‘Historisch besef nodig voor democratie’

Janneke Snijder-Hazelhoff - Foto: Hans Banus

Janneke Snijder-Hazelhoff - Foto: Hans Banus


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Boerderij interviewt deze zomer oud-Kamerleden. Janneke Snijder-Hazelhoff was in de periode van 1999 tot 2012 landbouwwoordvoerder voor de VVD in de Tweede Kamer. Het was een roerige periode, met veel dynamiek binnen de VVD-fractie en in de landbouw.Janneke Snijder-Hazelhoff voerde meer dan tien jaar namens de VVD in de Tweede Kamer het woord over de landbouw- en natuurdossiers. Nu heeft ze als burgemeester van de gemeente Bellingwedde in Groningen de zorg over zo’n 9.000 inwoners (en zo’n 115 agrarische bedrijven). Maar ze heeft de agrarische sector allerminst uit het oog verloren. Ze houdt de briefwisseling tussen het parlement en het ministerie nog goed in de gaten.Het irriteert haar als de toon en inhoud van de brieven van de staatssecretaris onwetendheid ten toon spreiden. Als het nodig is weet ze zowel binnen als buiten haar eigen partij (VVD) de kanalen te vinden om invloed uit te oefenen. Ze heeft de nummers van de huidige landbouwwoordvoerders van de VVD nog in het geheugen van haar telefoon opgeslagen. Dat leidt er overigens niet altijd toe dat haar standpunt weerklank vindt bij haar partijgenoten in de Tweede Kamer. Heftige periodesIn haar werkkamer in het gemeentehuis van Bellingwedde blikt ze terug op haar periode als Kamerlid. Ze herinnert zich dat ze meteen nadat ze in december 1999 in het parlement kwam, te maken kreeg met heel lastige dossiers. “Mond- en klauwzeer, vogelgriep en Q-koorts, dat waren heftige periodes waarbij de boodschappen die we moesten brengen zeer ingrijpend waren.”Ze herinnert zich een zeer emotionele bijeenkomst in Epe, voor boeren die geconfronteerd werden met een preventieve ruiming van hun vee. Ze zat samen met andere landbouwwoordvoerders voor de zaal. “De boeren stonden met de rug tegen de muur. En wij ook. We wisten geen andere mogelijkheid. We hebben heel hard gedebatteerd in Den Haag om extra geld voor de boeren op tafel te krijgen. Die beelden van de ruimingen kan ik zo terughalen. Het was bijzonder heftig om tegen ondernemers te zeggen dat hun dieren moesten worden afgemaakt.”‘Het was niet zelden dat je na maanden moest vaststellen dat er niets was veranderd’Het immense leed van de getroffen boeren is haar niet in de koude kleren gaan zitten. Net zo min als de roerige tijd in de fractie na de moordaanslag op Pim Fortuyn, de affaire Ayaan Hirsi Ali, de leiderschapsstrijd tussen Rutte en Verdonk en de afsplitsing van Geert Wilders. “Het was een geweldig boeiende periode”, zegt ze met gevoel voor understatement. “Ze vroegen me toen wel eens wat leuker was: het wethouderschap of het Kamerlidmaatschap. Mijn antwoord was altijd: het is niet te vergelijken. Maar nu ik burgemeester ben zie ik dat je in de gemeente vaker direct resultaat ziet. Het debat in Den Haag kostte veel tijd en schrijverij. Het was niet zelden dat je na maanden moest vaststellen dat er niets was veranderd.”Binnen de VVD-fractie hoefde ze op het landbouwdossier geen inhoudelijke discussies te voeren. “Alleen voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid – daar moest ik wel even voor gaan zitten.” De VVD pleit al langere tijd voor verlaging van het landbouwbudget in de Europese begroting, wat uiteraard ook consequenties heeft voor de steun aan Nederlandse boeren.‘Als ik nu soms brieven van het departement lees denk ik: jullie hebben er niets van begrepen?’Ze was het eens met de opvatting van haar partij dat er niet per se een landbouwminister nodig is. “Ik had altijd de hoop dat het vergrootglas op de landbouw wat minder zou worden, als landbouw bij economische zaken zou komen. Dat is helaas niet zo. Als er dan toch weer een minister komt, moet het wel een deskundige zijn, die met zijn laarzen in de sector staat. Als ik nu soms brieven van het departement lees denk ik: jullie hebben er niets van begrepen? De afstand tussen Den Haag en de sector wordt alleen maar groter. Een bewindspersoon moet gevoel hebben bij de sector en weten waar het om gaat.” Zou ze er zelf beschikbaar voor zijn? “Ikzelf? Nee, ik moet er niet aan denken.”Janneke Snijder-Hazelhoff (midden) in 2003 samen met Harm Evert Waalkens (links) en Bas van der Vlies aan de interruptiemicrofoon, in debat met toenmalig minister Cees Veerman. - Foto: Lex van LieshoutPersoonlijke vriendschappen heeft ze niet overgehouden aan het Kamerlidmaatschap. Maar als het nodig is, weet zij ook nu haar toenmalige coalitiepartners nog te vinden. Met PvdA’er Harm-Evert Waalkens, die enkele kilometers verderop woont, probeerde ze het standpunt van de Kamer te beïnvloeden over het kalf bij de koe en het koudmerken van koeien. Haar dochter Willemien was in de Tweede Kamer om het behoud van het koudmerken te bepleiten bij de vaste Kamercommissie voor Economische Zaken.Zorg over agrarische sectorTerwijl ze met smaak de lokale lakenvelderburger als lunch verorbert, zegt ze: “Ik heb wel zorg over de agrarische sector en de beslissingen die worden genomen. Kijk wat er in Noord-Brabant over de boeren wordt uitgestort. Dan denk ik: hebben we wel de juiste stappen gezet? Wat komt hier nog achteraan en op basis waarvan? Zitten er in de Tweede Kamer nog genoeg mensen die het ondernemerschap begrijpen? Er is maar een heel kleine club die dat snapt, maar die heeft het niet voor het zeggen.”“Ik ben nu vijf jaar weg uit de Tweede Kamer. Er zijn weinig Kamerleden van toen die er nu nog zijn, door de snelle wisselingen. Daardoor is het historisch besef wel kort. Dat is echt een groot risico voor de democratie. We zien dat er alweer wetswijzigingen komen, terwijl we het effect van de vorige wijziging nog niet kennen; zie wat er gebeurt in de melkveehouderij.”Meer accent op grondgebondenheidWat haar betreft had er meer accent mogen liggen op grondgebondenheid bij de pogingen om de groei in de melkveehouderij te beteugelen. Het is een van de onderwerpen, waarop ze in haar telefonades met ‘Den Haag’ deels het gelijk aan haar zijde kreeg.Janneke Snijder-HazelhoffSnijder was eerder gemeenteraadslid en wethouder (Delfzijl) en lid van provinciale staten in Groningen. Ze was in 1998 net wethouder in Delfzijl geworden, toen ze de Kamer in kon omdat er een plek openviel. Ze gaf er aanvankelijk de voorkeur aan om wethouder te blijven, tot toenmalig fractieleider Hans Dijkstal eind 1999 voor de derde keer opbelde en nu met de mededeling: “Ik reken erop dat je nu je plaats in de fractie inneemt.”Naast haar burgemeesterschap is Snijder-Hazelhoff onder meer bestuurslid van de Federatie Particulier Grondbezit. Ze is voorzitter van de Commissie van Toezicht van de Stichting Diergeneesmiddelenautoriteit (SDA).

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Lees meer over


Snel delen


Dagelijkse nieuwsbrief


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.