie dan nodig is. Deze overmatige activiteit kan op latere leeftijd leiden tot vermijdingsgedrag van de hennen.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









