Later spenen beter voor welzijn big

Foto: Bert Jansen
Meer biggen per zeug geeft meer inkomen, dat was jarenlang de norm. De eenvoudigste manier om dit te realiseren is om de biggen eerder te spenen. Met speciale biggenopfokplaatsen mogen biggen op 21 dagen gespeend worden van de zeug. Vroeg spenen werd, voordat dierenwelzijn en reductie van antibioticumgebruik belangrijker werden, ook veel toegepast. Dit gaat veranderen.De trend van steeds vroeger spenen verandert nu naar een trend van later spenen. Niet een paar dagen, maar naar spenen op 5 weken, dus rond de 35 dagen. Momenteel ligt de gemiddelde speenleeftijd in Nederland op ongeveer 26 dagen en dat zal dan met 9 dagen opschuiven.Later spenen impact op mentaal vlakLater spenen heeft impact op het mentale vlak doordat de technische resultaten dalen. Als de worpindex met 0,20 daalt en het aantal gespeende biggen per zeug met 2 biggen omlaag gaat, geeft dit een negatief gevoel bij de varkenshouder. Dat tast de ‘trots’ aan van de boer. Als het op het bedrijf door een andere oorzaak ook nog even niet lekker loopt, moet je als zeugenhouder je wel kunnen en willen verdedigen naar andere varkenshouders en naar de bank.Gebruik antibioticaDe maatschappelijke discussie rondom uitval van varkens, maar ook het gebruik van antibiotica noopt echter tot verandering. Een onderdeel dat positieve invloed hierop heeft is de speenleeftijd. Onderzoek heeft aangetoond dat later spenen minder stress oplevert en leidt tot weerbaardere biggen. In Scandinavische landen ligt de gemiddelde speenleeftijd op 35 dagen en ze hebben het laagste antibioticumgebruik van Europa. Daarnaast blijkt uit onderzoek van Wageningen Livestock Research dat biggen die later gespeend worden, op 7 of 9 weken, minder ongewenste gedragingen vertonen zoals kauwen op staarten, zuigen op oren, uit willen breken, duwen in de flank of buik, flankbijten en aanhoudend met de neus stoten.Beter Leven-keurmerkDe Dierenbescherming is hierdoor ook voornemens om na overleg met deelnemers en retail de speenleeftijd te verhogen bij de Beter Leven-criteria 1 ster. De huidige voorwaarden van de speenleeftijd liggen momenteel op gemiddeld 25 dagen met een minimum van 23 dagen.Niet alleen concepten zullen biggen vragen die op 5 weken gespeend zijn, ook op de binnenlandse afzetmarkt zal deze vraag stijgen omdat dit simpelweg betere resultaten in de mesterij oplevert. Minder gezondheidsproblemen en een hogere groei, waarbij de grens van 1.000 gram groei of zelfs meer per dier in beeld komt. Lees verder onder de tabel.Speenleeftijd 4 weken versus 5 weken
4 weken spenen5 weken spenenVerschilAantal zeugenplaatsen1.000880-120Aantal kraamhokken2402400Totaal geboren16,316,70,4Worpindex2,362,26-0,10Afbigpercentage87%89%2%Speenleeftijd26337Aflevergewicht25305Pakketprijs biggenvoer3936-3Jaarlijks rendement€ 347.823€ 328.067€ 19.756Bron: Topigs NorsvinSamenvatting rendement► Biggenopbrengsten nemen af (120 zeugen minder om biggen van te verkopen, maar de biggen die verkocht worden leveren wel € 4 meer op per stuk).
► Doordat er meer biggen per worp worden geboren, dient een gedeelte moederloos te worden groot gebracht bij dit voorbeeldbedrijf.
► Voerkosten biggen nagenoeg gelijk; weliswaar minder biggen om te voeren, maar wel voor een langere periode met een hogere voederconversie voor lagere kosten per kg voer dat gevoerd wordt.
► Voerkosten zeugen zakken door minder zeugen die aanwezig zijn. Echter is dit niet evenredig, doordat ze een langere lactatieperiode per zeug hebben.
► Overige kosten (mest, KI en overig) nemen af; 120 zeugen minder.
► Arbeidskosten nemen in theorie af; 120 zeugen minder om te verzorgen.
► Gezondheidskosten zakken door minder zeugen en daarmee minder biggen.
