Impopulaire partnerschappen in de zuivel

Foto: Hans Prinsen

Foto: Hans Prinsen


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Samenwerking van de zuivel met niet-gouvernementele organisaties (ngo’s) roept vaak weerstand op bij melkveehouders. De winst ervan is vaak ook moeilijk aan te tonen, anders dan de lasten. Wie werkt met wie samen en wat levert het op?PlanetProof-zuivel helpt FrieslandCampina om schapruimte terug te veroveren in de supermarkt, en daarmee de winstgevendheid van haar consumentenzuivel te verbeteren. Niet elk pak PlanetProof-zuivel wordt duurder verkocht dan bijvoorbeeld een pak Campina-zuivel zonder het PP-logo, maar de introductie van zuivel met het nieuwe keurmerk heeft de lat opgetrokken waaraan zuivel in de supermarkt minimaal moet voldoen. Ook bij de huismerkproducten, want FrieslandCampina belevert die ook met PlanetProof-zuivel. Een uitzondering is de Albert Heijn-huismerkzuivel. Albert Heijn heeft samen met A-ware een eigen duurzame lijn ontwikkeld. De supergoedkope stuntzuivel is echter vrijwel verdrongen, en dat betaalt zich terug, zo heeft onder meer CEO Hein Schumacher vorig jaar aangegeven. Voor de doorsnee-FrieslandCampina-boer levert dit een bescheiden meerprijs op.NatuurmonumentenPlanetProof zuivel is echter om meer redenen belangrijk voor FrieslandCampina. Door aan te tonen dat de zuivelreus serieus werk maakt van verduurzaming, en bereid is daarmee verder te gaan, verwerft ze ‘goodwill’ van maatschappelijke organisaties/ngo’s, zoals Natuurmonumenten. Die is een steeds belangrijkere partner voor FrieslandCampina. Het is een partner waar lang niet alle leden van FrieslandCampina blij mee zijn, maar het is wel een partij die bestuur en management in Amersfoort waardevol genoeg vinden om mee verder te willen. Natuurmonumenten helpt de onderneming moreel (steun voor positie in de maatschappij) en commercieel (want ‘verantwoorder’ product). Van alle Nederlandse zuivelaars is FrieslandCampina het bedrijf dat het meest intensief samenwerkt met ngo’s. Dat is niet verwonderlijk, want het is verreweg het grootste zuivelbedrijf van Nederland, loopt het meest ‘in de kijker’, en is sterk aanwezig op de markt voor verse consumentenzuivel. Lees verder onder de tabel. Afstemming op tal van niveau‘sDe samenwerking tussen zuivel en ngo’s vindt plaats op diverse niveau’s en via allerlei platforms. Het voorbeeld van FrieslandCampina lijkt het meest geschikt om dit duidelijk te maken. De onderneming werkt voor de productie van PlanetProof-zuivel (officieel ‘on the way to Planet Proof’) samen met de Stichting Milieukeur (SMK). Deze organisatie is een zogeheten ‘schemahouder’. Ze ontwikkelt en beheert ‘schema’s’ met allerlei eisen om bijvoorbeeld stallen en tuinbouwkassen energiezuiniger en milieu- en diervriendelijker te maken. De partijen die richting geven aan SMK zijn de ministeries van landbouw, milieu en van infrastructuur en waterstaat, samen met de Rabobank, consultancybureau’s, de retail, ngo’s en LTO. ZuivelNLEen ander platform is de Duurzame Zuivelketen (DZK). De DZK is eigendom van ZuivelNL, en dus rechtstreeks van de melkveehouderij en de zuivelsector zelf, en ook daar ontmoeten bedrijfsleven, ngo’s en banken en ministeries elkaar om verduurzaming aan te jagen. Hetzelfde gebeurt bij de Biodiversiteitsmonitor in opbouw, eveneens van ZuivelNL. De monitor is aanvankelijk ontwikkeld door FrieslandCampina (en het Louis Bolk Instituut), samen met Rabobank en het Wereldnatuurfonds. Formeel heeft FrieslandCampina het stokje nu overgedragen aan ZuivelNL, maar FrieslandCampina blijft sterk meesturen. Lees verder onder het kader. Rabobank als partner ngo‘sRabobank Nederland speelt als grootste financier van de land- en tuinbouw een bijzondere rol in de discussie over verduurzaming en het aangaan van partnerschappen met NGO‘s. In de meeste overlegplatforms van de zuivel met NGO’s is ook de Rabobank actief. De bank doet echter meer. De Rabo is bijvoorbeeld een van de drie initiatiefnemers voor de Biodiversiteitsmonitor. Medewerkers van bank maken ook deel uit van de ‘coördinatiegroep’ voor deze monitor en schrijven actief mee aan nieuwe initiatieven. Duurzame investeringen van boeren steunt de bank al langer met behulp van gunstiger rentetarieven.Duurzame sojaNog een platform waar de zuivel afspraken maakt met ngo’s en ook de voersector, zijn de ‘ronde tafel’-conferenties voor duurzame soja en palmolie (RTRS en RSPO). Het was de opmaat naar ook het streven om zo veel mogelijk eiwit van eigen land te halen, of in ieder geval uit de regio. Deze afspraken zitten nu vaak opgenomen in schema’s als PlanetProof en (zonder