Mastitis vraagt gerichte aanpak

Er is maar één middel in het overzicht dat via injectie wordt toegediend.

Er is maar één middel in het overzicht dat via injectie wordt toegediend.


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Bij klinische mastitis is inzet van antibiotica gevraagd. Bij subklinische mastitis ligt dat genuanceerder. Natuurlijke producten kunnen daar ondersteunend zijn.Na het besluit om het gebruik van antibiotica terug te dringen, is de interesse in middelen die bijdragen om (sub)klinische mastitis aan te pakken of te voorkomen flink toegenomen. Het zijn veelal middelen op plantaardige basis. Naar schatting gebruikt de helft van de veehouders deze producten op regelmatige basis. Op incidentele basis ligt het gebruik nog veel hoger. Denk maar eens aan uiermint. Dat heeft vrijwel elke veehouder ooit gebruikt of nog altijd paraat liggen in de kast.Christian Scherpenzeel, rundveedierenarts en uiergezondheidsspecialist In het UGA-team van de Gezondheidsdienst voor Dieren, spreekt van een nieuwe ‘mindset’. “Veehouders zijn zich ervan bewust dat ze met veel minder antibiotica toe kunnen, met behoud van de uiergezondheid. De focus is verschoven van behandelen bij uierontsteking naar preventieve maatregelen en het gebruik van pijnstillers, om mastitis terug te dringen.” 

