‘Heffing op frites is onterecht’

Foto: Peter Roek
Importheffingen op Europese frites helpen Zuid-Amerika niet, zegt voorzitter Romain Cools van het World Potato Congress. “Het verdrijven van armoede begint bij economische activiteiten.”Het World Potato Congress (WPC) werd eind mei in Cusco in Peru gehouden. Het congres is een ontmoetingsplaats voor de internationale aardappelsector. Maar het congres in Cusco had een politiek tintje. Landen in Zuid-Amerika leggen heffingen op aan diepgevroren frites uit West-Europa of zijn dat van plan. Daar werd in de wandelgangen over gesproken, zegt Romain Cools, die op 1 januari voorzitter werd van de WPC. “Brazilië stelde in 2017 een antidumpingheffing in op diepgevroren frites uit Nederland, België, Duitsland en Frankrijk. Colombia wil dat gaan doen en is bezig met een onderzoek. Ook in Peru wordt gepleit voor een heffing op diepgevroren frites uit West-Europa.”Romain Cools (60) is sinds 1 januari 2018 voorzitter van het World Potato Congress. Hij is tevens secretaris van Belgapom, de organisatie van de Belgische aardappelhandel en verwerking. Cools is ook al meer dan 15 jaar bestuurlijk actief in de Europese koepelorganisaties EUPPA (verwerkers) en Europatat (handelaren). - Foto: Peter RoekWaarom willen die landen dat?“Net als bij ons zijn de aardappelprijzen in die landen zo nu en dan uitzonderlijk laag. Dan zie je dat mensen naar voren komen, vaak met politieke aspiraties, die leiderschap willen tonen door zich stevig op te stellen in zo’n kwestie. Maar de importheffingen zijn niet terecht. In Peru bestaat slechts 1,4% van de nationale consumptie van aardappelproducten uit import van diepvriesaardappelen. Dat is veel te weinig om hiermee de lokale markt te kunnen beïnvloeden.”Wat doet de West-Europese aardappelsector hieraan?“De bedrijven en hun federaties werken hierin samen met hun nationale overheden. De Europese federatie EUPPA doet dat in Brussel. Daarnaast zijn we in Brazilië een juridische procedure gestart om deze onterechte heffingen aan te vechten. In Colombia loopt de procedure. Colombia doet een boekenonderzoek bij West-Europese aardappelbedrijven om aan te tonen dat diepvriesfrites gedumpt zou worden op hun markt tegen veel lagere marges. Maar dit is appels met peren vergelijken. We exporteren basisproducten naar die landen, terwijl we op de Europese markt producten met een hogere toegevoegde waarde verkopen. Je kunt de marges op beide markten niet met elkaar vergelijken.”Wat moeten die landen dan doen om hun aardappelsector verder te ontwikkelen?“Het verdrijven van armoede begint bij het ontwikkelen van economische activiteiten. Daarom ondersteunt België via Belgica Contigo al sinds jaren diverse projecten in Zuid-Amerika om economische activiteiten te stimuleren. 10 jaar geleden nam Belgapom het initiatief om via de ngo Trias een aardappelcoöperatie in Ecuador te steunen. In een tweede project wil de sector een coöperatie in Peru helpen gevriesdroogde aardappelen te produceren, de zogenoemde chuño. Door dit traditionele product in een fabriek te produceren voldoen ze aan eisen op het gebied van hygiëne en kwaliteit. Zo’n product kunnen ze ook onder merknaam verkopen en zelfs exporteren, bijvoorbeeld naar West-Europa. Dit sluit aan bij het project in Ecuador, waar een aardappelbewaarplaats en een aangepaste was- en verpakkingsinstallatie werd gebouwd.”‘Ik hoop dat veel aardappelprojecten in Afrika, Zuid-Amerika en Azië opgestart worden’“Zo zijn telers niet langer afhankelijk van de levering af land, maar kunnen ze hun aardappelen gespreid verkopen. In Peru zie je dat de telers hun ‘papas nativas’ op de markt brengen. Dat zijn oorspronkelijke aardappelen met bijzondere vormen en kleuren, en heel smaakvol. Aardappelprojecten helpen om lokale economieën te stimuleren. Ik hoop dat veel aardappelprojecten in Afrika, Zuid-Amerika en Azië opgestart worden.”Ik constateer dat veel westerse aardappelverwerkers juist fabrieken bouwen in niet-westerse landen om daar hun afzet te vergroten. Dat is toch extra concurrentie voor de sectoren in die landen?“Dat gebeurt maar in een beperkt aantal landen en waar dat gebeurt helpt het de hele aardappelketen vooruit. Die fabrieken hebben voldoende grondstof nodig van constante kwaliteit. Daarom helpen de verwerkers de plaatselijke boeren om de teelt goed te beheersen. Daarna kun je toegevoegde waarde creëren. In Zuid-Amerika, Azië en Afrika is nog veel ruimte om het aardappelareaal te laten groeien.”