► Vervangingskosten zakken door minder zeugen.Extra opbrengst bigDat er gezondheidsvoordelen aan later spenen zijn toe te wijzen, is duidelijk. Maar hoe krijgt de zeugenhouder hier dan waardering voor? Biggen die op 4 weken gespeend worden, krijgen in de biggennotering BPP een plus van 3% op de biggenprijs. Van een hogere toeslag bij een speenleeftijd van 5 of 6 weken is naast een kilotoeslag geen standaardafspraak gemaakt in de BPP.Financieel adviseur Erik van der Hijden ziet geen voordelen in een verrekening in een aparte toeslag voor biggen die later gespeend worden. Wat nu in een toeslag als meerwaarde wordt onderhandeld, is volgend jaar bij een ander de basisprijs en dan loop je weer achter de feiten aan.Van der Hijden berekende de kostprijs van een big als een zeugenhouder 9 dagen later gaat spenen en kwam tot de volgende conclusie: een big die op 5 weken, (35 dagen) gespeend wordt in plaats van de gemiddelde leeftijd in Nederland van 26 dagen, heeft een hogere kostprijs van € 1,19 per big. Dat komt neer op ongeveer € 0,13 cent per big per dag. Lees verder onder de foto. Later spenen en meer ruimte na het spenen geeft meer welzijn en betere resultaten in de biggenopfok en mesterij. - Foto: Hans BanusZwaardere biggenVan der Hijden bekijkt de berekening vanuit het aantal biggenplaatsen en gaat in de berekening ervan uit dat er voldoende kraamhokken en biggenplaatsen aanwezig zijn en dat de biggen net zo lang in de biggenstal blijven als anders en hierdoor zwaarder afgeleverd kunnen worden. Doordat de biggen bij 5 weken spenen ook 9 dagen langer op het bedrijf blijven liggen, zijn ze zwaarder en leveren ze meer geld op door de kilotoeslag per big. De huidige toeslag voor een big op de Nederlandse markt is € 0,80 per kilo boven de 23 kilo. Zeugenhouders die 9 dagen later spenen zouden volgens de berekening van Van der Hijden minstens € 1 per kilo als compensatie voor de zwaardere biggen moeten krijgen.Op gesloten bedrijven is het later spenen eerder haalbaarMomenteel kiezen vooral bedrijven met een tekort aan biggenruimte voor het spenen op 5 weken, maar volgens Van der Hijden is in veel situaties later spenen toepasbaar, vooral als de zeugenhouder kwalitatief betere biggen wil leveren. De technische resultaten op het vleesvarkensbedrijf moeten wel in beeld zijn, anders blijft het een gevoel en loopt het spaak. Op gesloten bedrijven is het later spenen eerder haalbaar, vooral als er een tekort aan biggenruimte is en deze overschotbiggen anders op de vrije markt verkocht dienen te worden.Rendement zeugenbedrijf onder drukRick ter Haar van Topigs Norsvin heeft in het rekenmodel van Topigs Norsvin een vergelijking gemaakt voor een bedrijf met 1.000 zeugen en 240 kraamhokken dat van 26 dagen naar 33 dagen spenen gaat. Daarbij is ervan uitgegaan dat op het bedrijf niets aangepast wordt. De kraamhokken zijn dan de beperkende factor. Door op 5 weken te gaan spenen met de bestaande 240 kraamhokken kunnen er maar 40 zeugen per week afbiggen in plaats van de 48 zeugen per week bij een systeem van 4 weken spenen. Met een extra weekgroep, 22 in plaats van 21, kunnen er dan nog maar 880 zeugen gehouden worden bij 5 weken spenen, dat betekent bijna 13% minder zeugen.MaatwerkTer Haar ziet zeker de positieve kanten van later spenen in. De zeugen hebben meer tijd om te herstellen, het afbigpercentage stijgt en de zeugen krijgen meer biggen per zeug per worp. Uit ervaring blijkt dat bedrijven die van 21 naar 28 dagen speenleeftijd gaan, er al 0,5 big per worp bij krijgen. De opbrengst van een big gaat omhoog en de kosten, zoals de biggenvoerkosten en gezondheidskosten gaan omlaag. Toch valt de berekening niet positief uit, de conclusie geeft een negatief rendement aan van € 20.000 als er een week later wordt gespeend. Het blijft natuurlijk altijd maatwerk en zal per bedrijf bekeken moeten worden.Plussen en minnen bij later spenenPlus
+ verbetering welzijn big en vleesvarken
+ minder ongewenst gedrag bij big en vleesvarken
+ minder AB gebruik
+ zwaarder spenen geeft vitalere biggen
+ minder biggenopfokruimte nodig
+ meer ronden in vleesvarkenstal
+ meer arbeidsvreugde
Min
- worpindex omlaag
- minder zeugen houden, zonder investering in stalruimte
- technische resultaten omlaag geeft mentaal een dauw
- in verhouding meer kraamhokken nodig
