Dierenwelzijn staat hoog in het vaandel in Scandinavië. Vrijloopkraamhokken met stro als ligbed is dan ook gemeengoed in de Zweedse varkenshouderij. - Foto: Henk Riswick VarkensAchtergrond

Jonge varkenshouders leren van Zweedse collega’s over dierenwelzijn

Over dierenwelzijn kunnen we van Zweedse varkenshouders nog veel leren, is de conclusie van een twintigtal jonge Nederlandse varkenshouders. Zij gingen op studiereis naar Zweden en kwamen terug met nieuwe inzichten.

Het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK) en de Global Coalition for Animal Welfare (GCAW) organiseerden een zesdaagse studiereis naar het Scandinavische land.

De Nederlandse varkenshouderij is op de goede weg als het gaat om dierenwelzijn, maar er is meer mogelijk, blijkt uit de ervaringen die de jonge ondernemers hebben opgedaan in de Zweedse varkenshouderij. Daar is men de afgelopen 15 jaar druk bezig geweest met dierenwelzijn. De realiteit van het huidige verdienvermogen is een uitdaging voor de jongeren, maar ze staan open voor toekomstplannen.

Lange staarten en vrijloopkraamhokken

Het houden van varkens met lange staarten en vrijloopkraamhokken is al lang gemeengoed in het Scandinavische land. Wat de jonge varkenshouders vooral hebben gezien, is dat meer ruimte, verrijkingsmateriaal zoals stro en een goede darmgezondheid door gebruik te maken van eigen granen een voordeel is ten opzichte van de Nederlandse situatie.

De kostprijs is daardoor wel hoger, maar ook de opbrengstprijzen van het vlees liggen hoger. Zweden is in tegenstelling van Nederland een importerend land voor wat betreft varkensvlees. En de Zweedse consument is bereid om meer te betalen voor Zweeds vlees. Nederlands vlees staat bij de Zweden bekend om het forse gebruik van antibiotica, ook al ligt dat in Nederland lager dan in Zweden. Hierin is nog ruimte voor promotiewerkzaamheden.

Dat de Zweedse varkenshouderij ook nog wat kan leren van de Nederlandse varkenshouderij, bleek uit het bezoek aan een varkenshouder die een depop-repop had uitgevoerd. Na een salmonella-uitbraak was deze zeugenhouder met een nieuwe zeugenstapel opgestart, maar niet APP-vrij.

Stefan Hermans: ‘Niet alle zeugen zijn geschikt om vrij te lopen’

Stefan Hermans is een flexibele kracht in het bedrijf van zijn ouders en springt bij als dit nodig is. Verder heeft hij net als zijn broer de ambitie om verder te gaan in de varkenshouderij. Momenteel werkt Stefan bij Swinco International als Accountmanager Young Animal Products en adviseur waar hij varkenshouders nationaal en internationaal op het gebied van biggenmelk, vloeibare prestarters, biggenvoeders en voerconcepten begeleidt in de kraamstal.

Tekst gaat door onder de foto

Stefan Hermans (24) woont samen met zijn ouders in Vortum – Mullem (N.-Br.) en hebben een zeugenbedrijf met 1.300 zeugen met eigen aanfok. De biggen worden op 25 kilo verkocht binnen Nederland en naar Duitsland. - Foto: Van Assendelft Fotografie
Stefan Hermans (24) woont samen met zijn ouders in Vortum – Mullem (N.-Br.) en hebben een zeugenbedrijf met 1.300 zeugen met eigen aanfok. De biggen worden op 25 kilo verkocht binnen Nederland en naar Duitsland. - Foto: Van Assendelft Fotografie

De ervaringen op gebied van dierenwelzijn in het buitenland neemt Hermans natuurlijk ook mee naar het eigen bedrijf en andersom. De studiereis naar Zweden gaf de jonge varkenshouder een nieuwe kans om nog meer kennis op te doen. “Ik vind het interessant om te zien hoe varkenshouders in andere landen werken en waar kansen liggen voor mijn varkensbedrijf”, vertelt Hermans die vanuit zijn werk ook ervaringen vanuit andere Europese landen heeft. “In Hongarije zie je bijvoorbeeld nog dat ze rekenen naar aantal biggen per kraamhok per jaar, en is er de keuze voor spenen op 21 dagen, in Nederland is het gros van de varkenshouders op 28 dagen aan het spenen, waar in Zweden de norm 35 dagen is”, merkt de adviseur en jonge varkenshouder op.

Hermans geeft aan dat hij ook via een stage in Brazilië geleerd heeft dat in elk land, ook al is het geen vooroplopend ‘varkensland’, nog kennis te vergaren is. “Daarnaast is het leuk om te leren van de verschillende visies van andere jonge varkenshouders”, aldus Hermans die waardevolle contacten heeft overgehouden aan de studiereis naar Zweden.

De hele ‘keten’, dus ook de vleesvarkenshouders, moet de stal inrichten op houden van lange staarten

Het leeraspect was voor de jonge zeugenhouder de reden om mee te gaan naar Zweden. Vooral doordat het land vooroploopt in het houden van varkens met lange staarten en vrijloopkraamhokken. “Voor ons is het houden van lange staarten nog een ver-van-mijn-bedshow”, zegt Hermans. “Je zag tijdens de studiereis dat de hele ‘keten’, dus ook de vleesvarkenshouders, de stal hierop moeten inrichten. Als wij starten met investeren, en de opvolgende schakel doet dit niet, kunnen we het nog niet toepassen. Dat is wel van belang, want bij een nieuwe stal of renovaties maak je keuzes voor 25 tot 30 jaar. Dan is het wel fijn om te weten waar ik allemaal rekening mee moet houden, zeker met de dagelijks veranderende regelgevingen”, merkt de jonge zeugenhouder op.

