LTO wil equivalente mestmaatregelen behouden

Foto: Hans Banus
De overheid werkt aan het zesde actieprogramma nitraatrichtlijn. LTO-Akkerbouw ziet plussen en minnen in het nieuwe mestbeleid.De equivalente mestmaatregelen in het huidige vijfde actieprogramma nitraatrichtlijn (2014-2017) sluiten niet aan bij de praktijk. Daarom hebben maar 137 akkerbouwers er dit jaar gebruik van gemaakt. In de plannen van de overheid voor het nieuwe zesde actieprogramma (2018-2021) sneuvelen enkele van de equivalente maatregelen. Voorzitter Jaap van Wenum van LTO-Akkerbouw is daar tegen.Extra bemestenDe equivalente maatregelen houden in dat boeren onder voorwaarden extra mogen bemesten met stikstof en fosfaat bij bovengemiddelde gewasopbrengsten. Dat moeten ze aantonen bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl). Veel akkerbouwers kunnen niet voldoen aan de eis van een hoge hectareopbrengst, vanwege extreem weer in 2016. Een ander probleem is dat akkerbouwers minder drijfmest kunnen aanvoeren als ze de equivalente maatregelen voor stikstof toepassen. En voor akkerbouwers op kleigrond is de frites-biet-graanregeling aantrekkelijker.‘Wij vinden dat de overheid rekening moet houden met slechte oogstjaren’Frites-biet-graanregeling blijft bestaanLTO-Akkerbouw heeft jarenlang gelobbyd om de equivalente maatregelen in het actieprogramma te krijgen. Van Wenum wil de regeling behouden, zei hij op een LTO-bijeenkomst in Wieringerwerf. “De frites-biet-graanregeling blijft gelukkig bestaan. Wij vinden dat de overheid echter rekening moet houden met slechte oogstjaren door rampzalig weer. Zo’n jaar moet je als teler kunnen wegstrepen.” De verschuiving van de uitrijdperiode van drijfmest op bouwland is wel naar de zin van Van Wenum. “De eerste 2 weken van februari gaan er af en de eerste 2 weken in september komen er bij.”GebruiksnormenVan Wenum is blij dat de gebruiksnormen voor gewassen niet verder worden aangescherpt in het nieuwe actieprogramma. Ook de werkingscoëfficiënten voor stikstof in dierlijke mest blijven gelijk. Maar de overheid is niet plan om de aanscherping van de stikstofnormen op het zuidelijk zand en löss in het huidige programma terug te draaien. Van Wenum: “Dat is een gemiste kans van de overheid om draagvlak terug te winnen en de fraudeprikkel weg te nemen. De overheid wil ook de N-gebruiksnorm voor groenbemesters op zand en löss vanaf 2019 halveren. Dat kan niet, want de bemestingsruimte is al zo krap. Bovendien leidt dit tot minder groenbemesters.”‘Er zal extra kunstmest worden ingezet’FosfaatklassenVerder wordt de indeling van de fosfaatklassen vanaf 2020 verfijnd. Van Wenum is daar voorstander van. “Op gronden met een lage of neutrale fosfaattoestand leidt dit tot extra ruimte. De daling van de fosfaatnorm op gronden met een hoge fosfaattoestand is niet akkoord voor ons. Het leidt tot een toename van het mestoverschot met enkele miljoenen kilo’s. Ook zal extra kunstmest worden ingezet. Dat staat haaks op de circulaire economie die de overheid en LTO willen stimuleren.”Vanggewas voor 1 novemberDe overheid wil dat op zuidoostelijk zandgrond, na de aardappeloogst, een vanggewas wordt ingezaaid vóór 1 november. Van Wenum vindt dat onzin. “Een vanggewas dat na half oktober is gezaaid, heeft weinig kans van slagen.”Om afspoeling vanaf percelen tegen te gaan, wil de overheid dat telers drempels aanleggen in ruggenteelten op klei en löss. Dat vindt Van Wenum prima. “Maar telers moeten wel de mogelijkheid hebben een alternatieve invulling daar aan te geven, bijvoorbeeld met een sleuf of een rug op de kopakkers rondom het perceel, zoals in het concept actieplan is aangegeven. Dat is veel praktischer, zeker als je met een selectiekar door de pootaardappelen rijdt.”Veehouderij en akkerbouw hebben baat bij een omslag in de veehouderij van drijfmest naar vaste mest. Voorzitter Jaap van Wenum van LTO-Akkerbouw verwacht dat de vraag naar bodemverbeteraars gaat stijgen vanaf 2020. Dan geldt de nieuwe indeling in fosfaatklassen in het zesde Actieprogramma Nitraatrichtlijn (2018-2021). Dan mag op bouwland extra fosfaat worden aangevoerd in de vorm van een bodemverbeteraar, zoals compost, champost of vaste mest. “Ook draagt vaste mest meer bij aan de bodemvruchtbaarheid dan drijfmest”, zei Van Wenum op een bijeenkomst in Wieringerwerf. “Een omslag in de veehouderij naar vaste mest, betekent dat de akkerbouwer zijn bodemvruchtbaarheid beter op peil kan houden. Dat vergroot de waarde van de mest, hetgeen een voordeel is voor de veehouder.”In het kader van de nitraatrichtlijn moet iedere lidstaat actieprogramma’s indienen om te laten zien hoe de lidstaat gaat voldoen aan de nitraatnorm. Nederland werkt momenteel aan het zesde Actieprogramma, waarin de mestwetgeving voor de periode 2018-2021 in staat. Dit plan moet uiterlijk 31 december bij de Europese Commissie liggen.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