‘In heel wat landen ontdekt men de aardappel als superfood’“Steeds meer niet-westerse landen willen meer aardappelen produceren, omdat aardappelen een hoge voedingswaarde hebben en minder grond en water nodig hebben dan graan of rijst. In heel wat landen ontdekt men de aardappel als superfood, helaas is dit in Europa omgekeerd. Je ziet dan ook dat het aardappelareaal wereldwijd groeit.”Welke andere ontwikkelingen ziet u in de aardappelsector wereldwijd?”Naast een groei aan ontwikkelingsprojecten rond aardappelen en een gestage areaalgroei, zie je dat wereldwijd steeds meer toegevoegde waarde wordt behaald, niet alleen in de westerse landen. Kijk maar naar de voorbeelden die ik net gaf met chuño en papas nativas. In Oeganda heeft een lokale fritesfabrikant een revolutie ontketent door met contracten te werken. Daarnaast zie je dat ook de toeleverende industrie steeds internationaler werkt. Machinefabrikanten maken kleine aardappelrooiers die geschikt zijn voor kleinere boeren en voor percelen in bergachtige gebieden. Wat je ook ziet, is dat steeds meer nieuwe technieken worden toegepast in de aardappelveredeling.”Dat laatste schiet niet op in Europa. Er geldt nog altijd een strenge richtlijn voor de toepassing van genetische technieken.”Dat is echt onbegrijpelijk voor mij. Het debat over genetische modificatie (GMO) is stevig gemanipuleerd door ngo’s met een doctrinaire visie. Zij zijn ook weinig bereid de dialoog met onderzoekers aan te gaan. De ngo’s vinden het wellicht gemakkelijker om retailers publiekelijk onder druk te zetten. Daarnaast stel ik vast dat de inbreng van de wetenschap steeds vaker wordt betwist. Terwijl wetenschappers vooruitgang boeken om met nieuwe genetische technieken aardappelrassen zo te veranderen dat ze toekunnen met veel minder gewasbeschermingsmiddelen.”‘De publieke acceptatie voor die nieuwe technieken groeit, omdat de voordelen zo duidelijk zijn’“Europa raakt op achterstand ten opzichte van de rest van de wereld als wij nieuwe veredelingstechnieken als cisgenese en Crispr/Cas niet mogen toepassen. Dat geldt niet alleen voor de aardappelsector, maar voor de hele land- en tuinbouw. Maar ik zie wel een omslag. De publieke acceptatie voor die nieuwe technieken groeit, omdat de voordelen zo duidelijk zijn. Gewassen worden resistenter tegen ziekten waardoor minder gewasbeschermingsmiddelen nodig zijn. En de gewassen produceren meer met minder verbruik van water en mineralen. De voordelen zijn zo duidelijk, dat kunnen de ngo’s niet tegenhouden. Ik zie dan ook dat de ngo’s hun prioriteit steeds minder bij GMO leggen, maar hun aandacht verleggen naar de dierlijke sector in verband met de klimaatdiscussie en het dierenwelzijn.”Welke andere ontwikkelingen ziet u in de mondiale aardappelsector?“De afzetmarkten veranderen. Dat geldt voor de hele voedingsmiddelensector. Vroeger bepaalde de boer wat er bij de mensen op tafel kwam. Later werd die rol overgenomen door de handel en weer later door de industrie. Vervolgens was het de retailsector die de voedingsmiddelen koos die in hun schappen kwamen. En nu zien we dat de individuele consument zijn keuze oplegt. Die wil diversificatie en transparantie en wil helemaal zelf bepalen wat hij eet. Ik verwacht dat de blockchain-technologie de komende jaren daar een belangrijke rol in gaat spelen. Dan is alle informatie over ieder voedingsmiddel voor iedereen op elk moment toegankelijk.”Het World Potato Congress wordt iedere 3 jaar gehouden. In 2021 is dat in Dublin. Emmeloord noemt zich de hoofdstad van de aardappelwereld en wilde graag het WPC organiseren in 2021. Waarom viel Emmeloord buiten de boot?“Er waren 3 heel goede kandidaten. We houden rekening met meerdere factoren, zoals of het WPC in een bepaald land al te gast is geweest of de regionale spreiding. Een bijkomend probleem voor een event met meer dan 1.000 bezoekers is voldoende hotel- en congresfaciliteiten. Het WPC is een internationaal netwerkevent, dan wil je de bezoekers graag dicht bij elkaar houden.”Hoe succesvol was de editie in Peru?“Het was uiterst een geslaagde jubileum-editie met de tiende bijeenkomst in 25 jaar. Het event was voor het eerst helemaal uitverkocht met meer dan duizend deelnemers en toehoorders uit 35 landen. Natuurlijk was de locatie ook belangrijk. Peru is de geboorteplaats van de aardappel. Ik vind het wel jammer dat Nederland minder nadrukkelijk aanwezig was in Cusco dan op eerdere congressen. Nederland is een toonaangevend land in de aardappelwereld. Ik hoop dat onze noorderburen in 2021 actief deelnemen aan de volgende editie van het WPC in Dublin.”Ontmoetingsplaats voor aardappelsectorHet World Potato Congress (WPC) wordt om de 3 jaar gehouden. Dit jaar was het de beurt aan Cusco in Peru, de bakermat van de aardappel. Het congres vond daar eind mei plaats.Het WPC wil een ontmoetingsplaats zijn voor de internationale aardappelsector. De organisatie is een ngo naar Canadees recht en wordt geleid door een raad van bestuur bestaande uit niet-vergoede vrijwilligers en een professioneel management. De organisatie heeft als netwerkorganisatie tot doel om de ontwikkeling van een duurzame wereldwijde aardappelwaardeketen.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