- rendement onder druk op zeugenbedrijf Lees verder onder de foto. Vooral bij zeugen die veel biggen produceren is er veel gezondheidswinst te halen bij later spenen. - Foto: Henk RiswickNiet meer, maar anders investeren op zeugenbedrijfBart van der Vleuten, directeur bij van Vleuten Voeders, heeft al meerdere bedrijven begeleid om over te schakelen naar een systeem met 5 weken speenleeftijd en is daar enthousiast over. Vooral bij Deense zeugen, die over het algemeen veel biggen produceren en een langere draagtijd hebben, ziet van der Vleuten gezondheidsvoordelen.Van der Vleuten adviseert zeugenhouders dan ook als ze nu gaan bouwen of investeren om rekening te houden met stalruimte voor een speenleeftijd van 5 weken. Dat betekent niet meer investeren per zeugenplaats, maar anders met plaats voor 6 weekgroepen. En daarnaast zeker 15% overcapaciteit in de kraamstal voor pleegzeugen. Dat adviseert de voeradviseur zowel bij 4 of 5 weken spenen. Door de extra investering in kraamhokken van € 150 per zeugenplaats is er geen moederloos opfok nodig, hoeven biggen niet verplaatst te worden naar andere weekgroepen en bouwen de biggen meer weerstand op.Meer ruimte per dierVan der Vleuten baseert zijn advies vanuit rendement en geeft aan dat meer welzijn en meer ruimte per dier zich 100% terugbetaald in de gehele keten. Het rendement van later spenen uit zich in de vleesvarkenshouderij door minder problemen bij de dieren en betere resultaten. Maar om tot goede resultaten in de mesterij te komen is ook hier welzijn in de vorm van ruimte per dier heel belangrijk. “Wil je boven de 1.000 gram groei komen, dan is één vierkante meter per dier een minimale ruimte per varken”, aldus van der Vleuten.Van de zeugen die veel biggen produceren, blijft het totale toomgewicht gelijk en dat betekent gemiddeld lichtere biggen. Met langere zoogperioden hebben de biggen langer de tijd om tot het gewenste speengewicht van 7 kilo te komen. Hierdoor zijn er ook minder problemen in de mesterij. Van der Vleuten is van mening dat, zeker op een gesloten bedrijf, het rendement van later spenen eenvoudig haalbaar is. Lees verder onder de foto. Karel Vandamme (45), varkensdierenarts bij Lintjeshof in Nederweert. - Foto: LintjeshofOp 5 weken spenen voor minimale speenleeftijd van 4 wekenKarel Vandamme begeleidt nu een aantal bedrijven die op 5 weken spenen en is enthousiast over de resultaten.
Welke speenleeftijd zou u zeugenhouders adviseren op het gebied van gezondheid?
“Normaal zal een big bij de zeug met een normale tot goede melkproductie alleen maar melk drinken in de eerste 13 tot 15 dagen van haar leven en weinig tot geen voer opnemen. De voeropname bij een big verhoogt sterk juist in de periode tussen 3 en 4 weken leeftijd. Fysiologisch is er een duidelijke relatie tussen speenleeftijd en de hoogte van de darmvlokken. Bij oudere speenleeftijd, blijft oppervlaktevermindering voor resorptie van de nutriënten beperkter, zien we een hogere enzymactiviteit en is er minder kans op speendiarree. Met dat in het achterhoofd adviseer ik een minimale leeftijd van 4 weken spenen voor het jongste big. Dat betekent dat we op 5 weken moeten spenen, zodat er ruimte is om pleegzeugen in te zetten.“
Een heikel punt voor zeugenhouders om de speenleeftijd te verlengen zijn de productieresultaten, wat zijn uw ervaringen?
“Vaak wordt het productieverlies in de zeugenhouderij, door een lagere worpindex, als excuus opgeworpen, maar in de praktijk zien we dit echter niet. De bedrijven die ik begeleid, vertoonden een vergelijkbaar productiegetal, omdat het aantal levend geboren biggen en afbigpercentage beter werden na de omschakeling naar spenen op 5 weken. Op één bedrijf is het gemiddelde aantal gespeende biggen per zeug zelfs met 1 big gestegen. Ook de kwaliteit van de biggen bij de geboorte is zichtbaar beter en de uitval na spenen zakt. En daarbij komt ook nog het werkplezier dat stijgt doordat het allemaal wat makkelijker loopt.“
Wat gaat dan makkelijker, wat zijn de voordelen bij het spenen op 5 weken?
“Het speenproces verloopt soepeler bij 5 weken spenen. Hoe later de biggen gespeend worden, hoe minder stress de dieren ervaren. De oudere biggen zijn zwaarder bij het spenen en hierdoor minder vatbaar voor infecties. De infecties zijn nog steeds aanwezig op het bedrijf maar geven klinisch minder problemen. We zien dan ook minder problemen met bijvoorbeeld speendiarree, Streptococcen en griep na het spenen. Het gebruik van antibiotica is dan ook zeer laag tot nihil op deze bedrijven.“
Wat is het effect van later spenen op de resultaten van de vleesvarkens?
“Hoe beter de big de speenfase doormaakt, hoe hoger zijn levensgroei. Dit bepaalt dus de prestaties als vleesvarken. Op de bedrijven die ik begeleid zijn de resultaten bij de vleesvarkens boven de 900 gram groei per dag. En met het juiste voer zal vanuit een betere darmgezondheid ook oor- en staartnecrose beter beheersbaar zijn.”
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