directe tussenkomst van een ngo) in het duurzame huismerk-zuivelprogramma van Albert Heijn en A-ware. Ngo komt niet altijd binnenFrieslandCampina mag het ijverigst zijn qua afstemming met natuur-, milieu-, en dierenwelzijnsorganisaties, ook andere Nederlandse zuivelondernemingen zitten niet stil. Voor het PlanetProof-programma in de zuivel hebben ook NoorderlandMelk en Farmel zich laten certificeren. Noorderland was zelfs de eerste die bij SMK aanklopte voor certificering van natuurinclusieve landbouw. Zuivelconcern Arla doet weinig anders dan FrieslandCampina. Ook Arla heeft afspraken met het Wereldnatuurfonds en de nieuwe klimaatvriendelijke zuivellijn van het bedrijf is ontwikkeld in overleg met zowel wetenschap als ngo’s. Kaasmaker Groupe Bel heeft het Wereldnatuurfonds eveneens als ‘partner’, evenals het Amerikaanse Compassion in World Farming (Ciwf). Samen met de laatste heeft Bel zelfs een nieuw dierenwelzijnsstatuut opgesteld. Nederlandse leveranciers hebben ook met deze afspraken te maken. Bij Bel zorgt het voor druk op grupstalboeren. Bij geen van beide bedrijven heeft het geleid tot een aantoonbaar hogere melkprijs. Lees verder onder de foto. Weidende koeien op verdroogd grasland. Naleving van de weidegangregels van bijvoorbeeld Planet Proof was de afgelopen droge jaren niet altijd volledig haalbaar. Afspraken met partners om te verduurzamen, kunnen geld opleveren, maar beperken de speelruimte van boeren ook. - Foto: Henk RiswickDOC Kaas werkt niet samen met ngoLang niet alle zuivelbedrijven in Nederland halen ondertussen ngo’s in huis. Het Duitse DMK en dochter DOC Kaas houden deze clubs nog buiten de deur. Hetzelfde doet Royal A-ware. Samenwerkingspartner Albert Heijn overlegt echter wel met de ngo’s en via deze samenwerking worden wensen van de dieren-, en milieu-organisaties neergelegd in extra productspecificaties, en dat werkt volgens een woordvoerder van het bedrijf prima. Voor de boeren levert het een meerprijs op. Cono Kaasmakers, vanouds een voorloper op gebied van verduurzaming, heeft een goede relatie met ngo‘s. Verdere verduurzaming brengt een meerprijs op voor de boer, maar Cono heeft geen partnerschappen met ngo‘s. Vreugdenhil Dairy Foods werkt wel samen met ngo’s, maar dit betreft ngo’s met een focus op ontwikkelingshulp en armoedebestrijding in de derde wereld. Samenwerken of procederenSamenwerken met ngo’s heeft een prijs, niet samenwerken ook. Het voorbeeld van stichting Wakker Dier toont dit uitstekend aan. Wakker Dier werkt met geen enkel zuivelbedrijf samen, al heeft ze wel eens sympathie uitgesproken voor een concept als Weide Weelde, een kleine weidevogel-vriendelijke zuivellijn. Wakker Dier is meer van de confrontatie en legt zich de laatste jaren onder meer toe op het aanklagen van de zuivel bij de Reclame Code Commissie. Daar heeft de club meerdere zaken aangespannen tegen zowel de NZO als FrieslandCampina en anderen. Er wordt altijd wel iets gescoord. Zo ging FrieslandCampina bijvoorbeeld voor de bijl omdat het geen vanille gebruikte in haar vanillevla. Met name sinds Sjoerd van de Wouw terug is bij Wakker Dier lijkt het aantal acties toe te nemen. Bedrijven waarmee een partnerschap bestaat, houden zich rustiger. Dierenbescherming en het Wereldnatuurfonds hebben de samenwerking zelfs versterkt met verdienmodules. Zie de Beter Leven-keurmerken. Of het leven met partnerschappen rustiger is en meer geld oplevert dan zonder, valt in het algemeen echter lastig vast te stellen.Buitenlandse zuivelondernemingenSamenwerking met ngo’s is niet een specifiek Nederlands verschijnsel. Ook veel buitenlandse (zuivel)bedrijven hebben partnerschappen lopen met bijvoorbeeld het Wereldnatuurfonds of andere multinationale organisaties. Vooral bedrijven die sterk actief zijn in de consumentenzuivel, in ‘ontwikkelde markten’ zijn veel partnerschappen aangegaan. Nestlé, het grootste zuivelbedrijf ter wereld, is een goed voorbeeld. Toch wordt het ook vaak het meest bekritiseerde zuivelbedrijf ter wereld genoemd. Danone, ook zo’n reus, beroept zich erop een heel ‘ecosysteem’ aan partnerschappen te hebben.
Commercieel doen deze bedrijven het goed, maar hebben hun boeren het beter? Dat is onduidelijk. Zuivelreus Lactalis loopt ondertussen een stuk minder hard en Fonterra doet hetzelfde. Dit bedrijf focust zich vooral op het verduurzamen van (het imago van) de overzeese veevoeraankopen. Duitse bedrijven kiezen vaak wel voor een duurzame houding, maar houden partnerschappen doorgaans af.

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Sectornieuwsbrief Rundveehouderij


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.