‘Korting melkprijs bij te veel C:16-vetzuren? Reken er maar op’

Foto: Henk Riswick
Een te hoog C:16-gehalte in de melk heeft vroeg of laat consequenties voor de melkprijs.Sinds jaar en dag maken onder meer kiemgetal, boterzuur en vriespunt deel uit van de melkkwaliteitbeoordeling en de uiteindelijke melkprijs die de veehouder beurt. In 2006 kwam daar een nieuw kengetal bij: chloroformgehalte. Omdat Duitse afnemers in Hollandse boter sporen van chloroform aantroffen. De Nederlandse zuivelondernemingen besloten daarom in 2006 om de melk twee keer per jaar te laten onderzoeken op chloroformgehalte. In de eerste jaren leidde dat nog niet tot kortingen op het melkgeld. Maar sinds 2010 krijgen boeren voor een te hoog chloroformgehalte een kortingspunt aan de broek.Te veel C:16-vetzuren in Nederlandse melkEenzelfde weg lijkt ingezet voor C:16-vetzuren. De melk die in Nederland wordt geproduceerd, bevat er namelijk te veel van. Dat kost de zuivelaars geld omdat het de melkverwerking bemoeilijkt. Met name de kwaliteit van kaas lijdt eronder. Dus moet het niveau van C:16-vetzuren terug naar 32%, het gemiddelde van stalseizoen 2014. Naar schatting zit zeker de helft van alle melkveebedrijven boven die 32%. Die zullen aan de bak moeten. Niets voor niets heeft Cono Kaasmakers zijn leveranciers het voeren van pensbestendige vetten, een verhogende factor voor C16-vetzuren in melk, inmiddels al verboden.Een te hoog C:16-gehalte heeft nog geen consequenties voor de melkprijs. Gezien de ervaringen uit het verleden zal dat vroeg of laat wel het geval zijn. Voor melkveehouders die nu met hoge C:16-gehalten melken, een goede reden om hier de komende jaren serieus aandacht aan te besteden. Lees ook: Zuivel Nieuw-Zeeland schuwt pensbestendig vet
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