Voor Maria Groot, deskundige op gebied van natuurlijke gezondheidszorg van RIKILT Wageningen University & Research, staat ook vast dat eerst naar management moet worden gekeken, bij problemen op het gebied van uiergezondheid. Volgens haar zijn er nog tal van maatregelen te checken en mogelijk te verbeteren die een bijdrage kunnen leveren. Denk aan het tijdelijk vastzetten van koeien na het melken, boxhygiëne, of regelmatig onderhoud en afstellen van de melkinstallatie.‘Alternatieve middelen inzetten als vervanger voor antibiotica, moet je zeker niet doen’De basis moet goed zijn. Pas als daar punten op de i zijn gezet, kunnen natuurlijke middelen bijdragen om de weerstand en algemene gezondheid van de koe te ondersteunen of verbeteren. Groot: “Een veelgemaakte fout is dat veehouders alternatieve middelen, zoals ze in de volksmond heten, inzetten als vervanger voor antibiotica. En dat moet je zeker niet doen. Het woord alternatief slaat meer op de wijze van aanpak van met name subklinische mastitis.”Voor Scherpenzeel en Groot staat vast dat veehouders bij de behandeling van klinische mastitis eigenlijk altijd aan antibiotica moeten denken, en dat zij daarbij dat middel gebruiken dat afgesproken is in het behandelplan. Groot: “Mogelijk kan de inzet van homeopathische of fytotherapeutische producten er wel toe leiden dat er een lagere dosering antibiotica nodig is.”Goed manangement verlaagt de besmettingsdruk. Goed ingerichte boxen, schone looppaden en voldoende hygiëne en ruimte zijn basisvoorwaarden voor een goede diergezondheid.Schakel met dierenarts“Vroeger werd een koe met (sub)klinische mastitis meerdere keren per dag uitgetrokken en de uier gekoeld met water. Maar daar is op de meeste bedrijven geen tijd meer voor. En dus grijpen we naar ondersteunende middelen”, geeft Groot aan.Een van de manieren om tot de keuze voor een goed passend middel te komen, is overleg met de dierenarts en vastlegging in het behandelplan. Het is zelfs een voorwaarde volgens de deskundigen.De dierenarts moet de regie hebben als het gaat om behandelingen. Daarbij lopen sommige veehouders wel tegen de soms starre houding van dierenartsen ten aanzien van natuurproducten aan. “Dat is ook wel logisch en ik zou het niet star willen noemen”, verklaart Scherpenzeel. “Dierenartsen zijn opgeleid om dat toe te passen wat wetenschappelijk onderbouwd is. Daar ontbreekt het juist bij veel natuurlijke middelen aan en daar past een kritische houding bij.”Een aantal natuurlijke middelen worden via de bek ingegeven. Ze ondersteunen vaak de weerstand van de koe.Scepsis over werking en toepassing van natuurlijke productenHet imago van natuurlijke producten is daarom wisselend. De een zweert erbij, de ander vindt het niks. De producten worden veelal niet als geneesmiddel op de markt gebracht. Bij geneesmiddelen is wetenschappelijk onderzoek naar de werking van het product verplicht en dat is voor de vaak kleine bedrijven onbetaalbaar. De producten worden daarom op de markt gebracht als aanvullend diervoeder, homeopatische middelen, of verzorgende middelen. En omdat wetenschappelijke onderbouwing dan ontbreekt, ontstaat er (gezonde) scepsis over de werking en de toepassing van de producten.‘Is het de uiermint die ervoor zorgt dat de doorbloeding wordt gestimuleerd, of is het de behandeling zelf?’Het ontbreken van de wetenschappelijke onderbouwing is ook precies waar Scherpenzeel moeite mee heeft. “Als een veehouder bijvoorbeeld uiermint gebruikt, is de zalf dan het product dat ervoor zorgt dat de doorbloeding wordt gestimuleerd, of is het de behandeling zelf?” Hij legt daarnaast ook nadruk op mogelijk onbekende werking. Zo moet een middel de melkkwaliteit niet beïnvloeden, of de gezondheid van dieren als gevolg van een mogelijke contra-indicatie met andere ingezette middelen.Maria Groot geeft aan dat veel producten echt wel kunnen bijdragen aan de vermindering van mastitis of verlaging van het celgetal. Maar je moet in gesprek met anderen. Wat zijn de ervaringen? Hoe past hij het toe? En hoe past het binnen jouw eigen bedrijfsvoering?Het toedienen van een pijnstiller/ontstekingsremmer zorgt ervoor dat de koe beter blijft functioneren.Veel eerder ingrijpenVoor Scherpenzeel is het belangrijker dat de veehouders tegenwoordig veel eerder ingrijpen. En soms moet je ook vertrouwen op de weerstand van een koe. “Als je stal goed is, je voeding goed en de dieren zijn robuust en goed gezond, dan kan de koe prima een infectie zelf de baas. Eventueel met hulp van een pijnstiller/ontstekingsremmer. Als een koe een verhoogd celgetal heeft, betekent dat dat haar natuurlijke soldaten al aan het werk zijn om een infectie het hoofd te bieden. Het is niet altijd nodig om dat natuurlijke afweermechanisme te ondersteunen.”Herfst is lastige tijdDe herfst is voor uiergezondheid altijd een lastige tijd. Koeien hebben in de zomer vaak met hittestress te maken gehad, wat de weerstand vermindert. Dit heeft vaak een nasleep van twee à drie maanden. Dat betekent dat een warme periode in augustus nog een nasleep kan hebben tot in oktober. In de herfst zijn ook de weersomstandigheden niet gunstig. Met relatief hoge temperaturen en vooral een hoge relatieve luchtvochtigheid, kunnen met name de omgevingskiemen zich prima ontwikkelen en handhaven. In het najaar is een groot deel van de mastitisgevallen dan ook op deze groep ziekteverwekkers terug te voeren, zoals E. coli.In het ‘stalboekje melkvee 2017’, dat RIKILT Wageningen University & Research heeft uitgebracht in opdracht van het ministerie van EZ, staat een overzicht van ondersteunende producten verdeeld in vier categorieën. Het stalboekje is gratis te downloaden.Mastitis kost veehouder € 240 per koeWageningen UR becijfert dat mastitis € 240 per lacterende koe per jaar kost. Daarvan zijn de helft faalkosten en de andere helft bestaat uit preventiekosten. Dit geldt bij de uitgangspunten van een melkprijs van 41 cent per kilo melk en arbeidskosten van € 20 per uur.Vaak worden alleen de faalkosten genoemd. Het gaat dan om productieverlies over de rest van de lactatie, maar ook het fysiek weggooien van melk. Ook vervroegd opruimen is een belangrijke kostenpost. Het melkverlies per gemiddeld aanwezige koe is in het onderzoek vastgesteld op € 32. Weggegooide melk en vervroegd opruimen zijn elk goed voor € 20 kosten. Daarnaast zijn er nog kleinere posten, zoals kosten voor antibiotica en extra werk. In totaal kost klinische mastitis € 83 per melkgevende koe. Voor subklinische mastitis komt daar, alleen uit melkverlies, nog € 37 bij. Dat brengt het totaal op € 120.PreventiekostenDe preventiekosten bestaan vooral uit arbeid, alleen al goed voor € 82. De bedrijfsbenodigdheden, zoals dip- en spraymiddelen, reinigingsmiddel, melkershandschoenen of voorbehandelmateriaal, beslaan qua kosten € 34 per melkgevende koe. Daar komt nog € 4 bij voor investeringen.Bij een lagere melkprijs (31 cent per kilo) dalen de faalkosten naar € 96 en blijven de preventiekosten gelijk (€ 120). Een hogere melkprijs (51 cent per kilo) leidt juist tot € 144 faalkosten en gelijke preventiekosten. Omdat de preventiekosten vooral arbeidskosten zijn, stijgen deze bij een tarief van € 30 per uur naar € 154 (+ € 34). Bij lage arbeidskosten, van € 10 per uur, dalen de preventiekosten naar € 87 (- € 33).

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Sectornieuwsbrief Rundveehouderij


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.