Kraamhok met stro

Foto: Misset
Op de foto uit 1979 is een kraamafdeling te zien. Hokken met een dichte vloer, een laag stro en de zeug aan de band tussen twee buisconstructies om doodliggen van de biggen te voorkomen.De situatie op de foto was toen al niet meer algemeen voorkomend. De roostervloer had zijn intrede gedaan en daar paste geen stro meer bij. De sprieten verstopten immers de spleten.Roosters kwamen als eerste opzetten in de vleesvarkenshouderij. Ze hielden een enorme arbeidsbesparing in. Toen handmatig uitmesten niet meer hoefde, kon één persoon veel meer dieren verzorgen. Omdat de hygiëne beter was dan bij dichte vloeren, groeiden de varkens harder en waren ze minder ziek. Toen zeugenhouders dat zagen, verbouwden ook zij hun stallen. In de kraamstal legden ze vaak volledige roostervloeren aan.Voedingsadviezen voor zeugen hielden vroeger op bij een toom van twaalf biggen. Meer kwam zelden voor. Zelfs in 1979, het jaar van de foto, was het gemiddelde nog tien. Nu is het 14,5. - Foto: MissetFlinke productiestijgingOnder meer de schonere omgeving en de hogere voeropname van de zeug zorgden ervoor dat de biggenuitval daalde. In 1970 ging nog 16% dood voor het spenen, de 30 jaar erop daalde dat met 3%. Ook lieten boeren de biggen korter bij de zeug. Die kon daardoor vaker drachtig worden. Van elke zeven maanden werpen, ging het naar elke vijf maanden. Al die aanpassingen resulteerden in een flinke productiestijging. Bracht een zeug in 1970 jaarlijks nog gemiddeld vijftien biggen groot, in 1998 was dat 21,7.Dit artikel is te lezen in Boerderij 16 van dinsdag 17 januari en is onderdeel van de rubriek Zo ging het toen.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









