‘Melkproductie en -kwaliteit zeugen bieden kansen’

Foto: Hans Banus

Foto: Hans Banus


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Eerst biest dan melk. Veel, vlug en vaak. We kennen dat allemaal. Ook weten we wel aan welke knoppen te draaien om de melkgift snel op gang te krijgen en de uiers op het oog mooi vol te houden. Mooie, gezond glanzende roze biggetjes aan het uier en het wordt al snel als optimaal gezien.Maar weet je wel hoeveel melk die zeug dan geeft? Van koeien weten we het vaak zo op te noemen. Een beetje (jonge) koe doet op de top minstens 35 liter per dag met pak ’m beet 4,20% vet en 3,50% eiwit. En die zeug? Op de top gemiddeld een liter per big per dag, geven deskundigen aan. Daar kun je heel wat kanttekeningen bij plaatsen. Ten eerste de nauwkeurigheid van die liter per big per dag, dus gemiddeld 14 liter per zeug per dag. Die waarde is vooral bepaald op basis van de gewichtstoename van de biggen en een beetje nattevingerwerk. Daarbij is het ook nog eens een gemiddelde. Hoe groot is de spreiding dan? Het maakt een heel verschil of dat van 13 tot 15 liter melk per dag loopt of van 10 tot 18 liter per dag. Genetisch sturen op vet- en eiwitgehaltenBij het eerste zijn er met selectie en fokkerij weinig stappen mogelijk, bij het tweede kun je snel vooruit. Derde item: de kwaliteit van de melk. De spreiding van vet- en eiwitgehalte binnen koeien is immens, waarom zou dat bij varkens anders zijn? En het mooie: ook daar is genetisch prima op te sturen, alleen doen we dat niet. We doen dat hoogstens impliciet door te selecteren op grootbrengend vermogen.Enige ijkpunt is nu eigenlijk: brengt de zeug de biggen groot en is het speengewicht van die biggen acceptabel. Als die zeug het wat minder doet, bijvoorbeeld ‘dunnere melk’ geeft, dan moet die big maar wat meer kunstmelk, melkkorrel of speenkorrel vreten. Dat heeft trouwens ook wel zijn voordelen na het spenen, maar dat is een ander item.Alles meten en registreren in het kraamhokNagenoeg alles registreren en meten we al in het kraamhok. Levend geboren, dood geboren, uitval in de eerste dagen, uitval tot spenen. Ook weten we het gewichtsverlies van de zeug tussen moment dat ze het kraamhok ingaat tot ze eruitgaat, het voerverbruik van de zeug, geboortegewicht van de biggen, speengewicht, hoeveelheid in de afdeling gebrachte biggenkorrel – en dat is heel wat anders dan de opgenomen hoeveelheid. We meten de temperatuur in de stal, ventilatie en straks meten we ook nog eens continu het CO2- en NH3-gehalte. Het wachten is op bepaling van vet- en eiwitgehalte van de melk op fokbedrijven. Want dat is misschien wel een stevige sleutel om de race naar een nog hogere, gezonde productie succesvol uit te rijden.Lees ook: Melk, de witte motor voor biggen

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Lees meer over


Snel delen


Sectornieuwsbrief Varkens


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.