Wat is het ideale vrijloopkraamhok?

In Zweden is een vrijloopkraamhok gemeengoed. Wat het ideale vrijloopkraamhok is, daar heeft de varkenshouder helaas geen antwoord op gevonden in Zweden. “Dat we een mogelijkheid tot fixatie moeten houden in het kraamhok, dat heb ik wel gezien. Niet alle zeugen zijn geschikt om vrij te lopen, dit is iets waar we vanuit de fokkerij op zullen moeten selecteren in de komende jaren”, aldus Hermans, die aangeeft dat veilig kunnen werken een must is, niet alleen voor jezelf maar ook voor het personeel.

Daarnaast speelt de keuze om de inrichting van het kraamhok zo goed mogelijk af te stemmen op de zeug en biggen. Zo moet de indeling kloppen met de diverse zones van voeren, rusten, spelen en mesten. Tot slot geeft de jonge varkenshouder aan: “De verschillende visies van collega varkenshouders en een nieuwe club jonge mensen ontmoeten is voor mij het meest waardevolle aan deze studiereis”.

Huib van der Heijden: dierenwelzijn is en blijft belangrijk thema

Huib van der Heijden is lid van het bestuur van ZLTO Laarbeek en is op het ouderlijk bedrijf verantwoordelijk voor de zeugen. Hij merkt dat dierenwelzijn een belangrijk onderwerp is en blijft op het varkensbedrijf. Lange staarten is een onderwerp wat de jonge varkenshouder bezighoudt.

Op het eigen bedrijf heeft Van der Heijden nog geen ervaring met het houden van lange staarten. Dat varkens houden met lange staarten niet eenvoudig is, weet de jonge ondernemer van ervaring op een van zijn stagebedrijven. Een extra ervaring heeft van der Heijden nu opgedaan in Zweden, tijdens de studiereis met jonge varkenshouders.

“De studiereis naar Zweden trok mijn aandacht omdat het een mooie kans is om daar varkensbedrijven te bezoeken en extra kennis op te doen voor wat betreft het houden van lange staarten”, vertelt Huib, die vooraf niemand van de groep kende en er fijne contacten aan over heeft gehouden.

Tekst gaat door onder de foto

Huib van der Heijden (23) maakt sinds oktober dit jaar deel uit van de vof op het ouderlijk varkensbedrijf in Beek en Donk (N.-Br.). Hier houdt hij 600 zeugen en 4.000 vleesvarkens. De rest van de biggen worden aan de buurman verkocht en daarmee vormt het bedrijf een soort van gesloten bedrijf. - Foto: Van Assendelft Fotografie
Huib van der Heijden (23) maakt sinds oktober dit jaar deel uit van de vof op het ouderlijk varkensbedrijf in Beek en Donk (N.-Br.). Hier houdt hij 600 zeugen en 4.000 vleesvarkens. De rest van de biggen worden aan de buurman verkocht en daarmee vormt het bedrijf een soort van gesloten bedrijf. - Foto: Van Assendelft Fotografie

Staartbijten en voerkwaliteit

Wat de jonge varkenshouder als kennis op gebied van dierenwelzijn heeft meegenomen naar huis is dat in 90% van de gevallen voerkwaliteit de oorzaak is van staartbijten. En de grote voordelen van het verstrekken van stro, als hokverrijking en als ligbed om verveling tegen te gaan. “In Zweden hebben varkenshouders veel ervaring met lange staarten en het verstrekken van stro, mede door de verplichting”, vertelt van der Heijden.

Onze varkensstallen zijn wel voorzien van stroruiven, maar zijn niet geschikt voor het verstrekken van grote hoeveelheden ruwvoer

Maar ondanks al deze ervaring gaat het ook op deze varkensbedrijven wel eens mis. Het heeft de jonge varkensboer wel aan het denken gezet. Hier komen ook meteen de verschillen tussen Nederland en Zweden om de hoek. “Onze varkensstallen zijn wel voorzien van stroruiven, maar zijn niet geschikt voor het verstrekken van grote hoeveelheden ruwvoer. Bij nieuwbouw ga ik daar zeker rekening mee houden, vooral als we richting het houden van lange staarten gaan”, geeft de varkenshouder aan.

Verschil in voerstrategie

Ook het verschil in voerstrategie komt duidelijk naar voren. Brijvoer met eigen teelt voert de boventoon in Zweden. Een groot voordeel ten opzichte van de hoge prijzen voor droogvoer in Nederland. Omschakelen naar brijvoer en eigen teelt is moeilijk toepasbaar op het varkensbedrijf in Beek en Donk, dat afhankelijk is van droogvoer.

De jonge varkenshouder kijkt terug op een interessante reis, mede door het uitwisselen van ervaringen op gebied van dierenwelzijn met jonge Zweedse ondernemers die ook op het gebied van milieu en welzijn nog uitdagingen kennen. “Opmerkelijk is dat ondanks de hoge welzijnsregels in Zweden activisten nog zeer actief aanwezig zijn met acties tegen de varkenshouderij”, besluit van der Heijden.


Nieuwsbrief varkensgezondheid

Schrijf je in voor deze nieuwsbrief en blijf op de hoogte van ontwikkelingen binnen varkensgezondheid.

  • Datumnotatie:MM slash DD slash JJJJ
  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Reacties

  1. hoe kan een varkenshouder bij bouw of renovatie rekening houden met de toekomst, als hij elke dag mt nieuwe regelsgeving en wetgeving wordt geconfronteerd? Het is onmogelijk om je nu al voor te bereiden op de regeltjes van over 10 jaar. Misschien bestaat er dan al geen varkenshouderij meer omdat het “kunstvlees” het natuurlijke vlees uit d emarkt heeft geconcureerd.

Beheer
WP Admin